Home Diashows Reisboekenshop Contact> Mijn HT
Vragen? Bel ons op 0522 241146

Deze pagina afdrukken Wandelreis Noord-India | Zanskar Dibling
Van dag tot dag

Een opmerking vooraf

Het gaat hier om een avontuurlijke reis. Er zijn diverse factoren die onderweg onze reisplannen kunnen beïnvloeden, hoe goed de reis ook is voorbereid. Onderstaande reisbeschrijving geeft de hoofdlijnen van de reis weer. De reisleiding kan zich echter genoodzaakt zien om tijdens de reis verschuivingen in het geplande programma aan te brengen. Onderstaande route is uniek en hij wordt dan ook door geen enkele andere touroperator aangeboden. 

dag 1 vlucht Amsterdam naar Delhi

De vlucht van Amsterdam naar Delhi. We komen `s avonds laat aan en gaan van het internationale vliegveld naar het domestic vliegveld. Als je een matje meeneemt kun je het je wat gemakkelijk kunt maken de vertrekhal van het domestic airport. Er is ook nog wel een mogelijkheid om op uurbasis een kamer te huren in het domestic gedeelte van een hotel op het vliegveld.

dag 2 vlucht Delhi-Leh

We checken ’s morgens in alle vroegte in voor de vlucht naar Leh. Je vliegt eerst over een stukje Indiaas laagland maar al snel maakt dat plaats voor de eerste heuvels oplopend naar de Himalaya. Dan vlieg je over talloze besneeuwde bergtoppen en droge dalen naar Ladakh. De landing is op 3500 meter, wat je direct nadat je uit het vliegtuig bent gestapt merkt aan je ademhaling. Bij de minste of geringste beweging ben je buiten adem en de wolken zijn niet alleen in de lucht maar ook in je hoofd. Dat betekent rustig aan doen. De taxi staat klaar en we worden afgeleverd bij ons overnachtingadres in een guesthouse vlakbij het centrum van Leh. De meeste zullen zin hebben om nog even wat te slapen zodat we ’s middags heel rustig beginnen aan een verkenning van het sfeervolle marktstadje Leh. Leh met z`n kruip door, sluip door achterstraatjes, was ooit een belangrijke halteplaats voor handelaren van en naar de zijderoute. De stad ligt vanaf de Indus rivier gerekend een beetje omhoog op de noordelijke helling van de Ladakh Range, op een hoogte van 3510 meter. Het heeft ongeveer 20.000 inwoners plus belangrijke contingenten militairen die toezien op de bewaking van de grenzen met Pakistan en China. Op de heuveltoppen rond Leh zijn in de loop van de tijd diverse paleizen en kloosters gebouwd, die als trotse politieke en theocratische burchten het landschap domineren.

dag 3 en 4 Leh acclimatiseren en excursie

We blijven het deze dag rustig aan doen, om aan de hoogte te wennen. Je kunt op eigen gelegenheid Leh en omgeving verkennen. Leh is de hoofdstad van Ladakh. Het lag vroeger op het kruispunt van karavanen, van de Zijderoute via Leh naar India en van Kashmir via Leh naar Tibet. Leh wordt gedomineerd door het 17e eeuwse voormalig winterpaleis van de koningen van Ladakh, dat ook te bezichtigen valt. Hogerop boven het paleis ligt de Tsemo tempel, waarin een groot beeld van Boeddha Maitreya staat, de Boeddha van de toekomst. Vlakbij Leh liggen op loopafstand het Samkar klooster (3560m) en de Shanti Stupa (3950m), beide zeker een bezoek waard. Je kunt ook de dag besteden met het bezoek van een aantal kloosters in de buurt van Leh. Naar het noordwesten vind je o.a. Likir, Alchi en Phyang. Naar het zuidoosten: Hemis, Tikse en het paleis van Shey. Zuidelijk, op de andere oever van de Indus kun je naar het paleis van Stok of het klooster van matho, dat wat verder weg ligt. Mogelijkheden te over dus….

dag 5 bus Leh naar Sumdo, 5 uur rijden

Per bus of jeep vertrekken we richting het startpunt van de trek. Over de weidse Ladakhi hoogvlakte rijden we westwaarts langs de Indus. We rijden langs het 1000 jaar oude klooster van Alchi en onderweg zien we de Zanskarrivier in de Indus stromen. Bij Khalsi verlaten we de hoofdweg en rijden naar het zuiden tot het plaatsje Phanjilla. Een klein stukje verderop maken we kamp op de splitsing van 2 rivieren, dat in de Zanskar-taal de naam Sumdo draagt.

dag 6 en 7 start trek en in 2 dagen naar dichtbij Photaksar, ongeveer 5 uur lopen per dag

Het eerste deel van deze trek loop je vrij vlak door een steeds nauwer wordende kloof die bij Sumdo ongelooflijke proporties aanneemt. Loodrechte rotswanden omvatten de samenloop van 2 rivieren. Hier slaan we een alternatieve route in die begint met het oversteken van een brug. Na een kleine 2 uur bereiken we een dorpje waar er wat ruimte is voor het verbouwen van wat gewassen. Daarna is er weliswaar nog een pad maar die leidt verschillende keren door de rivier. Op enkele plaatsen kunnen we door middel van boomstammen zelf nog een brug bouwen maar soms zullen we ook de rivier moeten doorwaden. Ergens halverwege dit klovengebied slaan we ons kamp op. De volgende dag bereiken we de hoofdvallei die leidt naar de Sengge La. Onderweg passeren we nog een zeer afgelegen dorp waar de mensen verbaasd zijn om ons te zien.  We komen dan weer op een bekender stuk namelijk op de route van Padum naar Lamayuru. De hoogte waarop we verblijven, ligt nog steeds rond de 3500 meter zodat we nu al 7 dagen hebben kunnen wennen aan de ijle lucht. Dat is maar goed ook want de komende dagen gaat het flink op en neer met passen van rond de 5000 meter hoogte!

dag 8 naar Sengge La BC, 3 uur lopen

Vanuit het kamp loopt het pad door een breed dal vrij snel omhoog. Over uitgestrekte bergweiden waar veel van die grote himalayamarmotten hun waarschuwingskreet laten horen lopen we gestaag omhoog naar de voet van de Sengge La (de Leeuwenpas) die we morgen oversteken. Onderweg gaan de schoenen een paar keer uit om een rivier(tje) te doorwaden.

dag 9 naar Yulchung over de Sengge la 5000 meter, 4 uur lopen

Een steile klim leidt je naar de 5000 meter hoge Sengge La, waar strengen gebedsvlaggen vrolijk wapperen in de wind. Dit is de eerste keer op deze hoogte op deze reis. Dat kost dan wel wat moeite. Het uitzicht hier is geweldig: de prachtige gelaagde rotswanden van het Zanskarmassief rijzen hier voor je op. Ertussenin diep uitgesneden dalen met hier en daar hele kleine stukjes intens groen van de akkertjes van de piepkleine gehuchten. In een daarvan, Yulchung, maken we kamp. Yulchung ligt alweer een flink stuk van de hoofdroute zodat je een hele goede indruk kunt krijgen van het oorspronkelijke leven hier.

dag 10 naar Nyerog, 5 uur lopen

Van Yulchung volg je het zijriviertje van de grote Zanskar. Omdat het terrein net naast de rivier te steil is klim je door de ernaast gelegen hellingen naar een pasje: de Chuchokhuri La van 3970 meter. Daarna daal je steil af naar de diep in het dal stromende machtige Zanskarrivier. In de winter gebruiken de Zanskari (en toeristen) deze rivier -die dan bevroren is- als route tussen Leh en Padum. Dat is de Chaddar-route die ook bij HT op het programma staat. Gelukkig is hier een brug want doorwaden zou onmogelijk zijn. We kamperen bij het zeer afgelegen dorpje Nyerog dat weer een paar honderd meter klimmen hoger ligt op de tegenover liggende wand. Er is hier een klein kloostertje.

dag 11 naar Lankat over de Tarti La, 6 uur lopen

Meer dan 1200 meter stijgen is het naar de volgende pas: de Tarti La op 5000 meter. De paden zijn hier soms moeilijk voor paarden en dus is het handig dat onze lasten worden gedragen door dragers. Ongeveer 1000 meter lager komen we bij een mooie kampeerplek naast een klein stroompje. De plaats heet Lankat.

dag 12 naar Pidmo over de Pangat La en de Namtse La, 6 uur lopen

Langs de rivier en contourend lopen we omlaag en dan weer omhoog. Het eerste pasje is een schouder van de berg tussen twee rivieren: de Pangat la op 3900 meter. Na een kleine daling stijgen we in een rustig tempo naar de tweede pas op deze dag: de Namtse la op 4430 meter hoog. Daarna dalen we af naar de grote en op deze plaats brede vallei van de Zanskar, naar Pidmu. Dat ligt op ongeveer 3450 meter hoogte. In deze vallei is men bezig een weg aan te leggen. Afhankelijk van hoever men al gekomen is huren we vanaf hier jeeps of we gaan morgen eerst nog een stuk lopen totdat we bij de weg zijn aangekomen. In principe is het dus de bedoeling dat we doorreizen naar Padum.

dag 13 Padum

Als het gisteren niet gelukt is om vervoer te vinden naar Padum, dan doen we dat vandaag. Vandaag is ook de eerste dag van het Karsha kloosterfestival. Maar misschien zijn we meer toe een een douche en wat kleren wassen. Morgen kunnen we ook naar het festival.

dag 14 rustdag in Padum

In Padum wonen ongeveer 1500 mensen en het is nog steeds een soort dorp. Maar omdat hier een weg komt vanaf de bewoonde wereld (Leh, Srinagar) en er 3 valleien bij elkaar komen is dit wel een strategische plaats. De vallei is hier enorm groot en er is veel ruimte voor akkers waarop men vanwege het ruige klimaat maar een paar maanden per jaar gewassen kan telen. Voor ons is het de plaats waar we weer wat voorraden aan basale levensmiddelen kunnen inslaan. Vandaag kunnen we het Karsha festval bijwonen. Karsha is een klein dorp met het grootste klooster van Zanskar ongeveer 15 km van Padum. Een kloosterfestival in Zanskar of Ladakh is altijd een groot feest. Naast de gemaskerde dansen en religieuze rituelen is er ook altijd een soort kermisachtige markt omheen met stalletjes om te gokken met kaarten of dobbelstenen, dingen te kopen en lekker te eten. Kortom een leuke happening waar je bij wil zijn.

dag 15 Phť naar Ralakung BC, 5 uur lopen

De weg naar Kargil, Leh en Srinagar volgend, rijden we tot aan Phé ongeveer 40 km verderop. Het is het brede en voor deze contreien vruchtbare dal van de Doda, één van de twee hoofdrivieren die samen de Zanskar vormen. In Phé stappen we uit de jeep, truck of bus. Dit is het startpunt voor de grote doorsteek naar Dibling, Kanji en Lamayuru, dat 10 dagen gaans naar het noorden ligt. Deze eerste wandeldag op het tweede deel van de trek stijgen we langs de akkers en huisjes richting de eerste pas, de Ralaking La. We maken kamp op een hoge plek waar het vlak is en nog wat gras groeit.

Dag 16 Over de Ralakung La, 5 uur lopen

Nadat we het kamp hebben opgebroken stijgen we verder naar de pas. De Ralakung La is een hoge en brede pasovergang van de Dodavallei naar het binnenste van de Zanskari bergen. De eindeloze rijen bergen strekken zich voor je uit en zoeken ons pad er dwars doorheen. De afdaling loopt in eerste instantie door een grote vallei en daar waar het wat nauwer wordt ligt het enige dorpje dat we zullen tegenkomen vóór Dibling. Vlakbij het laatste huis op een vlak stukje terrein maken we kamp. De inwoners zijn vrolijke goedmoedige mensen die graag een praatje komen maken. Ze zijn nieuwsgierig naar wat we er komen doen en ook naar de laatste nieuwtjes uit de buitenwereld, want het internet en wifi hebben hier hun intrede nog niet gedaan.

Dag 17 naar het Oma Tokpo 1 kamp, 5 uur lopen

We verlaten de omgeving van het dorp en dalen af in de kloof die door de rivier is uitgesleten. Naarmate we verder afdalen wordt het pad meer een route en steeds vaker moeten we door de rivier. In eerste instantie kunnen we dat nog met de schoenen aan maar al snel lukt dat niet meer. Dit is echt een sprookjesachtig gebied met die schitterend gekleurde rotswanden en de helderblauwe rivier die erdoor stroomt. Na een paar uur langzaam te zijn afgedaald komen we bij de hoofdrivier in dit gebied: de Oma Tokpo. Op X moment zullen we ook deze rivier moeten oversteken en we kiezen daarvoor een plek waar deze vrij vlak stroomt. De stroming is echter best fors en de diepte zal afhangen van het moment van het jaar. Voor alle zekerheid nemen we speciaal voor dit moment een opblaasbare wildwater kano mee. Daarmee kunnen we bijna alle soorten rivieren oversteken. Het is best wel een hele operatie maar veiligheid gaat voor alles en bovendien is het ontzettend leuk om te doen. Iedereen inclusief alle bagage wordt met dit bootje over gependeld. Niet veel verderop zijn er een paar vlakke plekken waar we kamp kunnen maken.

Dag 18 langs de Oma Tokpo, 5 uur lopen

De hele dag volgen we nu de oostkant van de rivier. Dat val niet altijdmee want soms zijn de bergwanden te steil om vlakbij de rivier te kunnen blijven. Dat betekent dat we soms een paar honderd meter moeten stijgen om de moeilijk passages te kunnen omzeilen. En zo meandert het pad omhoog en omlaag langs de blauwe rivier door een geelbruin landschap. Hier en daar is er een valkke plek en op één ervan maken we kamp.

dag 19 naar kamp Keshe Tollo, 6 uur lopen

We vervolgens onze weg noordwaarts. Hier en daar zien we overblijfselen van vroegere bewoning in de vorm van oude half ingestorte huisjes of een vervallen chörten. Het lijkt erop dat in recente jaren niet veel meer van deze route gebruik wordt gemaakt. Daar waar het pad is weggeregend is het niet meer hersteld en moeten we een beetje klauteren. We hebben voor dat doel ook touwen bij ons om deze stukjes af te zekeren. Langzaam maar zeker lijkt het erop of de stukken land naast de rivier weer wat groter worden en ook meer vruchtbaar. We maken kamp op een mooie plek vlakbij de rivier zodat we het stof en het zweet van vandaag heerlijk kunnen afspoelen.

dag 20 Dibling, 2 uur lopen

Na ongeveer 2 uur lopen bereiken we het dorpje Dibling en je vraagt je echt af hoe mensen ooit bedacht hebben om hier te gaan wonen, zo ver van alles weg. Het is een bijzonder dorpje met chörten, manimuren en een 20-tal huizen. Er is één gebouwtje met een kamer en daarin een telefoon, zoals we die kennen uit oude films. Verder scharrelt men wat rond en gaat op stap met grote kuddes geiten en schapen. De omgeving is echt heel erg mooi met grazige groene berghellingen die over gaan in gitzwarte rotswanden waar hier en daar een waterval uit tevoorschijn komt. De gedachte zou bij je op kunnen komen dat men hier het leven leidt zoals het ooit bedoeld is geweest: in vrede en in bewonderenswaardige eenvoud. We kamperen beneden het dorp aan de rivier.

Dag 21 Dibling naar Pudzong BC, 3 uur lopen

Vandaag een redelijk eenvoudige dag en we maken ons op voor het laatste deel van deze spectaculaire trek. De eerste kilometers kun je wel zien dat de inwoners van Dibling hier gebruik maken van de aanwezige grazige weiden. Hier en daar vind je manimuren en primitieve huisjes waar men in het zomerseizoen tijdens het weiden van de kudden kan verblijven. Verderop wordt het landschap weer leger en aan de voet van de volgende pas slaan we ons kamp op.

Dag 22 over de Pudzong La en naar Kanji La Sumdo, 6 uur lopen

De klim naar deze pas is niet heel erg moeilijk. Bovenop de pas kun je de hele route voor vandaag al overzien. Het is dan nog wel ongeveer 12 km naar het volgende kamp over niet altijd even makkelijk terrein. De vallei waar je nu in loopt komt uiteindelijk uit bij Ringdom Gompa en dat ligt weer op de route van Kargil naar Padum. Tegen het eind van de dag heb je een doorkijkje naar de hoogste bergen van Kashmir: de Nun en de Kun, beiden net iets hoger dan 7000 meter.

Dag 23 over de Kanji La naar Kanji BC, 7 uur lopen

Dit is de laatste echte trekkingdag en best een zware. De Kanji La ongeveer 5240 meter hoog en de aanloop is, hoewel niet steil wel vrij lang en het laatste stuk vermoeiend. Bovenop heb je een gemengd gevoel: blij dat je ook deze laatste hindernis hebt kunnen nemen en jammer dat het einde van de tocht nadert.
Tijdens de afdaling moet je een beetje oppassen want het pad bestaat uit losse keien waardoor je makkelijk je enkel kunt verzwikken. Wandelstokken zijn hier geen overbodige luxe. Waarschijnlijk ligt er in het bovenste gedeelte ook nog wel wat sneeuw. Dan contour je een aantal uren langs de berghellingen ergens tussen hemel en aarde, omhoog en weer omlaag en het laatste stuk je daal je weer af naar de rivier, die hier samenstroomt met een andere rivier. Hier maken we kamp.

Dag 24 naar dorp Kanji en met de bus naar Alchi, 2 uur lopen, 5 uur met de bus.

Naar Kanji is het nog 2 uur lopen tot aan de weg. Hier staan jeeps of een bus op ons te wachten zodat we vrij snel de reis naar Leh kunnen beginnen. Onderweg steken we 2 passen over: de Namika La en de Fotu La. Vooral bij Lamayuru is het landschap ongelooflijk spectaculair met zwarte en gele bergwanden waar de smalle weg zich met moeite langs worstelt. We gaan overnachten in een lodge bij het oude klooster Alchi tenzij iedereen nu weer terug wil naar Leh voor een lekkere warme douche.

dag 25 Alchi - Leh, of Leh rustdag

Tussen Alchi en Leh zijn er nog een aantal klooster en ander bezienswaardigheden. We hebben daar vandaag mooi de tijd voor. Van Alchi is een deel al meer dan 1000 jaar oud is. We zien aan de afbeeldingen in de fresco’s de invloeden van de Indiase schildermeesters. In een zijvallei kunnen we het klooster Likir bezoeken. Vooral de enorme met goud bedekte Boeddha trekt hier de aandacht.

dag 26 vlucht Delhi naar Leh

Vandaag vliegen we terug naar Delhi. Gedurende de 1 uur durende vlucht glijden talloze toppen en besneeuwde bergkammen onder je door totdat de bergen plaatsmaken voor grote vlaktes. In Delhi gaan we naar een niet ver van het vliegveld gelegen hotel. Deelnemers die dat wensen kunnen op eigen gelegenheid een aantal hoogtepunten van Delhi bezoeken. Zij die de verzengende hitte dragelijk willen maken kunnen die dag in het hotel verblijven waar we een tweetal kamers voor de groep reserveren. `s Avonds vertrekken we naar de internationale luchthaven voor de nachtvlucht naar Nederland.

dag 27 Delhi-Amsterdam

Nachtvlucht met een vroege aankomst op Schiphol

Bookmark and Share
WANDELVAKANTIES, TREKTOCHTEN EN EXPEDITIES
HT Wandelreizen | Ten Have 13 | 7983 KD Wapse | tel. 0522-241146 | email: info@htwandelreizen.nl

Website door Zaphyrion SitemapPrivacyverklaring
htwandelreizen.nl maakt gebruik van cookies. Met cookies wordt de website persoonlijker en gebruiksvriendelijker.Akkoord