Snel naar:
Vergelijkbare reizen:
Tell a friend
Annapurna Rond (lodgetrek): Van dag tot dag
De tocht rondom het massief van de Annapurna is van de klassieke "lodge treks" wellicht de meest afwisselende, zowel in landschappelijk als cultureel opzicht. Bovendien heeft deze tocht als belangrijk voordeel dat je vrijwel helemaal rondom één van de grote 8000-er massieven heen loopt. Je steekt een pas over van 5400 meter hoog, maar problemen met hoogteziekte doen zich bijna niet voor door ons perfecte acclimatisieschema. Hiervoor neem je alle tijd. Het mooie van deze tocht is dat je niet alleen door een vrijwel autoloos gebied van onder de 800 meter hoogte naar boven de 5400 meter en weer omlaag wandelt, maar ook ter acclimatisatie via een prachtig zijdal naar het schitterende Tilicho meer gaat, wat vrijwel geen andere organisatie doet.
Je ziet per twee dagen van alles veranderen: vegetatie, huizenbouw, klederdracht en berggezichten. Je loopt als het ware van de zomer, via de herfst en winter, weer de zomer in. Er zijn subtropische bossen, maar ook ijzige rotswanden en gletsjers. Je ontmoet verschillende stammen: naast hindoeïstische Chetri- en Brahmindorpen zie je hogerop de dorpen van de boeddhistische Gurung en Manangba. De Thakali van de Kali Gandaki vallei zijn bekend om hun gastvrijheid en hotelierschap! Dit is het gebied waar al heel lang toerisme gemeengoed is.
Opzet van de reis
Na even geacclimatiseerd te zijn in Kathmandu stappen we in de bus naar Dumre, waar we afslaan richting Besisahar en Bhulbhule. In een dag of zeven lopen we langs de Marsyandi rivier omhoog. We overnachten in lodges. De Manang vallei is pas in 1978 opengesteld voor toeristen en het heeft wel tot midden jaren 80 geduurd voordat toerisme enigszins op gang was gekomen. Vanaf Braga en Manang, op 3500 meter, wordt het gebied kaler en kouder. In deze prachtige omgeving hebben we 4 dagen om de vallei naar het Tilicho meer te verkennen. De pasoversteek zelf neemt vanaf Tilicho Base Camp drie dagen in beslag. Je loopt tussen fantastische toppen, gletsjers en rotswanden alsmaar hoger. Je hebt schitterende zicht op het Annapurna massief en als je de pas eenmaal over bent, op de vallei van Mustang en de machtige wanden van de Dhaulagiri. Net over de pas, in de regenschaduw van de Annapurna heeft het landschap een woestijnachtige aanblik. Gele, grijze en rode tinten wisselen elkaar af.
In de Kali Gandaki vallei is de weg-in-aanbouw inmiddels in een ver gevorderd stadium en we kiezen er dan ook voor om vanuit Jomosom terug te rijden naar Pokhara. We vermijden zo het teruglopen langs de weg en ook het zenuwslopende gedoe met veelal vertraging en wachten rond de vlucht van Jomosom naar Pokhara.
Een mooiere plek dan Pokhara om bij te komen van de vermoeienissen is er niet: het Annapurna massief weerspiegelt er in het stille Fewa-meer, er zijn geweldige restaurants, goede lodges en heel veel leuke winkeltjes; je kunt er lezen op de veranda, fietsen, kanoën en als je er nog niet genoeg van hebt natuurlijk ook nog even wandelen.
Een opmerking vooraf
Het gaat hier om een avontuurlijke reis. Er zijn diverse factoren die onderweg onze reisplannen kunnen beοnvloeden, hoe goed de reis ook is voorbereid. Onderstaande reisbeschrijving geeft de hoofdlijnen van de reis weer. De reisleiding kan zich echter genoodzaakt zien om tijdens de reis verschuivingen in het geplande programma aan te brengen.
dag 1 en 2 Amsterdam-Kathmandu
Deze dagen zijn gereserveerd voor een vlucht naar Kathmandu. Verschillende vluchtmogelijkheden vind je onder vliegtickets.
dag 3 Kathmandu
Aan het begin van de reis heb je tijd vrij te besteden in Kathmandu en omstreken. Een eerste wandeling door Kathmandu is overweldigend. Durbar Square met z’n aaneenschakeling van tempels en z’n smalle zijstraten vol kleurrijke mensen, handel en vertier is hét centrum en ademt een sfeer waarmee de hele oude stad is doortrokken. Iets verder liggen de prachtige Boeddhistische Stupa’s van Swayambhunath en Bodnath. Dat geldt ook voor Pashupatinath, een hindoetempelcomplex met crematie ghats (kades) aan de oever van de heilige Bagmati-rivier. De twee koningssteden Patan en Bhaktapur liggen net buiten Kathmandu. De “middeleeuwse sfeer” wordt er bepaald door de oude bebouwing, de tempels en de smalle straatjes, waar geen gemotoriseerd verkeer kan komen. Zelfs de stadsdelen zijn hier nog volgens het kastensysteem gegroepeerd. Patan heeft een fascinerend centraal Durbar Square met vele tempels, standbeelden en een koninklijk paleis. Tevens bevindt zich hier een van de mooiste boeddhistische kloosters in Nepal. Bhaktapur is het meest oorspronkelijk gebleven en totaal autovrij. Pottenbakkers hebben met hun activiteiten een compleet plein in beslag genomen en duizenden potten staan te drogen in de open lucht. Ook aan het einde van de reis verblijven we in Kathmandu.
dag 4 Kathmandu Bhulbule (825 meter)
We beginnen met een lange busrit van 7 tot 8 uur. Direct nadat je uit Kathmandu bent vertrokken, stijg je naar het pasje over de bergrand die de Kathmandu-vallei omgeeft. Vandaar heb je bij helder weer al een fenomenaal uitzicht op o.a. Ganesh Himal, Lamjung Himal en Annapurna. De weg daalt nu tot ongeveer 400 meter hoogte en loopt langs de Trisuli-rivier. Beneden zie je een enkele groep in rafts de soms onstuimige rivier afzakken. Bij Muglin, na ongeveer 4 uur rijden, stoppen we even voor de lunch waarna de reis wordt vervolgd tot Dumre. Daar verlaten we de hoofdweg naar Pokhara. We slaan rechtsaf de bergen in en na het plaatsje Besisahar rijden we over een onverharde weg naar Khudi (790 meter). Daar stappen we uit de bus en lopen we in een half uur naar Bhulbule. Als de weg klaar is zal het mogelijk zijn helemaal tot aan Bhulbule door te rijden. Bhulbule is een fraai dorp naast de lawaaierige rivier temidden van de typisch terrasvormige rijstvelden van het midden Nepalese bergland.
dag 5 Bhulbule Syange (1125 meter)
De eerste loopdagen door dit betrekkelijk dichtbevolkte gebied zijn niet lang, maar wel heet, omdat we nog niet erg hoog komen. We genieten van de thee en mandarijnen (najaar) in de dorpjes en kunnen ons opfrissen in beekjes en onder watervallen. Behalve de oorspronkelijke Nepali stammen, vinden we hier in de lage heuvels ook groepen, die uit India afkomstig zijn. Het is prachtig om langs de rivier de Marsyandi te lopen. Het blauwe water schuimt naar beneden en maakt op sommige plaatsen een hels kabaal. Bij Bhulbule en het verderop gelegen dorpje Ngadi zien we de eerste tekenen van boeddhistische beschaving: gebedsvlaggen op de huizen. De meeste vrouwen lopen hier al in de typische klederdracht met lange zwarte rokken en een soort schort met felle kleuren. Over een prachtige hangbrug steken we een rivier over en stijgen 300 meter naar het Hindoeïstische dorpje boven op een kam: Bahundanda (heuvel van Brahmanen). Meestal lunch je in dit dorpje bij hotel Superb View, dat lekkere knoflooksoep op het menu heeft staan. Twee uur verderop ligt het piepkleine dorpje Syange/Gharmu Phant (1125 meter), vlak naast een enorme waterval. Aan de voet hiervan kun je lekker baden in de verschillende heldere poelen waarvan het water toch wel wat kouder begint aan te voelen.
Exclusief pauzes wandel je vandaag zo’n 5-6 uur en je stijgt effectief 300 meter.
dag 6 Syange Tal (± 1600 meter)
De vallei van de Marsyandi rivier wordt nu nauwer en we moeten meer stijgen... en dalen. We zien dat hoog op de steile hellingen nog terrassen zijn gemaakt waarop granen worden verbouwd. We lopen meer door bos en minder door in cultuur gebracht land. We passeren twee dorpjes vandaag: Jagat, waar de huisjes tegen en onder de rotsen zijn gebouwd en Chamje waar we lunchen. Direct na de lunch steken we op een indrukwekkende plek de rivier over: donderend geraas van de woeste watervallen van de Marsyandi. Dan is het nog een klim van ongeveer twee uur voordat je ineens in een heel vlak stuk van de vallei komt. De rivier meandert hier rustig doorheen. Het dorp heeft een soort wildwest sfeer: houten huizen met veranda`s en watervallen aan alle kanten van het dal. Hier begint het district Manang en vanaf nu zijn alle dorpen boeddhistisch. Gelukkig is het vanaf vandaag `s nachts wat koeler zodat we lekker kunnen slapen.
Exclusief pauzes ben je ongeveer 5-6 uur onderweg. Effectief stijg je 500 meter naar net boven de 1600 meter.
dag 7 Tal Bagarchap (± 2140 meter)
Vandaag lopen we niet zo ver. Het landschap is ongelooflijk mooi. Steile rotswanden, watervallen, immens groene bossen en spectaculaire hangbruggetjes geven het aanzien aan deze dag. Bovendien is er in Bagarchap, waar we zullen overnachten, een kloostertje. We zullen in de middag tijd hebben om hier wat rond te kijken. We moeten wel geluk hebben willen we een ceremonie meemaken want de monniken zijn vaak weg: aan het werk op het land of studeren in de stad. In het najaar van 1995 is Bagarchap getroffen door een aardverschuiving waarbij 24 huizen zijn vernield en 20 mensen zijn gedood. Je klimt vandaag opnieuw zo’n 500 meter en wandelt in 3-4 uur van Tal naar Bagarchap.
dag 8 Bagarchap Chame (± 2700 meter)
Bagarchap ligt zo ongeveer op de splitsing in de vallei. Oostelijk gaat het over de Larkya-La (pas) die rondom de Manaslu leidt; wij nemen de westelijke route die over de Thorung La leidt, rond de Annapurna. Door schitterende bossen stijgen we naar Chame, hoofdplaats van dit gebied. Dit plaatsje heeft wat meer faciliteiten zoals internet en soms is er een (boogschutter-)festival. Vanaf het terras van de lodge kijken we recht op Annapurna II en Lamjung Himal. Onderweg zagen we achter ons steeds groter de toppen van de 8100 meter hoge Manaslu. Er kan deze dag ook via een hoge route met nog meer uitzicht op het Manaslu massief worden gelopen.
Je bent zo’n 5-6 uur onderweg naar Chame. Een half uur nadat je vandaag met wandelen begonnen bent, is er een flinke klim van zo’n 400 meter. Je stijgt effectief ruim 500 meter.
dag 9 Chame Pisang (± 3000 meter)
Na een paar uur langs de rivier gelopen te hebben over uit de rotsen uitgeblazen paden klimmen we weer verder naar de 3000 meter. We passeren dan de indrukwekkende, 1500 meter hoge granietwanden die de rivier zuidwaarts dwingen, terwijl wij stijgen door een mooi bos naar de brede Manang-vallei, in het noordoosten. Het eerste dorpje is Pisang. De manier waarop hier de huizen worden gebouwd, is weer heel anders. Duidelijk is dat we in een andere zone zijn beland en dat het hier gemiddeld veel kouder is dan wat we tot nu toe hebben gezien. De Marsyandi wordt smaller en de bruggen zijn van het Cantilever type, gemaakt van lange boomstammen die worden ondersteund door andere stammen die weer worden verankerd door netjes opgestapelde stenen. `s Middags kunnen we een acclimatisatietochtje maken naar Upper Pisang. We kunnen er ook voor kiezen morgen de hogere route te lopen, die eveneens via Upper Pisang loopt.
Exclusief pauzes wandel je 4-5 uur tot (Lower) Pisang. Het is een mooie, makkelijk wandeldag: er is 1 keer een klim van 200 hoogtemeters en in het totaal stijg je vandaag zo’n 300 meter.
dag 10 Pisang Braga (3450 meter)
We bevinden ons nu voorlopig in de hoge en droge Tibetaanse wereld achter de Annapurna`s. We lopen tussen gerstvelden. Vanaf Pisang kunnen we door het dal rustig naar Braga en Manang wandelen. De vallei is schaarser begroeid en de rode herfsttinten kleuren de hellingen (najaar). De Annapurna laat zich nu in volle omvang zien: van de 7900 meter hoge Annapurna II, de Annapurna IV, de Annapurna III, Gangapurna en Roc Noir.
De deelnemers die iets extra`s willen doen, kunnen hier hun hart ophalen. Zij nemen een route hoger op de berg via Upper Pisang en hebben eerst achterom kijkend zodoende een nog fraaier uitzicht op de witbesneeuwde toppen in het zuiden. Ook komen zij door twee heel authentieke bergdorpen: Gyaru en Ngawal. Warm aanbevolen!
Beide routes eindigen in het schilderachtige dorpje Braga, een tegen de rots geplakt dorp met een heel mooie, zeer oude Gompa, die een bezoek meer dan waard is. In principe overnachten we hier twee nachten om te acclimatiseren.
Je stijgt effectief zo’n 450 meter. Als je de hoge route neemt, wandel je in totaal een 6-7 uur. Via de hoge route begin je net buiten (Lower) Pisang vrij snel aan een klim van 450 hoogtemeters naar Upper Pisang en Gyaru. De lage route duurt ongeveer 3-4 uur en is aanbevolen voor de mensen die het rustig aan willen doen en/of enige last hebben van de toenemende hoogte.
dag 11 Braga: acclimatiseren
In Braga blijven we minstens één dag rusten om te acclimatiseren. We bekijken het dorpsleven en worden telkens weer stil van de ontzaglijke witte toppen en gletsjermassa`s hoog boven ons aan de zuidkant. Een bezoek aan het oude klooster in het gehucht is zeer de moeite waard. De nachten zijn nu koud en overdag is het uit de wind heerlijk om in de zon te zitten. Wel oppassen voor verbranden. Zo nu en dan zien we op de velden de langharige yaks, die worden gebruikt als lastdieren, maar die ook leverancier zijn van boter, vlees, wol en kaas. Voor degenen die willen, is er de mogelijkheid om in minder dan een uur naar Manang te lopen. Je kunt daar door het oude deel van het stadje dwalen, verderop nog het blauw/grijze gletsjermeer gaan bekijken, naar de film te gaan, of een lezing over hoogteziekte bij te wonen.
dag 12 Braga Khangsar (± 3750 meter)
Na Braga en Manang heb je de keuze uit twee valleien, de ene vallei leidt je via de hoofdroute naar de Thorung La, de andere naar het Tilicho meer. De komende 3 dagen ontdekken we de Tilicho vallei en kunnen, mits je goed acclimatiseert, zelfs een bezoekje brengen aan dit hoog (5000 meter) gelegen meer. Vandaag lopen we aan de noordzijde van de rivier langs het Gangapurna gletsjermeer naar Khangsar. Het is zo’n 3 uurlopen en 250 – 300 meter stijgen naar Khangsar. Khangsar zelf is een dorpje dat niet op de hoofdroute ligt en nog veel authentieker dan de dorpen die je tot nu toe zag. Hou er rekening mee dat vanaf hier ook de lodges beduidend primitiever zijn dan je gewend was.
dag 13 Khangsar - Tilicho Basecamp lodge (± 4150 meter)
De vallei wordt nu nog kaler en wilder, de bomen zijn nu op struik formaat. Hoog boven de vallei loopt een prachtige route met uitzicht op steile wanden van de Grand Barrier de diverse Annapurna toppen zoals de Gangapurna.
Er zijn vandaag twee routes, een hogere en een lagere. Beide paden zijn de lastigste van de hele rondgang –tenminste als de Thorung La pas die we later oversteken sneeuwvrij is. Bij de hogere klim je eerst naar boven de 4700 meter waarna je via een smal pad over een steile gruishelling naar de lodge omlaag loopt. De lagere route is minder steil, maar je loopt hier op een pad over een steile helling waar over een breedte van 1,5 kilometer aardverschuivingen hebben plaatsgevonden. Er is (een heel kleine) kans op steenslag hier, dus blijf hier niet te lang staan en blijf opletten. Soms is één van de twee routes niet begaanbaar. Je loopt vandaag ongeveer 5 uur en stijgt effectief een kleine 400 meter.
dag 14 Tilicho BC - Tilicho meer (± 4900 meter) Tilicho BC
Op de kaart lijkt het dat je er bijna bent, maar de klim naar de oevers van het meer is lang en zwaar door de hoogte en doordat je voor de eerste keer op deze reis op een dergelijke hoogte komt. Het pad is goed en slechts op enkele plaatsen steil. Later, wanneer je de Thorung La gaat oversteken, zul je heel erg blij zijn met deze extra tocht naar 5000 meter omdat je dan veel beter aan de hoogte gewend bent dan de gemiddelde Rond Annapurna loper. Aan je linkerhand staat de Grand Barrier met de Tilicho piek als hoogtepunt, het is een machtige wand met gletsjers. Die gletsjers stromen in het Tilicho meer. Onderweg heb je kans bharals tegen te komen, nepalees voor wilde blauwschapen. Ook zie je hoog in de bergen boven de 3000 meter soms imposante lammergieren en/of sneeuwgieren (Himalayagieren) door de lucht zweven. Na enkele uren klimmen zie je de stapel stenen met daarop een aantal gebedsvlaggen, dat is het punt waar je op de pas staat waarachter het meer ligt. Het uitzicht is fantastisch.
Het meer is overigens in het voorjaar meestal nog bevroren, voor het mooie blauw moet je in het najaar zijn. Bij sneeuwvrije paden en goed weer neemt de tocht naar het Tilicho meer en terug zo’n 6 uur in beslag. Je stijgt 800 meter naar het meer, maar verliest die hoogte dezelfde dag nog omdat je terugloopt naar het base camp.
dag 15 Tilicho BC Yak Kharka (± 4050 meter)
Sinds 2008 kiest HT ervoor om deze dag een nieuwe route te lopen: niet meer terug naar Manang, maar in plaats daarvan over een recentelijk geopend pad direct naar Yak Kharka. Ondanks dat je effectief een kleine 100 meter daalt, bestaat deze dagtocht toch uit redelijk wat dalen en stijgen, onder meer vanwege rivieren onderweg waar je overheen moet. En vlak nadat je uit Tilicho Base Camp vertrokken bent, moet je weer over dat lastige pad over de aardverschuiving. Blijf geconcentreerd hier en let op steenslag! Via de nieuwe route duurt het van Tilicho Base Camp tot Yak Kharka ongeveer 7 uur.
Yak Kharka betekent yak weide en deze beesten staan vaak bij het gehucht te grazen. Als de zon schijnt, kun je ’s middags heerlijk op het terras bij de lodge relaxen.
dag 16 Yak Kharka Thorung Phedi (4500 meter) - Thorung Phedi High Camp (4800 meter)
Vandaag lopen we in de ochtend eerst tot het einde van de vallei, daar waar hij wordt geblokkeerd door enorme rotswanden. We stijgen naar 4500 meter naar Thorung Phedi waar we lunchen. In principe lopen we na de lunch nog zo’n anderhalf uur en 300 meter omhoog naar het High Camp waar we overnachten. Het grote voordeel van een overnachting in het High Camp is, dat de pasdag van morgen minder lang en zwaar is. Bovendien zou je door de tocht naar het Tilicho meer voldoende geacclimatiseerd moeten zijn om een overnachting op dergelijke hoogte zonder grote problemen aan te kunnen. Mochten er toch deelnemers zijn met ernstige hoogteziekte, dan kan ervoor worden gekozen om op 4500 meter in Thorung Phedi te slapen. Mocht je erg tegen de pasdag opzien, dan zijn er vaak wel lastdieren te huur die je over de pas brengen.
Je loopt ongeveer 5½ uur en stijgt ongeveer 750 meter.
dag 17 Thorung High Camp Muktinath (3800 meter)
Dit is de grote dag, de dag van de pas. Vroeg opstaan, want het is raadzaam om al even voor zonsopgang te starten om voldoende tijd te hebben en om iedereen de gelegenheid te geven voor de middag de top te bereiken. Tegen de middag begint het vaak zo hard te waaien dat rust nemen op de top dan te bar wordt. Vanuit het High Camp stijg je zo’n 600 hoogtemeters tot aan de Thorung La pas. Langzaam maar zeker ontstijg je de wereld en steeds wanneer je denkt de laatste hobbel genomen te hebben, volgt er nog één en nog één. Soms ligt er sneeuw op het pad, soms ook niet. Boven op de pas ligt de Lhato, symbool voor de goden die de pas beheersen. Het is gebruikelijk ze aan te roepen (Ke, Ke, So, So, Larkye Lo) en een steen toe te voegen aan de hoop die er al ligt. Over de hele pas zijn gebedsvlaggen geplaatst. Na de pas wacht er een lange, van tijd tot tijd nogal steile afdaling van zo`n 1600 meter, die je in alle rust moet doen, zodat je knieën niet te veel belast worden. Het zicht naar het noordwesten op het fantastische woestijnlandschap van Mustang en Dolpo is weergaloos. In het zuidwesten zien we de enorme Dhaulagiri-top.
Op de pasdag wandel je tussen de 6 en 10 uur, afhankelijk van het weer en de gesteldheid van het pad (al dan niet met sneeuw). Je stijgt eerst 600 meter tot de pas en daalt vervolgens 1600 meter tot Muktinath.
Muktinath is een magische plek. Het is een pelgrimsplaats met zowel hindoe als boeddhistische tempels. Er branden vlammetjes boven op een bergbeek. Daaromheen is een tempel gebouwd en Hindoes zien het als de materialisatie van Shiva. Van heinde en verre komen hier pelgrims naar toe om helemaal op te gaan in het goddelijke. Een bad onder de 108 koude waterstralen is een must… Van verre komen pelgrims naar deze onherbergzame plek ter bedevaart. Soms zie je Sadhu`s die helemaal uit Zuid-India te voet hier naar toe zijn gekomen en in hun dunne oranje gewaden niet zijn berekend op de lage temperaturen die hier heersen.
dag 18 Muktinath Kagbeni (2850 meter)
De dag na de pas is vaak de mooiste van deze trek. De pasoversteek is spannend geweest omdat de meesten zich hebben afgevraagd of ze het wel zouden halen: conditioneel en qua hoogte. Vandaag is deze vraag niet meer aan de orde en iedereen kan ongestoord genieten van het schitterende landschap. Nu is het overduidelijk: we zitten in de regenschaduw van de machtige Himalaya midden in een woestijn gebied. Op de tegenover liggende helling zien we over de kale bulten het pad naar Inner Dolpo gaan; naar rechts ligt het lang verboden en pas recentelijk opengestelde gebied Mustang. Voor wie wil is er een schitterende ochtendwandeling te maken richting Mustang. Je loopt dan in een kleine 3 uur het rondje Muktinah-Chhyonkhar-Dzong (klooster)-Purang-Jharkot-Muktinah. Bij dit rondje wandel je door prachtige authentieke dorpjes waar maar weinig toeristen komen en heb je een mooie terugblik op een groot deel van de afdaling van de Thorung La. Je kunt ook in Muktinath blijven en het heiligdom bezoeken.
Later op de dag dalen we af naar de Kali Gandaki vallei en het vestingdorpje dat de ingang vormt van Mustang: Kagbeni. Van Muktinath naar Kagbeni daal je in minder dan drie uur lopen een kleine 1000 meter. Kagbeni is prachtig gelegen tussen het Annapurna en het Dhaulagiri massief op een plek waar een zijriviertje in de Kali Gandaki rivier stroomt. De graanakkers rondom het dorp zijn in het voorjaar groen met wuivende halmen. In de brede rivierbedding naast het dorp liggen talloze keien en fossielen. De besneeuwde toppen van de Nilgiris – bergen die onderdeel zijn van het Annapurna massief – steken majestueus uit boven het dorpje. In Kagbeni kun je doorgaans internetten.
dag 19 Kagbeni Jomosom (2750 meter)
We volgen de stenige bedding van de Kali Gandaki. Na 11 uur `s morgens steekt hier, vanwege het toenemen van het luchtdrukverschil tussen het Indiase laagland en de Tibetaanse hoogvlakte een harde wind op. Onderweg kunnen we een uitstapje maken naar Dhangarjong, een authentiek plaatsje westelijk van de rivier waar de grote stroom toeristen aan voorbij lijkt te zijn gegaan. We overnachten in Jomosom waar je kunt internetten (mits de verbindingen werken...).
Je daalt 100 meter en wandelt 2,5 uur.
dag 20 en 21 Jomosom naar Pokhara (± 800 meter) - Kathmandu
Nadat we vroeg opgestaan zijn rijden we naar Pokhara. Dat is dan weer makkelijker gezegd dan gedaan. De weg is nog niet in goede staat en de vervoermiddelen zijn krakkemikkig. Dus is het een hele dag hobbelen achter in een jeep of bus waarbij we misschien soms ook nog eens van voertig moeten wisselen. We kiezen toch voor deze vorm van vervoer omdat je dan kunt genieten van de hele route en omdat we hiermee het gestress van een mogelijke vlucht met vertraging en eindeloos wachten voorkomen.
Pokhara is een geweldig stadje om bij te komen van de vermoeienissen van een tocht. Het klimaat is uiterst aangenaam, de uitzichten schitterend. Je kunt er zwemmen in het meer en je te goed doen aan allerlei ongelooflijk lekkere gerechten in de talloze restaurants.
De volgende dag reizen we naar Kathmandu. We gaan met de bus in ongeveer acht uur terug naar Kathmandu, waar we nog wat tijd hebben om rond te kijken, inkopen te doen en ons op te maken voor de terugvlucht naar Amsterdam.
N.B. Het is mogelijk te vliegen van Jomosom naar Pokhara en/of van Pokhara naar Kathmandu. De kosten zijn niet bij de reissom inbegrepen. Je kunt bij boeking aangeven of je wilt vliegen. Mocht de vlucht om wat voor reden dan ook geannuleerd worden, zul je per jeep / bus moeten reizen.
dag 22 Kathmandu
Deze dag is te gebruiken voor het kopen van souvenirs, kloosterbezoek, dingen die je nog niet hebt gezien op de heenreis, een mountainflight richting Mt. Everest o.i.d.
dag 23 en 24 Kathmandu-Amsterdam
De terugvlucht naar Nederland.


















