Snel naar:
Vergelijkbare reizen:
Tell a friend
Spitsbergen: Zwaarte en risicos
Categorie trekking 3 en categorie rugzak 2
Spitsbergen kent naast de spitse bergen brede valleien die het smeltwater afvoeren van de vele gletsjers. Tijdens de tweede tocht volgen we het merendeel van de dagen deze brede valleien al langzaam stijgend naar de pas rond de 250 meter hoogte. De bergen in ons wandelgebied zelf zijn maximaal 1000 meter hoog. Onderweg doorwaden we veelvuldig zijstroompjes en zo af en toe ook de hoofdstroom.
De dagtrajecten hebben een lengte tussen de 18 en 25 km. Er wordt in een rustig tempo gelopen, zodat we de tijd hebben om te genieten van de indrukwekkende natuur om ons heen.
De stijging of daling per dag is meestal niet meer dan enkele honderden meters. Tijdens de eerste trek is er een enkele langere klim. Rotsen maar vooral moerassige stukken maken de route plaatselijk zwaar. De oversteek van de Agardbukta is het net wadlopen.
Onderweg doorwaden we regelmatig ijskoude gletsjerrivieren. Meestal is de doorsteek kort en reikt het water niet meer dan kniehoog, een enkele keer tot kruishoogte. Kaplaarzen behoren dan ook tot de standaard uitrusting. In combinatie met een, er bij voorkeur aan vastgelijmde, regenbroek hou je lekker warme voeten en zijn die vele doorwadingen geen probleem.
Gezien de zwaarte van de tocht is het zaak om het rugzakgewicht zoveel mogelijk te beperken. Wat de persoonlijke uitrusting betreft denken we aan een maximum van 12 kg. Daar komt nog bij het extra gewicht van de HT - uitrusting (tenten en kookspullen) en van het lichtgewicht voedsel.
Tijdens de eerste trektocht nemen we voor zes dagen voedsel mee in onze rugzakken, tijdens de tweede voor acht dagen. Reken op een startgewicht voor tweede tocht van 22 à 24 kilo.
’s Nachts wordt er om tourbeurt wachtgelopen als bescherming tegen een eventueel ongewenst bezoek van een ijsbeer. Dit wachtlopen maakt de tocht extra zwaar; het is koud ’s nachts en je geduld wordt aardig op de proef gesteld. In voorgaande jaren hebben we geen ijsberen gezien, wel pootafdrukken en in een huttendagboek werd er melding gemaakt van een nachtelijk bezoek enkele dagen voor onze komst.
Een geweer is door de Sysselmannen (gouverneur) verplicht gesteld. Ook gaat er een seinpistool als waarschuwings/afschrikkingsmiddel mee op trek.
In geval van nood heeft de reisbegeleider een noodzenderbaken bij zich. In Longyearbyen is altijd een helikopter stand-by voor het geval dat.
Tot slot speelt de wisselvalligheid van het weer een belangrijke rol bij de zwaarte van de tocht.
Technische vaardigheden zijn niet vereist, maar wel ervaring met rugzaklopen. Tijdens deze rugzaktocht zijn we geheel op onszelf aangewezen. De maaltijden worden door de deelnemers klaargemaakt. We verwachten van de deelnemers een coöperatieve instelling. De tocht vraagt om een goede conditie en doorzettingsvermogen.
Onderweg komen we regelmatig langs hutjes die in de winter met de sneeuwscooter door de lokale bevolking bezocht worden. Soms kamperen we in de buurt en kunnen dan in de luwte van zo’n hutje koken.


















