Snel naar:
Vergelijkbare reizen:
Tell a friend
Marokko | Jebel Saghro individueel: Van dag tot dag
Deze reis begint in de oude garnizoensstad Ouarzazate in het zuiden van Marokko. Vanaf hier rijden we de volgende ochtend naar de relatief vruchtbare Vallée des Dades. Net voorbij Qalat M’Gouna slaan we af naar het zuiden. Een laatste stukje ‘piste’ (onverharde weg) brengt ons naar het kleine Berberdorp Aït Youl. Hier staan de muildierdrijvers al op ons te wachten. Samen met hen, de gids en een kok, lopen we de komende zeven dagen door het steeds weer verrassende en veelvormige landschap van de Jebel Saghro. Het is een kaal en grillig bergdecor met soms een beetje groen en een verdwaalde kudde geiten. Waar water is zijn wat gecultiveerde akkertjes, een klein dorpje of enkele nomadententen. De omgeving varieert van een surrealistisch woestijnachtig droog landschap met geërodeerde rotsformaties en fraaie vergezichten, die onder meer blik bieden op de besneeuwde toppen van de Hoge Atlas. Onderweg kamperen we meestal. Aan het einde van de wandeltocht overnachten we in een Berberhuis (gite). Onze bagage wordt vervoerd op muildieren.
Na onze trektocht rijden we terug naar Ouarzazate. Hier kun je dan nog even in Marokkaanse sfeer nagenieten van alle indrukken, de laatste souvenirs kopen of een bezoek brengen aan de eeuwenoude en goed gerestaureerde kasbah Taorirt.
Een opmerking vooraf
Het gaat hier om een avontuurlijke reis. Er zijn diverse factoren die onderweg de reisplannen kunnen beïnvloeden, hoe goed de reis ook is voorbereid. Onderstaande reisbeschrijving geeft de hoofdlijnen van de reis weer. De gids kan zich genoodzaakt zien om tijdens de reis verschuivingen in het geplande programma aan te brengen.
dag 1 Ouarzazate
De reis begint in de garnizoenstad Ouarzazate aan de zuidzijde van de Hoge Atlas, aan de rand van de Sahara.
dag 2 Ouarzazate - Ait Youl (1475 meter), minibus 2 uur, Ait Youl - Agoulzi (1635 meter), lopen 4 à 5 uur
Deze reis begint in de oude garnizoensstad Ouarzazate in het zuiden van Marokko. Vanaf hier rijden we de volgende ochtend naar de relatief vruchtbare Vallée des Dades. Net voorbij Qalat M’Gouna slaan we af naar het zuiden. Een laatste stukje ‘piste’ (onverharde weg) brengt ons naar het kleine Berberdorp Aït Youl. Hier staan de muildierdrijvers al op ons te wachten. Samen met hen, de gids en een kok, lopen we de komende zeven dagen door het steeds weer verrassende en veelvormige landschap van de Jebel Saghro. Het is een kaal en grillig bergdecor met soms een beetje groen en een verdwaalde kudde geiten. Waar water is zijn wat gecultiveerde akkertjes, een klein dorpje of enkele nomadententen. De omgeving varieert van een surrealistisch woestijnachtig droog landschap met geërodeerde rotsformaties en fraaie vergezichten, die onder meer blik bieden op de besneeuwde toppen van de Hoge Atlas. Onderweg kamperen we meestal. Aan het einde van de wandeltocht overnachten we in een Berberhuis (gite). Onze bagage wordt vervoerd op muildieren.
Na onze trektocht rijden we terug naar Ouarzazate. Hier kun je dan nog even in Marokkaanse sfeer nagenieten van alle indrukken, de laatste souvenirs kopen of een bezoek brengen aan de eeuwenoude en goed gerestaureerde kasbah Taorirt.
dag 3 Agoulzi (1635 meter) - Asska n Ait (1640 meter), lopen 4 à 5 uur
Vanaf ons bivak stijgen we langzaam naar een hoge pas op 2100 meter, de Tizi Nesfdre, Berbernaam voor `bijna eten`. Vanaf de pas hebben we grandioos uitzicht over de Hoge Atlas waarvan we zelfs de hoogste top, de Toubkal (4167 meter), in de verte kunnen zien. Nadat de zak met nootjes voor wat extra energie heeft gezorgd, dalen we af naar een kleine oase in een kloofje waar de oleanders weelderig groeien. Nu snappen we de naam van de pas: een idyllisch plekje met water, ideaal voor een stop om te eten. Wij lopen echter nog even door; de kloof weer uit en komen op een hoger plateau. Onderweg treffen we nomadenvrouwen aan en kinderen die kleedjes en (zelfgemaakte) sieraden laten zien, die ze zo graag aan die enkele toerist zouden willen verkopen. Voor hen vaak de enige bron van inkomsten. Het dorpje Tagmout (1750 meter, waar we stoppen voor de lunch bestaat slechts uit enkele verspreid staande huizen. Hier zien we amandelbomen met, in februari, prachtige witte bloesems. We buigen af naar het oosten en klimmen naar de Tizi-n-Tagmout (1790 meter). Na de pas komen we in een brede vallei tussen hoge bergkammen. Het landschap wordt grilliger, steiler, ruwer en dramatischer. Na nog een dik uur afdalen maken we kamp op 1640 meter, nabij een riviertje waar we ons lekker kunnen opfrissen.
dag 4 Assaka-n-Aït Ouzzine (1640 meter) - Tifdassine (1250 meter), lopen 5 uur
Vanaf het kamp dalen we verder af en komen al snel bij een kleine oase waar we de ruïne van een eeuwenoude kasbah zien. Even verder passeren we het gelijknamige dorpje Assaka-n-Aït Ouzzine (1580 meter). Door een relatief vruchtbare vallei met veel groene akkertjes, oleanders en zelfs hier en daar een palmboom, dalen we verder af en komen langs enkele kleine dorpjes. Het landschap is heel anders dan de eerste twee dagen en iedereen zal verrast zijn door de afwisseling. Steeds vaker zien we prachtige (in februari bloeiende) amandelboompjes langs ons pad. Om ons heen worden de rotswanden steiler. Net voorbij het dorpje Akerkour (ca. 1300 meter), met mooie boomgaarden, stoppen we voor de lunch. Daarna wordt het vlakker en als de kloof weer wijder wordt kijken we uit op het gehucht Berkik. Nog geen uur verder maken we kamp vlakbij een waterput onder een palmboom. Het heet hier Tifdassine.
dag 5 Tifdassine (1250 meter) - Bab-n-Ali (1350 meter), lopen 6 uur
Vanaf Tifdassine gaan we eerst omhoog langs de berg Alhiane (`de baard`) over een heuvel (ca. 1340 meter) die de naam Agarde Alhiane draagt (`achter de berg die op een baard lijkt`). Dan volgt een kleine afdaling naar het dorpje Idazzoun-n-Imlas (1140 meter). Hier is een schooltje, een open gebedsplaats en zelfs een klein winkeltje. Wij gaan verder door een rivierbedding en steken het Assif Tadudacht over. Tussen de uitgesleten rotsen gaat het nu langzaam omhoog. In de verte zien we de eerste grillig geërodeerde rotsen van het massief Tadaout-n-Tablah. Het landschap wordt steeds ruimer en droger met her en der uitstekende geërodeerde pieken. Langzaam gaan we omhoog naar de grote rotspartij met de naam Bab-n-Ali (1550 meter). Vanaf de pas bij deze rots is het uitzicht adembenemend mooi. Wij dalen af naar 1350 meter, naar een waterput met enkele huizen en een schooltje. Als we omkijken naar de grote Bab-n-Ali rots zien we hoe deze inderdaad een poort vormt met de ernaast liggende geërodeerde punt van het Tadaout-n-Tablah. Temidden van deze fantastische rotsvormen zetten wij ons kamp op. We genieten van een prachtige zonsondergang.
dag 6 Bab-n-Ali (1350 meter) - Igli (1740 meter), lopen 5 uur
We trekken verder door het surrealistische landschap met de bizarre rotsformaties waar het gebied zo om bekend staat. Vanaf het kamp gaan we de canyon van Afourar in, kriskras over de beek en over grote rotsblokken. Hier en daar is het nodig om mensen een handje te helpen. Door de kloof klimmen we langzaam omhoog naar ca. 1580 meter Dan dalen we af naar het dorpje Afourar en het gelijknamige riviertje. Door de vallei van Baïtdou stijgen we naar de Tizi-n-Igli (1900 meter). Hier staan we vlak voor een groot rotsmassief met grillig uitstekende punten. Beneden ons zien we de enkele huizen van het dorpje Igli al liggen: een klein gecultiveerd gebiedje omsloten door steile rotswanden.
dag 7 Igli (1740 meter) - Almou-n-Ouarg (2250 meter), 5 uur lopen
Vandaag moet er aardig wat geklommen worden. Vanaf Igli is het al direct steil omhoog naar een eerste pas. Het levert ons een mooi uitzicht op over het kleine dorpje en haar omgeving met mooie rotsformaties. Dan wordt het minder steil en lopen we over een ezelpad gestaag verder omhoog naar een pas op 2480 meter, net onder de Kouaouch. Wie weet passeren we nog nomadenvrouwen of kinderen met hun geiten en schapen. Op de pas stoppen we voor de lunch om energie op te doen voor het laatste stuk naar de top (2592 meter). Hoog uitkijkend over alles zien we in het noorden de besneeuwde toppen van de Hoge Atlas en in het zuidoosten het begin van de woestijn. Via de Tizi-n-Ouarg dalen we af naar ons kamp Almou-n-Ouarg (2250 meter). Hier zetten we voor de laatste keer de tenten op en bereiden ons voor op een koude nacht (-5º C).
dag 8 Almou-n-O. (2250 meter) - Tagdilt (1660 meter), lopen 5 uur
Vanwege de ochtendkou staan we wat later op; zodra de zon achter de bergen vandaan komt. Ons koesterend in het zonnetje genieten we van het ontbijt. Dan breken we de tenten op en gaan weer op pad, omhoog naar de laatste pas, Tizi Iferd (2485 meter), temidden van een klein bos van jeneverbesstruiken, een zeldzaamheid in deze streek. Boven op de pas genieten we van de nog steeds wonderschone Hoge Atlas. Een lange afdaling brengt ons naar Tislit n`Ourzazan (1850 meter). Het landschap is vlakker met veel zand en geeft je de sfeer al bijna in de woestijn te lopen. Toch zitten we nog steeds boven de 1600 meter. In Tagdilt slapen we de laatste nacht in een gîte; een tot herberg ingericht groot Berberhuis. Hier rollen we onze matjes en slaapzakken uit op de met Berberkleden bedekte vloer. ’s Avonds nemen we afscheid van onze begeleiders die ons met hun gezang en trommelmuziek bedanken.
dag 9 Tagdilt - Ouarzazate (minibus 2 uur)
Een minibus staat al vroeg klaar om ons naar Ouarzazate te brengen. Onderweg is er gelegenheid voor nog een stop om wat te drinken of om de markt in Qalat M`Gouna of Skoura te bezoeken. In Ouarzazate heb je nog alle tijd om lekker rond te lopen, de gerestaureerde Kasbah Taorirt te bezoeken of de Atlas filmstudio’s. Ook kun je een excursie maken naar het oude kasbah dorp Aït Benhaddou. Of wat dacht je van een verkwikkend bezoekje aan een hammaam (Marokkaans badhuis)`
dag 10 Ouarzazate naar Amsterdam
De terugvlucht staat vandaag gepland en je neemt afscheid van het mooie Marokko.


















