Home Diashows Reisboekenshop Contact> Mijn HT
Vragen? Bel ons op 0522 241146
DAGEN LOPEN ZWAARTE
15 11 4
VERTREK TERUG REISSOM
18 november 02 december € 1295,- **
** exclusief ticket Boek deze reis of neem een optie »

Snel naar:


Reisboekenshop
boeken & kaarten:

Bekijk en bestel
- reisgidsen,
- kaarten en
- andere artikelen van KaapverdiŽ »

Vergelijkbare reizen:


Tell a friend

Vertel door »

Deze pagina afdrukken Wandelreis KaapverdiŽ | Santo Antao rond
Land informatie

Ligging en ontstaansgeschiedenis van de archipel

Kaapverdië is een eilandengroep gelegen in de Atlantische oceaan ten westen van Senegal in West-Afrika, en bevindt zich op een afstand van ongeveer 5000 km van Nederland. De Kaapverdische eilanden bestaan uit twee groepen; de noordelijke bovenwindse eilanden (Barlavento) en de zuidelijke benedenwindse eilanden (Sotavento). ‘Bovenwinds’ en ‘benedenwinds’ heeft betrekking op de ligging ten opzichte van de dominante windstroom, de noordoostpassaat. Van de tien wat grotere eilanden zijn er negen bewoond; daarnaast zijn er nog vijf kleinere, onbewoonde eilanden.

Zie het kaartje voor een overzicht. Het lijkt verleidelijk om op een eerste reis naar deze regio zoveel mogelijk verschillende eilanden te willen zien in de vorm van ‘eilandhoppen’. Maar gezien de afstanden, de vaak beperkte verbindingsmogelijkheden en de reistijden en -kosten, die dit met zich meebrengt, is dit is een valkuil. Voor een echte wandelaar is het veel aantrekkelijker om je te concentreren op één of twee eilanden en daar al lopend maximaal te genieten van de enorme variatie, die het gebied bijna van uur tot uur te bieden heeft. HT heeft er daarom voor gekozen een heel bijzondere wandelreis uit te stippelen op HET wandeleiland van Kaapverdië bij uitstek, namelijk Santo Antao, het meest noordelijke eiland van de archipel. Tevens wordt het nabijgelegen eiland Sao Vicente aangedaan, waar we met het vliegtuig aankomen en weer vertrekken. Vaak is er op heen- of terugweg nog een tussenstop op het vlakke eiland Sal, in het noordwesten van de archipel.

Geografisch gezien behoort de archipel bij Afrika; de kortste afstand tot het vasteland van Afrika bedraagt 460 km. ‘Verde’ is de Portugese term voor ‘groen’, Cabo Verde betekent dus letterlijk Groene Kaap. De naam Kaapverdië doet dan ook vermoeden, dat de eilanden het hele jaar door overwegend groen zijn, maar dat is niet – of maar zeer ten dele - het geval het geval. Het noordelijke deel van het wandeleiland Santo Antao komt in dit opzicht overigens het dichtst bij deze voor de hand liggende beeldvorming in de buurt. Zie hierover het verderop volgende onderdeel over landschap van Sao Vicente en Santo Antao. De naamgeving heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de eilanden relatief dicht liggen bij de wel groene groene kaap - Cap Vert - van Senegal. Ook kan een rol hebben gespeeld dat ten tijde van de ontdekking van de eilanden door de Portugezen in de tweede helft van de 15e eeuw de eilanden groener waren, dan nu het geval is. De archipel heeft een volledig vulkanische oorsprong. De eilandengroep maakt niet – zoals IJsland - rechtstreeks onderdeel uit van de midatlantische keten van vulkanen. Maar de vulkanische activiteit in het zuidoosten van de Atlantische oceaan is daaraan wel gerelateerd. Ongeveer 20 miljoen jaar geleden werd door enorme vulkanische activiteit onderzee een plateau gevormd en vanaf die basis ontstonden door eindeloze reeksen erupties uiteindelijk de eilanden van de archipel. Sommige vulkaantoppen rijzen tussen de 7000 en 8000 m omhoog vanaf de oceaanbodem! Deze eilanden doorlopen geologisch gezien een levenscyclus, die zeer bepalend is voor hoe de eilanden er op dit moment uitzien. De oudste en meest oostelijke eilanden – Sal, Boa Vista en Maio - bestonden ooit uit hoge, machtige vulkanen, maar zijn nu helemaal geërodeerd en kennen alleen nog kleine heuvels van enkele honderden meters hoog; een ander voormalig eiland is inmiddels onder het oceaanoppervlak verdwenen. Sal en Boa Vista hebben grote zandstranden en zijn inmiddels door het massatoerisme ontdekt. De westelijke eilanden, waaronder Santo Antao en Sao Vicente, zijn van veel latere oorsprong en zijn overwegend bergachtig met toppen tussen de 1000 en 3000 m. Op diverse plekken bepalen tot 800 m hoge, bijna loodrecht in zee afdalende rotskusten, het landschapsbeeld.

Geschiedenis: Portugees kolonialisme, slavernij en onafhankelijkheid

In het jaar 1456 werd voor het eerst door een in opdracht van de Portugezen opererend schip melding gemaakt van het bestaan van de archipel. Nadien zetten vele Portugese en ander ontdekkingsreizigers voet aan wal in het huidige Kaapverdië: van Bartolomeu Dias, Columbus, Vasco da Gama en Cabral in de 15e en 16e eeuw  tot  – later in  de 19e eeuw - ook Darwin. Voor die tijd waren – voor zover nu bekend - de eilanden volledig onbewoond. De archipel had van oudsher een belangrijke geostrategische ligging tussen de drie continenten Europa, Afrika en Amerika. Daarbij fungeerde het als belangrijke schakel in de transatlantische slavenhandel, als roof- en schuilplek voor piraten, als tussenpunt van transatlantische telegraaflijnen, als depot voor kolen voor de scheepvaart naar Latijns-Amerika en Zuidelijk Afrika,  als toevluchtsoord voor Joden, als deportatieplek voor de Portugezen van zowel criminelen als politieke gevangenen, enz. Bijna altijd waren het buitenlandse belangen, die het wel en wee van de eilanden domineerden. Reeds in het jaar 1466 verwierf Portugal het alleenrecht m.b.t. de slavenhandel aan de kusten van het huidige Senegal, Gambia en Guinee. Met name het eiland Santiago, in het zuidelijke deel van de archipel, ging daarbij gaandeweg een spilfunctie vervullen. Op de eilanden Sao Vicente en met name op Santo Antao, die tijdens de HT-reis bezocht worden, kwamen in het verleden om diverse redenen slechts in zeer beperkte mate slaven voor. In 1878 kwam in heel Kaapverdië definitief een einde aan de slavernij. De bovenwindse eilanden, en met name Santo Antao, werden pas veel later omvangrijk gekoloniseerd dan de benedenwindse eilanden; dit gebeurde met name in de 18e en 19e eeuw. De kolonisten waren deels creolen uit de benedenwindse eilanden, waar land duur was geworden, deels ook Portugezen uit Noord-Portugal en Madeira. Tijdens de Portugese koloniale tijd waren er op diverse momenten protestacties van slaven en van pachters tegen grootgrondbezitters. Op het eiland Santiago vond in 1853 een forse slavenopstand plaats, die slechts met grote moeite door de autoriteiten onderdrukt kon worden. In de 19e eeuw ontstond een burgerlijke oppositiebeweging, die – geïnspireerd door de Franse Revolutie van 1795 – ging ijveren voor burgerlijke grondrechten. Al deze vormen van verzet werden echter door koningsgezinde grootgrondbezitters en bestuurders met harde hand bestreden. Zo nodig werden er vanuit Portugal kanonneerboten ingezet om het Portugese gezag te handhaven. Toen Portugal in 1910 een republiek werd verkreeg een heel select aantal Kaapverdianen de positie van ‘assimilados’ en daarmee toegang tot onderwijs en gelijkstelling met Portugese burgers op sociaal en politiek gebied. Onder dictator Salazar, die heerste over Portugal van 1932 tot 1968 (!), trad weer een verscherping op van uitbuiting en onderdrukking. Vanaf 1950 groeide het antikoloniaal bewustzijn sterk en in 1956 werd de PAIGC opgericht, de Partido Africano de Independencia de Guinea-Bissau e Cabo Verde. Deze beweging streefde zowel in de nabijgelegen Portugese kolonie Guinee-Bissau aan de kust van West-Afrika, als in het huidige Kaapverdië naar bevrijding van de Portugezen en aaneensluiting van beide gebieden tot een nieuw onafhankelijk land. Hiermee ontstond voor het eerst in de geschiedenis van de archipel een georganiseerde vorm van verzet tegen de Portugezen. Aanvankelijk werd de strijd gevoerd met vreedzame middelen. Maar na het bloedig neerslaan in 1962 van een loonstaking in een haven van Guinee-Bissau werd de bevrijdingsstrijd daar ook gewapenderhand gevoerd. Op Kaapverdië is het overigens nooit tot gewapend verzet gekomen. Wel brak er in de jaren ’60 op Santo Antao een boerenopstand uit en werd er in de haven van Mindelo, de belangrijkste stad van het eiland Sao Vicente, gestaakt. De Anjerrevolutie van opstandige Portugese militairen in april 1974 maakte uiteindelijk een einde aan het dictatoriale bewind van Salazar en zijn opvolgers. In 1974/1975 verwierven diverse Portugese kolonies eindelijk de onafhankelijkheid, waaronder Guinee-Bissau, Angola en Mozambique. Dat was vele jaren later dan het geval was bij ex-koloniën van de meeste andere West-Europese koloniale mogendheden. Kaapverdië werd in 1975 onafhankelijk. Van 1975 tot 1991 werd de politiek vergaand beheerst door de PAICV, de Partido Africano de Independencia de Cabo Verde, de Kaapverdiaanse tak van de bevrijdingsbeweging PAIGV. In 1975 werden de eerste verkiezingen overweldigend gewonnen door de PAICV. Vanaf 1991 zijn afwisselend een liberale partij, de MPD, en de PAICV aan de macht geweest. Kaapverdië is een democratische republiek met een scheiding tussen wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Om de vijf jaar zijn er parlements- en presidentsverkiezingen. Er is een vrije pers, vrijheid van godsdienst en er is weinig corruptie. Kaapverdië wordt daarom wel als het meest vrije land van heel Afrika beschouwd.

Bevolking

Op Kaapverdië wonen totaal ongeveer 523.000 mensen, waarvan ongeveer 280.000 op het eiland Santiago en 80.000 resp. 45.000 op de eilanden Sao Vicente en Santo Antao, die wij bezoeken. Heel veel Kaapverdianen hebben een etnisch gemengde achtergrond. Kolonisten waren lange tijd bijna uitsluitend mannen, die een of meerdere slavinnen tot vrouw namen en nakomelingen kregen met een gemengde achtergrond, en die crioulo genoemd werden. Hier ligt de oorsprong van wat later zou uitgroeien tot een trotse, eigenstandige creoolse bevolking en cultuur. De overheid gaat er in haar statistieken vanuit dat de bevolking als volgt is opgedeeld: 29% Afrikaans, 1% blank en 70% mesties, een mengvorm van Afrikaans en blank. In de praktijk kom je in een stad in Kaapverdië een bont mozaïek aan etniciteiten en hun mengvormen tegen, waarbij alle volkeren rond de atlantische oceaan vertegenwoordigd zijn. Wees niet verbaast als je een kind tegenkomt met een donkere huid en blauwe ogen; of met Ierse roodachtige sproeten en sluik, blauwzwart Indisch haar. Op het eiland Santiago kan nog een aparte groep onderscheiden worden, namelijk de badios. Het gaat hier om slaven en gevangenen, die erin geslaagd zijn te ontsnappen, naar het binnenland van het eiland zijn gevlucht en daar een bestaan hebben opgebouwd. Kaapverdië kent vanwege de grote armoede, die het land eeuwenlang kenmerkte, van oudsher veel emigranten. Hun aantal wordt op minstens 750.000 geschat; er leven dus meer Kaapverdianen buiten dan binnen de landsgrenzen. Veel Kaapverdianen hebben aangemonsterd op de vracht- en passagiersboten, die de eilanden aandeden of op walvisvaarders. De grootste groep emigranten leeft in de Verenigde Staten, met name in de havenstad Boston. Daarnaast zijn er belangrijke gemeenschappen in Portugal, Frankrijk, Luxemburg, Italië en in Nederland vooral in de havenstad Rotterdam.

Taal, godsdienst en cultuur

Portugees is de officiële bestuurs- en schrijftaal, maar Kaapverdianen spreken onderling Creools, een mengvorm van Portugees en enkele West-Afrikaanse talen. In de koloniale tijd was het gebruik van Creools in officiële contacten overigens verboden. Bijna vanaf het begin van de kolonisatie van Kaapverdië door Portugal waren katholieke missionarissen actief, met name Franciscanen en Jezuïeten. Op dit moment noemt 80-85% van de bevolking zich dan ook katholiek en 10% protestant. Beide godsdiensten hebben de vrolijke en levenslustige elementen van de creoolse cultuur overgenomen en de invloed van Afrikaanse natuurgodsdiensten doet zich zowel bij religieuze aangelegenheden als in het dagelijkse leven gelden.

Op cultureel gebied is het allereerst de Kaapverdiaanse muziek die opvalt. Het is wellicht ironisch dat de woeste landschappen van de afgelegen eilanden van de archipel de bakermat zijn van enkele van de meest zinnelijke en toegankelijke muziekvormen, die er bestaan. Net als bij het Creools gaat het hier om een potente en aantrekkelijke mix van Portugese, Afrikaanse, Braziliaanse en Caraïbische invloeden, maar gaandeweg zijn er uitdrukkelijk heel eigen Kaapverdiaanse expressievormen ontstaan. De morna is het meest bekende genre met sodade als onderliggende emotie. Sodade wordt vaak vertaald als nostalgie, maar deze duiding heeft te sentimentele bijklanken in het Nederlands; een betere vertaling is ‘verlangen’, het verlangen van de zeeman en de emigrant, die weemoedig over zee terugblikken op het moederland en ook het verlangen van de moeders naar hun geëmigreerde kinderen. Of, zoals een muzikant het ooit verwoordde: ‘morna geeft uitdrukking aan het wanhopige verlangen om te willen blijven, tegenover de harde noodzaak om te moeten vertrekken’. Vanwege de weemoedige inslag met veelvuldig gebruik van de mineur wordt mornamuziek vaak vergeleken met de Portugese fado, maar morna heeft ook duidelijk sensuele kanten. Snaarinstrumenten spelen een dominante rol bij de morna. De zangeres Cesaria Evora met haar blote voeten en prachtige stem, die in 2011 is overleden, wordt algemeen beschouwd als de diva van de morna. De nieuwe luchthaven van Mindelo op Sao Vicente, waar ze heel veel heeft opgetreden, is naar haar vernoemd. Een tweede belangrijke muziekstroming is de dansmuziek van de coladeira met z’n opzwepende ritmes. Die ritmes zijn wel twee keer zo snel als die van de morna De songteksten zijn vaak vol humor en satire en hebben niet zelden seksuele ondertonen. De stad Mindelo, waar we aan het begin en einde van de reis verblijven, wordt algemeen gezien als de culturele en muzikale hoofdstad van Kaapverdië.  Veel restaurants hebben met name in het weekend live optredens. Twee andere bekende muziekstijlen, de batuku en de funana, komen van origine vooral voor op het hoofdeiland Santiago en blijven hier verder onbesproken. Op het gebied van literatuur en kunst heeft Kaapverdië veel minder uitgesproken tradities ontwikkeld dan op het gebied van muziek en dans. Mindelo is ook heel bekend vanwege z’n carnaval dat meestal in het midden van februari plaatsvindt. Voor pure wandelaars is dit overigens geen goed moment voor een bezoek, omdat alle accommodaties al vele maanden te voren volgeboekt zijn.

Landschap en economie van de eilanden Sao Vicente en Santo Antao

Over het landschap van Sao Vicente zullen we kort zijn: we brengen hier alleen aan het begin en einde van de reis korte tijd door. Sao Vicente is een klein berg- en woestijnachtig eiland. Tussen de vulkanische bergen en gele duinlandschappen valt amper een stukje groen te ontdekken. Een verzonken krater in het noordwesten van het eiland, tevens in de luwte van heersende winden gelegen, bood echter van oudsher een ideale ankerplek voor schepen. Aan deze haven heeft het eiland z’n bijzondere positie in de archipel te danken. Op dit kleine eiland is rond de haven uiteindelijk de op één na grootse stad van de archipel ontstaan, het kosmopolitisch ingestelde Mindelo met tegenwoordig ongeveer 70.000 inwoners. Tot het begin van de 19e eeuw stelde het schrale eiland economisch gezien niets voor en telde het eiland slechts een heel beperkt aantal inwoners. Dat veranderde snel toen de Britten, inmiddels de heersers over de Atlantische oceaan, Mindelo ontdekten als een ideale herbevoorradingsplek voor schepen, die de oceaan wilden oversteken op weg naar Zuid-Amerika of Zuidelijk Afrika. Met name toen stoomschepen, met kolen als brandstof, de rol van zeilschepen gingen overnemen groeide Mindelo snel uit tot de vierde kolenoverslaghaven van de wereld. Een enorme tank, gevuld met drinkwater van het naburige eiland Santo Antao, en de aanleg van een transatlantische kabel in 1875, zorgden voor aanvullende bedrijvigheid. Veel gebouwen in de stad met Brits-koloniale architectuur herinneren nog aan deze glorietijd. Omdat deze handel volledig in handen was van buitenlanders leverde deze maar in heel beperkte mate werk en inkomen op voor de Kaapverdianen zelf. Maar de glorietijd duurde niet lang. In 1869 werd het Suezkanaal geopend, de telegraafverbindingen werden gemechaniseerd en de ruimen van de stoomschepen werden gaandeweg zo groot, dat een herbevoorradingsstop niet meer nodig was. De komst van olie, als vervanger van kolen als brandstof, leverde de uiteindelijke doodssteek op voor de haven, die in het midden van de 20e eeuw snel in verval raakte. Tegenwoordig is er weer sprake van groei van de stad, met name door de terugkeer van emigranten, de komst van Kaapverdianen vanuit andere eilanden, bescheiden vormen van toerisme, de bouw van een jachthaven en recent ook een nieuwe internationale luchthaven. Als stad is het een van de plezierigste om te vertoeven in heel West-Afrika.

Over het eiland Santo Antao staat al veel beschreven in het programma van-dag-tot-dag. Hier zal volstaan worden met een aantal hoofdkarakteristieken. Velen beschouwen het eiland als het mooiste van de hele archipel met de meest spectaculaire landschappen en het is zeker het eiland met veruit de beste mogelijkheden voor het maken van indrukwekkende en zeer gevarieerde wandelingen. Het is zowel het meest noordelijke als het meest westelijke eiland en is bijna vijf keer zo groot als het eiland Texel in Nederland, hemelsbreed ongeveer 45 bij 25 kilometer. Een woest vulkanisch gebergte met grillig gekartelde bergpieken loopt over de hele lengte van het eiland van het noordoosten naar het zuidwesten met alleen op de flanken aan de zuidoostkant een wat minder geaccidenteerd terrein. De vulkaankrater Topo de Corea in het westen bereikt een hoogte van 1979 meter is en daarmee de een na hoogste top van de archipel. Het landschap varieert van rijk begroeide tropische geterrasseerde dalen tot vulkanische maanlandschappen. De overheersende noordoostpassaat maakt dat wolken moeten opstijgen tegen de hoge bergkammen, waarbij neerslag ontstaat in de vorm van stijgingsregen en nevel. Hierdoor is het noordoosten van het eiland het meest vochtige en meest groene gebied van heel Kaapverdië. De steile bergwanden zijn – ook hier – geschikt gemaakt voor landbouw en er groeit een keur aan tropische vruchtbomen en gewassen. De rest van het eiland daarentegen is voor neerslag afhankelijk van de regentijd – van augustus tot oktober – en als het dan regent gebeurt dat veelal in de vorm van heftige stortbuien, die slechts zeer ten dele benut kunnen worden en elk jaar weer flinke schade veroorzaken aan wegen en landbouwterrassen. Tweederde van het eiland is overwegend droog en maar in zeer beperkte mate geschikt voor landbouw. Voor de bewoners levert de topografie van het eiland vaak een hard bestaan op; voor de wandelaar een schitterend gevarieerd landschap. Zandstranden komen slechts hier en daar voor; het zand is overwegend zwart van het vergruisde vulkanische gesteente. Al met al is Santo Antao een eiland met een overwegend arme bevolking en een hoge werkloosheid. Opbrengsten uit de landbouw zijn nog steeds de belangrijkste bron van inkomsten voor de meeste inwoners; daarnaast is er wat visserij, wordt er grondstof voor cement gewonnen en zijn er op beperkte schaal inkomsten uit toerisme. 

Aanbevolen literatuur KaapverdiŽ

Reisgidsen
1. Derksen, Guido (2015). Kaapverdië. Dominicus Reeks,176 p. Ook verkrijgbaar als E-book.

2. Reitmaier, Pitt & Lucete Fortes (2015), Cabo Verde, Kapverdische Inseln. Bielefeld: Reise Know-How Verlag Peter Rump GmbH. 8e druk, 588 p.
Voor degenen, die het Duits machtig zijn, is deze gids een absolute aanrader!

3. Stewart, Murray & Aisling Irwin (2014). Cabo Verde. Bradt Travel Guides, 6e herz. druk, 376 p.

Overig
Schaller, Peter (2002). Entdeckung fur Andersreisende: die Kapverdischen Inseln. Berlin: Frieling.

Milieu

De deelnemers worden met klem verzocht het volgende in acht te nemen:
- Op trektocht de vegetatie ongemoeid te laten.
- Alle afval te verzamelen en mee te nemen/geven tot de volgende overnachtingsplek of het einde van de tocht
- Je behoefte te doen op veilige afstand van bronnen en rivieren.
- Liever geen pennen, ballonnen e.d. uit te delen.
- Batterijen mee terug te nemen naar Nederland. 

Trees for All

HT organiseert voor het overgrote deel vliegreizen naar afgelegen bestemmingen. De aarde warmt op en we kunnen en willen er niet meer omheen dus tijd voor actie: vanaf 2013 zijn in samenwerking met Trees for All (een erkend goed doel met CBF-Keur) alle bij HT geboekte vliegreizen klimaat gecompenseerd. Dat doen we door de CO2 en andere broeikasgassen, die we met onze reizen veroorzaken, uit de lucht te halen. Op Mount Malindang op de Filippijnen steunen wij een project, waarbij het nog bestaande natuurpark beschermd wordt tegen boskap.

De lokale bevolking ontvangt een vergoeding voor duurzaam bosbeheer. Daarnaast is er een gebruiksbos voor hen aangeplant om te kunnen voorzien in hun levensbehoeften. Hierdoor voorkomen we dat de bomen de CO2 weer loslaten in de lucht en dat jaarlijks circa 150 hectare bos verdwijnt. Jouw reis hebben we alvast voor je gecompenseerd zodat jij met een goed gevoel met ons op reis kunt!

Voor meer informatie over Trees for All, bomendonatie en de projecten verwijzen we je naar de website: www.treesforall.nl.

Batterijen

In veel derde wereldlanden functioneert het afval ophaal- en verwerkingssysteem niet of nauwelijks; zeker niet naar onze maatstaven van duurzaamheid. Het weggooien van giftige batterijen is een groot probleem voor de drinkwatervoorziening. Daarom willen we graag hier een steentje bijdragen aan het voorkomen van veel ellende op lange termijn. Neem batterijen dus mee terug naar Nederland.

Lege batterijen? Lever ze in en win!
Win reischeques met lege batterijen!
Heb je 10 lege batterijen? Dan maak je kans op een van de vele reischeques.

Wat moet je doen`
Doe 10 lege batterijen in een zakje. Schrijf je naam, adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer op een briefje en stop dat erbij. Deponeer het zakje vervolgens in de inzamelton bij een van de duizenden inleverpunten.

Waar kun je de lege batterijen inleveren`
Supermarkten, winkels (kijk op legebatterijen.nl welke supermarkten en winkels meedoen aan de actie), gemeentedepot / milieustraat of chemokar

Actievoorwaarden
Kijk voor meer informatie over de actie op legebatterijen.nl. Organisator: Stichting Batterijen, Postbus 719, 2700 AS Zoetermeer.

Souvenirs van bedreigde dieren en planten

Het Wereld Natuur Fonds voert campagne over souvenirs van wilde dieren en planten. In de campagne roept het Wereld Natuur Fonds op dit soort souvenirs niet te kopen en de natuur op vakantiebestemmingen te laten zoals die is, zodat we over 10 jaar nog steeds kunnen genieten van die prachtige en onmisbare natuur. Wat veel mensen ook niet weten is dat zij een fikse boete riskeren bij de douane. Want souvenirs van beschermde dieren en planten mogen helemaal niet, of alleen met de juiste vergunningen worden ingevoerd.

Er is een top 10 van bedreigde dieren en planten waarvan veel souvenirs in beslag worden genomen door de douane. Meegebracht door toeristen die vaak niet wisten dat het helemaal niet of alleen met speciale vergunningen mag.
Top 10 van dier- en plantensoorten die vaak de dupe worden van de handel in souvenirs:

* Koralen
* Grote Schelpen
* Olifanten
* (Zee) schildpadden
* Grote Katten
* Slangen en hagedissen
* Krokodillen
* Papegaaien
* Vlinders
* Orchideeën en cactussen

Natuurlijk kun je ook souvenirs tegenkomen van dieren of planten die hierboven niet zijn genoemd. Als ze zijn gemaakt van wilde dieren of planten, wordt er aangeraden om bij twijfel niet te kopen. Het gaat immers om meer dan regels en boetes. De prachtige natuur op vakantiebestemmingen blijft behouden door te kijken, en niet te kopen.

Welke bedreigde planten en dieren leven er in Afrika? En wat zijn de meest voorkomende souvenirs van deze soorten die je op je reis kunt tegenkomen? Kijk voor meer informatie op de website van het WNF.

Bookmark and Share
WANDELVAKANTIES, TREKTOCHTEN EN EXPEDITIES
HT Wandelreizen | Ten Have 13 | 7983 KD Wapse | tel. 0522-241146 | email: info@htwandelreizen.nl

Website door Zaphyrion SitemapPrivacyverklaring
htwandelreizen.nl maakt gebruik van cookies. Met cookies wordt de website persoonlijker en gebruiksvriendelijker.Akkoord