Home Diashow's Brochure 2012 Contact Sitemap Mijn HT
DAGEN LOPEN ZWAARTE
20 12 2
VERTREK TERUG REISSOM
15 oktober 03 november € 1295,- **
05 november 24 november € 1295,- **
** exclusief ticket
Tickets vanaf: € 865,-
Boek deze reis »

Snel naar:


Vergelijkbare reizen:


Tell a friend

Vertel door »

Deze pagina afdrukken Sherpaland: Van dag tot dag

Iets zuidelijk van de klassieke aanloop route naar Mount Everest ligt een gebied waar je bij uitstek in het vroege voorjaar of het late najaar (of zelfs in december) uitstekend een trek kunt maken. Het is in toeristisch opzicht nog onbekend. Je loopt door dorpjes van verschillende stammen, over bergkammen van meer dan 3500 meter, met prachtige zicht op de hoge pieken, en door dichtbegroeide rododendronbossen. Hier en daar is er een boeddhistisch klooster waar je eeuwenoude rituelen mag meemaken. Het is met name het gebied van de sherpa’s. Enkele van onze gidsen wonen in dit gebied en zij zullen graag met je meegaan om je een zo goed en open mogelijk beeld te geven van het leven in Nepal anno nu. De beschrijving van de trek is van reisleidster Hilde Noë, gebaseerd op haar ervaringen november/december 2008. Sinds 2008 gaat er geen Nederlandse reisleider meer mee op deze tocht. De Nepalese gidsen hebben deze route al heel vaak gedaan, de paden zijn over het algemeen goed en de grootste hoogte komt niet boven de 5000 meter.

Een opmerking vooraf

Het gaat hier om een avontuurlijke reis. Er zijn diverse factoren die onderweg onze reisplannen kunnen beïnvloeden, hoe goed de reis ook is voorbereid. Onderstaande reisbeschrijving geeft de hoofdlijnen van de reis weer. De reisleiding kan zich genoodzaakt zien om tijdens de reis verschuivingen in het geplande programma aan te brengen.

dag 1 en 2 Amsterdam-Kathmandu

Deze dagen zijn gereserveerd voor een vlucht van Amsterdam naar Kathmandu. Verschillende vluchtmogelijkheden vind je onder vliegtickets.

dag 3 Kathmandu

Aan het begin van de reis heb je tijd vrij te besteden in Kathmandu en omstreken. Een eerste wandeling door Kathmandu is overweldigend. Durbar Square met z’n aaneenschakeling van tempels en z’n smalle zijstraten vol kleurrijke mensen, handel en vertier is hét centrum en ademt een sfeer waarmee de hele oude stad is doortrokken. Op fietsafstand liggen de prachtige Boeddhistische Stupa’s van Swayambhunath en Bodnath. Dat geldt ook voor Pashupatinath, een hindoetempelcomplex met crematie ghats (kades) aan de oever van de heilige Bagmati-rivier. De twee koningssteden Patan en Bhaktapur liggen op fietsafstand van Kathmandu. De “middeleeuwse sfeer” wordt er bepaald door de oude bebouwing, de tempels en de smalle straatjes, waar geen gemotoriseerd verkeer kan komen. Zelfs de stadsdelen zijn hier nog volgens het kastensysteem gegroepeerd. Patan heeft een fascinerend centraal Durbar Square met vele tempels, standbeelden en een koninklijk paleis. Tevens bevindt zich hier een van de mooiste boeddhistische kloosters in Nepal. Bhaktapur is het meest oorspronkelijk gebleven en totaal autovrij. Pottenbakkers hebben met hun activiteiten een compleet plein in beslag genomen en duizenden potten staan te drogen in de open lucht. Ook aan het einde van de reis verblijven we in Kathmandu.

dag 4 Kathmandu – Poku, 12 uur onderweg….

Het is vandaag een lange rit dus we vertrekken vroeg met de bus uit Kathmandu. Met zijn allen (gids, kok, dragers en wijzelf) rijden we noordwaarts richting Jiri. Nog een flink stuk voor Jiri, net wanneer we zicht hebben op de besneeuwde toppen van de Himalaya, gaan we oostwaarts. Het is een zandweg die ze breder maken zodat hij geschikt wordt voor vrachtwagens en ander vervoer dat naar een waterkrachtcentrale in opbouw gaat, bij de Likhu Khola. Zeker vanaf Tribeni (de samenloop van drie rivieren, nl. de Charange Khola, de Bhote Kosi en de Tamba Kosi) is het min of meer rally rijden. Kort vóór ons doel, Sirse, stranden we. We hebben nog net de tijd om onze tenten op te zetten voor het donker wordt. We staan op een veldje bij een schooltje in Poku, een gehuchtje vlak bij Sirse.

dag 5 Poku-Wajpu, 4½ lopen, 1100 meter stijgen

We beginnen de dag rond 8.00 u met een steile en wat gladde afdaling naar Sirse. Het is nog fris, maar prachtig weer. In Sirse is het marktdag, met alle schilderachtige toneeltjes van dien. Daar tussendoor komen schoolkinderen aanlopen die in de laadbak van een vrachtwagen klimmen. Hoever moeten ze nog? Het is hier allemaal heel simpel. Het plaatsje ligt op nog geen 800 m hoogte in een breed dal waar de Likhu Kosi doorheen stroomt. We steken de rivier over. Tegen de hellingen aan weerszijden van de rivier liggen rijstvelden in terrasvorm. Maar de meeste rijst is al geoogst. Hier en daar wordt er gedorst. We nemen een weggetje tussen de veldjes door, min of meer parallel aan de rivier. Ondertussen stijgen we toch behoorlijk. We steken de zijrivier Pakali over en we krijgen onmiddellijk een forse helling voor de kiezen. Maar dat pad leidt wel naar een mooie waterval en naar een soort ‘natuurlijk’ beeldhouwwerk. Met elke stap zakt de vallei dieper weg en zien we hoe mooi de opbouw van de veldjes is met hier en daar een huis en wat bomen. Het is ondertussen ook echt warm geworden. We komen kort na de middag in Waijpu aan. Op het pleintje naast de school wachten we op elkaar. We horen een meester lesgeven en het gemurmel van zijn leerlingen. Het is hier erg vredig. We kunnen kamperen op een rijstveldje waar alleen nog wat stoppels staan, met uitzicht op de hele vallei. Hoogte ca. 1900 meter. De eigenaar woont boven ons in een zo te zien stevig huis. Tussen de bloemen heeft hij een buitendouche waarvan we gebruik kunnen maken. De man is een oudgediende van het Engels leger (gurkha). Met behulp van Engelse donateurs heeft hij voor elektriciteit gezorgd (zonnepanelen) in zijn dorp en in de omgeving. We zien iets van welvaart of, beter gezegd, een verbetering van de meest primaire levensvoorwaarden. De mensen zijn hier niet gewend om toeristen te zien. We zijn echt een bezienswaardigheid. ’s Avonds komt het hele dorp langs en worden we getrakteerd op dansen.

dag 6 Wajpu – (iets vóór) Sakhamadi, 4½ uur lopen, 700 meter stijgen

We komen niet zomaar weg uit Wajpu. Wanneer we klaar staan om te vertrekken, is daar weer een groep van de lokale bevolking. We krijgen bloemenkransen omgehangen, boeketjes in de handen gedrukt en per persoon een tas mandarijnen. Er volgt nog een demonstratie muziek maken op mondharpjes en andere ingenieuze instrumenten. Tot aan de grens van het dorp worden we uitgeleide gedaan. De werkelijkheid is dan: een echt steile klim. Terwijl we ons daar helemaal op concentreren, horen we allerlei lawaai boven ons. De plaatselijk tamtam heeft zijn werk gedaan. Bij het volgende gehucht staat een ereboog waar we onderdoor moeten. Weer worden er bloemenkransen om de nek gelegd en tika’s op ons voorhoofd gedrukt. Ontroerend. Maar we moeten echt verder, weer stevig klimmen. En hoe doe je dat met kilo’s bloemen rond de nek? Het is niet alleen zwaar, maar het wordt ook bloedheet. Gelukkig bestaan er heilige bomen. We poseren nog even voor een foto en met een zucht van opluchting hangen we de kransen in de boom. We kunnen ‘verlicht’ verder klimmen. We komen weer tussen veldjes terecht die nu te hoog liggen om rijst te kunnen verbouwen. Hier staat maïs of gerst. Dan zijn er weer bomen en struiken met een mediterraan karakter. Dat verbaast ons niet gezien de hitte waarin we lopen, zelfs in deze tijd van het jaar.
Op een gegeven moment, niet lang nadat we een brug zijn overgestoken, zien we een zadel tussen de bergen met een tweetal huizen erop. We naderen onze kampplaats. Maar eerst komen we nog langs een prachtige stupa die stralend wit afsteekt tegen de intens blauwe lucht. Als we dan ook nog de besneeuwde toppen van de hoge Himalaya in beeld krijgen, kan het niet meer stuk. Dit is het Sherpa-dorp Sakhamadi.
We vinden een mooi kampplaatsje, tegen de wind beschut achter een haag van bamboe en met aan onze voeten een kleine gompa. Na de inmiddels traditionele soep en thee gaan we die bezoeken. De lama die normaal voor deze gompa zorgde, is vorig jaar overleden. Zijn vrouw zet die zorg voort. Maar het voelt een beetje ‘leeg’ in de ruimte. Na de bezichtiging worden we uitgenodigd om een kop boterthee te drinken bij deze vrouw thuis. We kijken onze ogen uit. Zo’n armoede, zo weinig bezittingen … Hoogte: ca. 2600 meter.

dag 7 Sakhamadi- Duble, 5½ lopen, “nepali flat”

Het heeft licht gevroren vannacht. Maar de ochtend is adembenemend mooi. We zien de Himalaya ontwaken in de eerste zonnestralen. Ik ben verbaasd dat dit licht dat al naar winter neigt, zo zacht is.
Kam Dawa, onze gids, omschrijft het traject van vandaag als “door de jungle” en “Nepalees plat”. Voor het eerste stuk klopt de kwalificatie beslist. Het is heerlijk om zo op en neer te lopen, heerlijk koel onder en tussen al dat groen. Dan volgt er een lange, steile en zanderige afdaling met grote open stukken in de richting van een riviertje. Het is de ideale plek voor de lunch.
We maken een scherpe knik naar het noorden, richting Bhitte, om dan plots weer (zuid)oostwaarts te gaan naar Duble. We hebben de jungle duidelijk achter ons gelaten en lopen, nu wat stijgend dan weer dalend, tussen veldjes waar de oogst al verdwenen is. Maar de ossen hebben er nog wat te knabbelen. Af en toe zien we een manimuur. We naderen bewoonde wereld. Wanneer we door een Tamang-dorp lopen, komt iedereen ons begroeten. Het is duidelijk dat Kam Dawa er bekend is. Er wachten ons dan nog wat venijnige kleine klimmetjes. We moeten tenslotte weer hoogte winnen na die lange afdaling. Maar plots ligt daar Duble. We kunnen het huis van Kam Dawa al zien. We kamperen op een zanderig veldje naast het huis van Kam Dawa. Naar beneden toe, in de richting van de rivier, staan nog een paar huizen tussen veldjes en omhoog op de helling ook. Ze zien er niet slecht uit. Aan het einde van de middag komen er wolken en mist opzetten. Het wordt snel donker en verdraaid koud. Hoogte: Duble ligt op 2500 meter.

dag 8 Duble rustdag

Dit is ‘de dag van Kam Dawa’. Hij zal ons allerlei aspecten van zijn dorp laten zien. We brengen eerst een bezoek aan de spiksplinternieuwe gompa. Alles is er kleurig en helder. De gompa voegt duidelijk iets toe aan het dorp en aan het gevoel van eigenwaarde van de bewoners. Daar vlakbij ligt de school. Ook die wordt met een bezoek vereerd. We worden plechtig ontvangen met een klein toespraakje van de hoofdonderwijzer en uiteraard weer met bloemenkransen en kata’s (witte sjaals). Op het schoolplein zingen de kinderen ons toe. We hebben wat kleinigheden bij ons. Iedere jongen en meisje krijgt iets. Het is echt een beetje feest. We nemen een kijkje in de klaslokalen. De aarden vloer is ijskoud. Gelukkig was er geld om een houten vloer te leggen in het lokaal van de kleuters. Naast een bord en wat bankjes is er verder niets. We bewonderen ook de nieuwe toiletten. Dit is een actie van Tammo de Jong uit Nijmegen. Met zijn kleine stichting (Nijmegen – Sherpaland) doet hij hier wondertjes. Het moet hard werken zijn om hier een schooltje overeind te houden. Nu het winter wordt, komen niet alle leerlingen meer naar school. Ze moeten vaak een uur of meer lopen en dat is niet goed te doen in de kou. We nemen nog een kijkje in het plaatselijke winkeltje. En dan is het tijd voor de lunch.
Na de middag dalen we af naar de rivier. Daar is nog niet zo lang geleden een watermolen gebouwd. Ook zijn er op verschillende plaatsen watertappunten gerealiseerd zodat er niet zoveel tijd en moeite gestopt hoeft te worden in het halen van water. Sommige huizen hebben een toilet en een heel simpele douche. Ook dit is gerealiseerd met hulp van dezelfde Nijmeegse stichting. Elektriciteit is er niet. Beetje bij beetje krijgen we een indruk van het leven van de bevolking. Het wordt helemaal ‘echt’ wanneer we later thee drinken in het ouderlijk huis van Kam Dawa en daar ook getrakteerd worden op gepofte aardappelen: er zit geen glas in de ramen, er is een open vuur zonder schoorsteen en er is geen licht. Je moet er niet aan denken hoe het gaat wanneer iemand ernstig ziek wordt. Kinderen hebben wellicht eens gehoord over een auto of een fiets, maar de meeste zullen er nooit een gezien hebben. We worden er stil van.
En dan gebeurt er iets ongelooflijks. Terug in het kamp krijgen we de mededeling dat we ons goed moeten aankleden, want wordt er een dansfestijn voor ons georganiseerd, buiten in de kou. Het is geweldig. We krijgen een voorstelling van bijna eindeloze Sherpa- en Tamang-dansen. In het donker komen steeds meer mensen aanlopen. Voor iedereen is er thee. Een kleine ouderwetse recorder op batterijen zorgt voor de muziek. De mensen zijn zo trots dat ze iets kunnen laten zien van hun cultuur. Op het laatst moeten we mee dansen op onze plompe bergschoenen. Maar we krijgen echt honger en beginnen ernstig te verkleumen. Het is ongebruikelijk laat als we onze eettent opzoeken. Wat een dag! We zijn ontroerd en onthutst tegelijk.

dag 9 Duble – Chuplu Bhanjyang, 4 uur lopen, “nogal up en down”

Het wordt weer een wat ongebruikelijke dag. We dalen af naar de rivier en klimmen iets naar boven. Eerst nemen we nog een kijkje bij weer een watermolen. Je ziet dat er veel gebruik van wordt gemaakt. We ontmoeten de chairman van de Nijmeegse stichting, een beminnelijke en vrolijke man, gezegend met zes mooie dochters. Drie van die meiden dansten mee gisterenavond. Ze bewonen een licht en groot huis. Deze familie is duidelijk in betere doen. Dat komt door de ontdekking van een steensoort in het land bij zijn huis. Die kan worden gebruikt in de bouw en levert dus geld op.
We beginnen met een behoorlijk steile klim, in de zon. Duble ligt aan onze voeten. Na 45 minuten stevig aanpoten staan we op het hoogste punt. Na een half uur afdalen zijn we bij de lunchplaats. Na de lunch lopen we in noordwestelijke richting. Ter hoogte van Dobate Banjyang draaien we weer naar het noorden. Daarna komt er een lange, soms wat scherpe afdaling, grotendeels onder de bomen. Door de nattigheid van de ochtendnevel is het nogal glibberig. Beneden steken we een riviertje over. Naar boven klimmend wisselen we herhaaldelijk van oever. Op een bepaald moment komen we op een zonnige open plek. Aan alle kanten duiken mensen op die op weg zijn naar een plaatselijke markt. De manden op de rug zijn volgeladen. Een kind loopt met een levende kip onder de arm. Daartussendoor zien we scholieren. We kijken wat rond en dan vertrekken we weer. Een half uur later zijn we bij de kampeerplek in Chuply Bhanjyang. Er staan wat huizen bij een kleine oude stupa. Iets verderop zien we een grotere stupa met een manimuur en vlakbij een kleine gompa. Op het veldje naast de stupa kunnen we onze tenten opzetten. Op het eigenlijke kampeerveldje staat een Duits groepje. Het is voor het eerst dat we andere Westerlingen zien. Er is een prettig zonnetje en we hebben de tijd om bijv. haren te wassen of om zomaar lui te zijn. Na de thee gaan we de gompa bekijken. Er zijn mooie wandschilderingen, vergelijkbaar met die van Duble. Maar er is niet echt ‘sfeer’. Hoogte: 2600 meter.

dag 10 Chuplu Bhanjyang – Kyungurding, 3 uur lopen

We volgen een stenig, af en toe stevig stijgend bospad. Het slingert zich tussen de bomen door. Af en toe hebben we fraaie doorkijkjes naar het gebied dat we achter ons laten. We kunnen ongeveer zien waar we gisteren liepen vanaf de open plek naar de campsite. We zien ook hoe over die open plek een weg doorloopt naar het dorpje waar de markt was. Het weer is zonder meer schitterend. We komen boven de boomgrens. In die openheid brandt de zon en snijdt de wind. We blijven even genieten van het weidse uitzicht. Dan steken we de kam over en dalen enigszins af. Een kwartiertje later vinden we een waterpunt bij een schamel hutje. Een goede plek voor de lunch, uit de wind in de zon.
Na de lunch lopen we naar links, de graat weer op. Dat is even klimmen! In zo’n 20 minuten overbruggen we 200 à 300 hoogtemeters. Wanneer we om de laatste bocht komen, ligt de hele range van de Himalaya zomaar voor ons: we kunnen kijken van de Annapurna in het westen tot voorbij de Everest in het oosten. Werkelijk adembenemend mooi. Vanaf dit hoogtepunt (in beide betekenissen) dalen we kriskras af, eerst over grasland, later door rododendronbossen in de richting van Kyungurding. Dat is het klooster waar Kam Dawa zijn opleiding als lama kreeg/krijgt. Plots zien we het goudgele dak tussen de bomen te voorschijn komen. Op deze plek heeft Kam Dawa een eigen meditatiehuisje. We mogen even naar binnen. Er is een kookruimte van ongeveer 2x2 meter, met vuurplaats en een rekje met potten en pannen. Daarnaast is de eigenlijke studie- en meditatieruimte. Die is nauwelijks groter. Er staat een bed en er is een houten zitbank met lessenaar ervoor. Wanneer we Kam Dawa vragen om op zijn meditatieplek te gaan zitten voor een foto, straalt hij. Dit is echt zijn plek. Maar hij is getrouwd en heeft een vrouw en zes kinderen. En weer bevangt me het gevoel hoe anders deze Sherpa’s in het leven staan dan wij Westerlingen, hoe anders ze omgaan met mogelijkheden en onmogelijkheden.
Ik had eigenlijk een soort lege cel verwacht met alleen de allernoodzakelijkste zaken. Maar het is er gezellig. Er hangen posters aan de muur en foto’s van zijn kinderen en van zijn leraar. Boven en rondom het klooster zijn een zestigtal van deze huisjes gebouwd. Nu de winter voor de deur staat, staan de meeste leeg. De Rinpoche is er ook niet. Hij leidt een ceremonie in een ander klooster. We dalen verder af langs twee stupa’s met gebedsmolens en langs de tempel. Hier komen en leven zowel getrouwde als ongetrouwde monniken. Het uitzicht op de Himalaya is weer zo mooi. Geen slechte plaats voor een gompa. Onze kampeerplek ligt er direct onder. Het is er lekker vlak. Nadat we de tenten hebben opgezet, is er nog even een momentje om ons te koesteren in de zon, dan zakt hij achter de bergen en wordt het weer ijzig koud. Hoogte: gestegen tot ca. 3000 meter Het uitzichtpunt lag op ca. 3260 meter volgens mijn GPS, volgens de kaart is het 3360 meter.

dag 11 Kyungurding – Samshingma, 3½ uur lopen

Vannacht was er een prachtige sterrenhemel. Het vroor licht. De sluierbewolking van gisterenmiddag was volkomen opgelost. Alles is betoverend wit vanmorgen. De hoge Himalaya piept voorzichtig te voorschijn uit de ochtendnevel. We lopen eerst comfortabel langzaam omhoog tussen soms boomhoge rododendrons. Wanneer we boven de boomgrens uitkomen, hebben we een goed uitzicht over de hele Ramding Danda (Danda = graat). We zullen hier een hele tijd langs lopen. Na vervolgens een korte klim zien we gebedsvlaggen wapperen in de wind. Even later ligt daar wat lager een kleine gompa (Kuyantar, ca. 3200 meter) omgeven door een hele cirkel van masten met gebedsvlaggen en daarnaast één huisje. Het blijkt bewoond. Een vrouw komt naar buiten en vraagt zich waarschijnlijk af wat die buitenlanders komen doen op deze al wat winterse dag. Ik daal af met Jit, onze kok. De gompa is kortgeleden gerestaureerd. Alles ziet er kraakhelder en verzorgt uit. De boeddhabeelden zijn van papier maché gemaakt en heel eenvoudig, maar zeker niet zonder uitstraling. Na dit korte bezoekje vervolgen we onze weg. Kort voor we de Ramding Danda verlaten om door te steken naar Taklung Danda, komen we bij een plaats die door herders wordt benut in de zomermaanden. Daar lunchen we. Na de lunch volgt eerst een korte klim, tegen de Taklung Danda op, steeds een beetje onder en boven de boomgrens. In de zon is het flink warm, in de schaduw fors koeler. We draaien rechts om de berg heen tot we echt op de graat komen, op het kruispunt met de Lamche Danda. Daar draaien we iets naar links, in noordnoordoostelijk richting, langs een heel oude donkere stupa. We blijven boven de boomgrens. We gaan kamperen dicht bij Samshingma. Het is de laatst mogelijke kampplaats waar nog water is vóór de Pike Peak.
We zetten de tenten op onder een manimuur, zoveel mogelijk uit de koude scherpe wind. Als de zon weg zakt achter de bergen daalt de temperatuur met wel 20 graden. Hoe zal dat morgen op de Pike zijn? Kam Dawa stelt voor dat we niet al te vroeg vertrekken in verband met de kou. Hoogte: ca. 3300 meter.

dag 12 Samshingma - Ngobur Gomba 3350 meter, 3-4 uur lopen

Het heeft flink gevroren vannacht. We stijgen in een gestaag tempo. Even een korte stop om iets te drinken. Het is ongeveer 2-2½ uur lopen voordat we op de top staan. We hebben dan 700 meter geklommen. De top van de Pike Peak ligt er prachtig bij in het heldere zonlicht, met de vele kleurige gebedsvlaggen zacht wapperend in de wind. Er is werkelijk geen wolkje aan de hemel. Omdat de top geïsoleerd ligt, is het of je in een omniversum staat: aan alle kanten bergen. Richting noord de besneeuwde toppen van de Himalaya. We nemen alle tijd om de hele range te bekijken. Naar het zuiden toe meer een coulisselandschap: bergketens achter elkaar verdwijnen steeds meer in de verre ochtendnevel. We kunnen zelfs ongeveer zien waar we de trekking begonnen zijn en hoe de weg zich tussen al die bergketens omhoogslingert. Op een gegeven moment vliegt er een Twinotter voor ons langs, blijkbaar op weg naar Phaplu, maar beduidend lager dan waar wij nu staan. Een bizarre ervaring. Na zo’n drie kwartier beginnen we aan de afdaling, 1.000 meter naar beneden, eerst door bultig grasland, dan stenige paden tussen wat struiken. Vervolgens struinen we tussen immense rododendrons in winterslaap. Sneller dan verwacht zien we Ngobur Gompa liggen. Hier is ook de lunchplek. Na de lunch genieten we van een halve rustdag, een middag in de zon, schrijvend, lezend, thee leutend, niksend, … Gestegen: 700 meter en gedaald 1.000 meter.

dag 13 Ngobur Gomba naar Toktor, 5½ uur lopen

We vertrekken in oostelijke richting. We gaan vandaag de bergrug oversteken waar Pike Peak en de Lamjura Danda deel van uitmaken. De weg loopt door een bos van overwegend rododendrons en hoge dennenbomen. Een lekker klimmetje. Tot plots om een bocht een ijswaterval het pad onbegaanbaar maakt. Het is even puzzelen hoe we hier overheen komen. Het eerste stuk ijs bedekken we met zand. Dan komt er een piepklein onbevroren plekje. Op die manier verzinnen we steeds iets nieuws tot we weer normaal over het pad kunnen lopen. Lekker spannend. En niet te geloven met welk gemak de dragers daar overheen komen. Al gauw blijkt dat dit niet de enige verijsde plek is. Telkens wanneer de bergwand zich naar binnen plooit en dieper in de schaduw komt te liggen, is er ijs in het spel. Verder is het eigenlijk een heel makkelijk begaanbaar pad. We komen een zonnige open plek en staan weer oog in oog met de Himalayareuzen. Het blijft fascinerend. Wanneer zeker is dat alle dragers het ijs getrotseerd hebben, gaan we weer verder. De weg loopt nu naar beneden, soms door bos soms langs iets opener graslandjes. Het ijs is hier nagenoeg verdwenen. Wanneer we op een soort bergruggetje komen met twee potdichte huisjes, weten we dat we bij de lunchplek zijn, bij Jase Banjyang (nepalees voor pas, 3500 meter). Het is even zoeken voor een goed plekje. De bergrug is veel te windering. We dalen van daaruit iets af tot bij een open plek tussen enorme dennenbomen . Er komt mist opzetten en het wordt behoorlijk fris. Het heeft wel iets magisch, of we “In de Ban van de Ring” zitten …
Na de lunch beginnen we weer met een stevige klim naar een soort open top of pas op 3800 meter hoogte. Het is weer een prachtig gezicht, zo op de rand van de boomgrens. Dan volgt een fikse wat lastige afdaling tussen hoge rododendrons en struiken waarvan papier wordt gemaakt. Deze laatste lijken een beetje op rododendrons, maar de bladnerven lopen anders. Het pad ligt bezaaid met rotsblokken en is doorkerfd met geulen. Wanneer op een mooie open plek komen nemen we een rustpauze. Enorme oude dennenbomen met een dikke groene vacht van mos staan om ons heen. Niemand zou verbaasd opkijken wanneer ze zouden gaan lopen, voorzichtig en een beetje stram en wanneer ze onder elkaar wat brommerig zouden gaan murmelen. Na de pauze gaat de afdaling gewoon door, al wordt de begroeiing wat minder dik. Na een half uur komen we bij een rivier. Dan komen er weilanden en nog iets later af en toe een huis. Later in de middag naderen we Toktor (ca. 3045 meter). Ondertussen is het weer mistig geworden en zakt de temperatuur behoorlijk. Net buiten het dorp zetten we de tenten op. Het is te merken dat we langs de ‘highway’ naar Lukla zitten. Er komen veel dragers langs, soms een enkele trekker. We zijn de drukte niet meer gewend. Wat een andere wereld.

dag 14 Toktor naar Thuptencholing Gompa, 3½ uur lopen

We vertrekken in de zon. Het eerste stuk van de trek is een beetje zoals gisteren: springen van rotsblok naar rotsblok. We lopen aanvankelijk nog tussen huizen die nog bij Toktor horen. Wanneer we beginnen te stijgen, is er geen bewoning meer. Op een gegeven moment zien we rechts in de diepte het grote dorp Junbesi liggen. Maar vandaag gaan we daar niet langs. We komen duidelijk in een wat welvarender gebied. Aan onze linkerkant ligt een goed verzorgd klooster. Jonge monniken lopen de berg op met masten met gebedsvlaggen. Die zullen geplant worden boven op de kam. Af en toe kruisen we een bewoner. Beneden ruist een rivier. Het geheel ademt een rustige activiteit.
Na 2½ uur lopen steken we een bruggetje over. Enkele Boeddhistische nonnen zitten er in de zon. Even verder wordt er een gigantische nieuwe stupa gebouwd. Die blijkt deel uit te maken van een groot vredesproject. Door heel Nepal worden een aantal van deze stupa’s neergezet. Op het grasveld daarnaast maakt Jit de lunch klaar. Ondertussen verbazen we ons over de simpele middelen die de bouwvakkers gebruiken: touwtjes om een precieze cirkel te construeren, de stenen worden met de hand op maat gehakt en naar boven gedragen. Na de lunch is het nog een half uurtje klimmen naar Thuptenchholing (ca. 3000 meter). We mogen de tenten opzetten aan de voet van het klooster op het helikopterveldje. Aangezien de Rinpoche niet komt, hoeven we geen helikopter te vrezen. Na de thee lopen we naar het boven ons gelegen medisch centrum. Daar wordt de Tibetaanse geneeskunst beoefend. Jammer genoeg zijn de artsen en hun medewerkers al weg. Misschien hebben we morgen nog de gelegenheid wat meer te zien…De zon verdwijnt al heel snel achter de bergen. De temperatuur zakt weer spectaculair. Gedaald en weer iets gestegen naar Thuptenchholing (net geen 3000 meter).

dag 15 naar Shengephuk op en neer, 5-6 uur lopen of een rustdag

Je zult vandaag moeten kiezen tussen het kloosterleven eens nader te bekijken of een mooie dagtocht te maken naar een 1000 meter hoger gelegen heilige plaats. 

De beschrijving van wat je zou kunnen doen in en in de nabije omgeving van het klooster.
In de ochtend zijn we naar Thuptenchholing Gompa gelopen, omhoog langs een brede trap met aan weerszijden bomen die het zonlicht zeven. Eerst is er een mannenklooster, daarna een voor vrouwen. Ze delen wel dezelfde gebedsruimtes. We bekijken eerst de oudste tempel. Het wordt niet duidelijk wanneer ze die gebruiken, maar het is wel een bijzondere plek. De diensten hebben nu plaats in een veel grotere lichte zaal met schitterende wandschilderingen. Het indrukwekkende Boeddhabeeld staat achter glas. Vandaag zijn er geen gebedsdiensten. Er is een soort vakantie, begrijpen we. In plaats van het bijwonen van een dienst gaan we naar de keuken. Daar zijn nonnen bezig om het eten klaar te maken voor 350 personen. Met pollepels waar een heel hoofd in kan, staan ze te roeren in reusachtige ketels met pruttelende soep. Hier hebben de houtvuren gelukkig wel schoorstenen. In deze keuken is een kleine afgeschermde ruimte die dienst doet als kantoor. Hier zwaaien blijkbaar de monniken de scepter. We maken een afspraak voor een speciale dienst voor Tara voor morgenvroeg.
Buiten op de binnenplaats zitten monniken en nonnen in de zon. We gaan er lekker tussen zitten. Wat zou iedereen eigenlijk doen zo’n hele dag? Het lijkt of er zomaar wat rondgehangen wordt. Maar misschien is deze vakantiedag niet het moment om daar achter te komen. Na de lunch op de kampeerplek lopen we verder de vallei in naar een lamaschooltje op zo’n klein uur lopen. Het laatste stuk, na een manimuur, is een wat venijnig klimmetje. We worden verwelkomd in de docentenkamer. Het is de laatste examendag. Morgen begint voor de toekomstige lama’s de wintervakantie van twee en een halve maand. De leerlingen zijn intern en als het zo koud wordt, is het moeilijk leven hierboven. De directeur van de school blijkt een belangrijke lama te zijn. Hij vertelt ons over het pittige studieprogramma. Naast lessen over het Boeddhisme, leren de jongens talen, wis- en natuurkunde, biologie, … alle normale vakken die in een goede school thuishoren. Het verbaast ons niet dat er zich veel meer jongens aanmelden dan er plaats is.

De beschrijving als je ervoor kiest om een dagtocht te maken…..
Een prachtige dagtocht is het klimmen naar Shengephuk, bijna 1000 meter hoger dan Thuptenchholing.. Daar is een rots met een bijzondere handafdruk van een belangrijke lama uit de begintijd van het Boeddhisme. Maar wie dat nu precies was, daar komen we niet achter.
Net zoals gisteren volgen we de weg dieper de vallei in. We steken weer de rivier over en lopen langs de manimuur tot bij de richtingwijzer: rechts ga je naar het schooltje, links naar Shengephuk. Al die tijd konden we de helling die nu voor ons ligt heel duidelijk zien. Het is licht bewolkt en daardoor ook kouder. Maar gezien de inspanning die we moeten leveren, is dat niet zo erg. Twee uur klimmen we nagenoeg onafgebroken naar boven door een landschap van rotsblokken en kort stekelig struikgewas. We schatten de hellingshoek op zo’n 45 graden. Op het moment dat het open landschap overgaat in bos, komt de zon te voorschijn en zien we een glimp van machtige besneeuwde bergen (Numbur, Khatang en Karyolung) vlakbij. Het pad wordt vlakker en gemakkelijker. Vóór ons schiet een kleurrijke pauw weg tussen de bomen. Maar verder is hier niemand. We stoppen kort bij een niet afgebouwd hutje. Van daaraf wordt het weer klimmen onder de hoge dennen en coniferen. Plots zijn we uit het bos. We blijken op de rand van een brede kom te staan. Beneden loopt een smal kronkelend riviertje. De oevers zijn bevroren. Aan de overkant wapperen gebedsvlaggen. We zien ook een klein huisje. We hebben ongeveer drie uur gelopen… We dalen af tot de bodem van de kom, klimmen weer een stukje naar boven. Alles lijkt te tintelen en is tegelijk in diepe rust. De kom is van een sublieme schoonheid, zonder meer een klein paradijs. Wanneer we bij het huisje komen, doet Kam Dawa de eerste deur open. Er is een vuurplaats en wat rommel. Je kunt hier goed schuilen. De tweede deur gaat open. Het is of er een stroom van, ja waarvan, naar ons toe komt. Of je het wilt of niet, je wordt direct geraakt. We bevinden ons in een piepkleine ruimte. Er is een minialtaartje en een bank om te mediteren. En links boven het altaartje zien we onmiskenbaar de diepe afdruk van een hand,. Alledrie leggen we onze hand erin. Toch even uittesten of die past. Op het altaartje ligt een gebedenboek. Kam Dawa gaat zitten en begint te reciteren. Wij luisteren stilletjes terwijl hij opgaat in zijn gebeden. Hoe noem je dit? Een gezegend moment? Om nooit te vergeten. Wanneer we weer buiten staan, kunnen we alleen maar blijven herhalen hoe mooi het hier wel is. We lunchen uit de wind, in de zon, met onze rug tegen het huisje. Na een uurtje beginnen we aan de afdaling, bijna met tegenzin. Op het uittrekken en weer aantrekken van onze fleece na, lopen we non-stop door. Twee uur later wandelen we de kampplaats op. Jit zorgt snel voor thee. En iedereen wil het verhaal van de handafdruk horen.
Maar er is nog een ander verhaal. De afgelopen nacht, hoorden we een enorm kabaal van potten en pannen. Hadden we ongewenst bezoekers? Was er iemand in het donker in de keukenspullen gevallen? We hadden inderdaad bezoek: van een beer. Jit en de koksmaatjes hadden hem met veel herrie weggejaagd. Vanuit het dorp beneden waren berichten gekomen dat de beer ook daar geprobeerd had om een huis binnen te komen.

dag 16 Thuptencholing Gomba naar Phaplu, 5 uur lopen

Vroeg op. We gaan een dienst bijwonen in het klooster. Tegen zevenen lopen we naar boven. De lucht is kristalhelder. De helling waar we gisteren liepen, kleurt lichtroze in het eerste ochtendlicht. De grote gebedsruimte zit tjokvol nonnen en monniken. Dankzij elektriciteit uit zonnepanelen is het grote boeddhabeeld glorieus verlicht. Al gauw begint de dienst. Terwijl nonnen en monniken hun gebeden zingen, wordt er thee rondgebracht. Het blijft fascinerend, hoe vaak je dit ook meemaakt. Hoewel je er niets van begrijpt, raakt het je toch. Wanneer de eerste zonnestalen in banen binnenstromen, worden de lampen gedoofd. Er wordt een stevige soep geserveerd als ontbijt terwijl er onverstoorbaar verder gebeden wordt. Dan wordt een pauze ingelast. De dienst zal later verder gaan, maar voor ons wordt dit te laat. We moeten nog alles opbreken en dan door naar Phaplu. We nemen afscheid, maken nog wat foto’s en dalen af naar de kampplaats. En maken ons klaar voor onze voorlaatste trekkingdag.
We lopen over een rustig ‘Nepali flat’. Junbesi blijkt een mooi en goed verzorgd plaatsje. Er is een prachtige stupa-achtige poort. Het plafond is helemaal kunstig beschilderd met mandala’s. Je ziet hier aan alle kanten de resultaten van de ondersteuning door het Hillary-Fund. Het is een groot verschil met bijv. Duble. De weg gaat tussen kleine veldjes en wat bomen, we steken wat watertjes over. Hier en daar wapperen gebedsvlaggen. We lopen links langs de rivier, soms hoog erboven, soms er vlak langs. Het is niet alleen maar dalen. Af en toe zit er een venijnig klein klimmetje in. Naarmate we Phaplu naderen, zijn er meer huizen en, vooral, grotere huizen. Maar naast die zichtbaar toegenomen welvaart, zie je ook nog tal van arme sloebers. We kruisen kinderen op weg naar school. We zien mannen die van alles aan het versjouwen zijn. Hier en daar ligt een wintervoorraadje groenten te drogen in de zon. Dan verbreedt de vallei. Op een gegeven moment kunnen we aan onze rechterkant het zadel zien liggen waaronder we gekampeerd hebben (voorbij Jase Bhanjyang). We hadden van daaruit rechtstreeks naar Phaplu kunnen afdalen. Een vreemde gedachte wanneer je bedenkt hoeveel we nog gezien en meegemaakt hebben sinds die tijd.. Ook Pike Peak is te zien. De campsite is een klein veldje achter een Tibetaans guesthouse. Door de enige straat van Phaplu drentelen monniken en enkele Westerlingen richting luchthaven. Kam Dawa gaat informeren voor onze vlucht morgen.
Het is een beetje een vreemde middag. In gedachten nemen we afscheid van heel het fantastische gebied waar we doorheen gelopen zijn, van de rust en de stilte, van de vele vriendelijke Nepali,…Vanavond zullen we onze dragers en Jit bedanken. Zij lopen terug over Jiri om daar de bus te nemen naar Kathmandu. Kam Dawa zal met ons meevliegen.

dag 17 Phaplu naar Kathmandu

We zijn op tijd op. Het is bewolkt en het is maar de vraag of we kunnen vliegen. We zwaaien Jit, de koksmaatjes en de dragers uit en gaan zelf richting vliegveld. We zijn niet de enigen. Maar de meeste mensen blijken op de been om afscheid te nemen van een of ander districtshoofd. We wachten in een theehuisje zonder ook maar iets van verwarming. De hele tijd wordt er in en uit gelopen. Een toilet? Ja, buiten, achter de bomen. Het blijft kamperen. Maar dan komt het goede bericht: het vliegtuigje komt er aan. Zonder plichtplegingen of controles van welke aard dan ook lopen we van de straat naar de startbaan een paar meter lager. En nu maar wachten. Het Twinottertje zit vol. Het is jammer dat er zoveel bewolking is. Anders hadden we vanuit de lucht kunnen zien waar we gelopen hebben. Maat toch is het altijd spectaculair. Wanneer we nog geen uur later landen in Kathmandu komt de zon voorzichtig kijken. Het is even wachten op de bagage, dan een taxi regelen en tegen twaalven zijn we in het inmiddels zo vertrouwde hotel. Toch is het ook wel vreemd om weer in de grote bewoonde wereld te zijn.

dag 18 Kathmandu

Vrije dag in Kathmandu. Tijd om de dingen te doen waar je nog niet aan toe gekomen was of te gebruiken als de Phaplu vlucht een dag zou zijn vertraagd, want dat kan zomaar in Nepal.

dag 19 en 20 Kathmandu-Amsterdam

’s Avonds vertrek naar Amsterdam waar we de volgende dag aankomen.

Bookmark and Share
HT Wandelreizen
HT Wandelreizen | Noordeinde 4A | 7941 AT Meppel | tel. 0522-241146 | fax 0522-247711 | email: info@htwandelreizen.nl
Website door Zaphyrion