Home Diashows Reisboekenshop Contact> Mijn HT
Vragen? Bel ons op 0522 241146

Deze pagina afdrukken Wandelreis Noord-India | Spiti & Changtang
Van dag tot dag

De Indiase Himalaya

De verschillende bergketens in het noorden van India, allemaal onderdeel van het grotere Himalaya gebergte lopen grofweg van oost naar west. Ze vormen zodoende muren die het voor moessonwolken moeilijk maken noordwaarts te trekken. Naarmate je verder noordelijk trekt wordt het klimaat droger en kouder.
In het algemeen kun je stellen dat het hindoeïsme zich vanuit het zuiden uitstrekt tot aan de grote Himalaya keten. Het Tibetaans boeddhisme begint aan de noordkant ervan. Er zijn twee gebieden ten zuiden van de grote Himalaya keten (maar ten noorden van de 6000 meter hoge Pir Panjal), die wel boeddhistisch zijn; Lahaul en Spiti. Westelijk van de 7000-ders Nun en Kun vinden we de moslimgebieden.
Spiti is nog steeds moeilijk te bereizen. Het is van oorsprong deel van het grote Tibetaanse Rijk en pas in de laatste 10 jaar voorzichtig opengesteld voor westerlingen. Spiti ligt in de regenschaduw van de Pir Panjal en heeft verder ook alle kenmerken van de streken die ten noorden van de Himalayaketen liggen. Ladakh en Zanskar, ook beide oorspronkelijk Tibetaans boeddhistische gebieden, liggen ten noorden van de Himalaya hoofdketen.

Opzet van de reis

We zijn altijd op zoek naar reizen waarbij we maximaal kunnen wandelen in een zo afgelegen mogelijk gebied. De route over de Pin Parbati pas (5320 meter) naar Mud en aansluitend daarna via de Parang La (5540 meter) naar het Tso Moriri in Chantang hebben we al verschillende keren uitgevoerd. Het is een prachtige ruige route die niet al te zwaar is omdat je langzaam aan de hoogte moet wennen. Wel zijn beide passen vergletsjerd zodat je uit veiligheidsoverwegingen aan touw gaat. De weers- en/of sneeuwomstandigheden kunnen de oversteek van de Pin Parbati pas zeer bemoeilijken of zelfs onmogelijk maken. In dat geval reizen we via Manali en de Kunzumpas naar Kibber in Spiti  van waar  we dan eerst de twee daagse “Hoog Spiti Tour” doen en daarna onze route naar de Parang La  vervolgen.
Over de Pin-Parbati pas is bagagevervoer met lastdieren niet mogelijk zodat we daar dragers (Nepalezen uit Nepal en uit Manali) inschakelen om onze tenten, keuken, voedsel en privé-spullen te dragen. Vanaf Kibber naar Korzok kunnen we eventueel gebruik van paarden of muilezels die we dan uit Manali laten komen.
Het geheel is dus een logistiek wat ingewikkelde operatie waarbij vertragingen door bijv. aardverschuivingen niet uitgesloten zijn. In principe vliegen we vanuit Leh terug naar New Delhi. 

Spiti

Spiti is een geïsoleerd en hoog gelegen, door boeddhisten bewoonde vallei in het oosten van Himachal Pradesh. Al eeuwenlang bestaat het basisvoedsel hier uit gerst, boekweit en erwten, die op de kunstig geïrrigeerde akkers worden verbouwd. Voor liefhebbers van afgelegen gebieden in een zelden door westerlingen bezochte streken, is dit een droomreis. Appelboomgaarden, kale veelkleurige berghellingen en rotswanden, hoge vergletsjerde passen, mystieke kloosters, besneeuwde toppen aan de horizon en prachtige mensen. De Spiti vallei ligt tussen de 3000 en 4000 meter hoogte in een kleurrijk maanlandschap omgeven door bergen van 6000 meter en hoger. We bezoeken een aantal spectaculair gelegen kloosters en maken een trek in één van de zijvalleien. Die vallei is rijk aan fossielen en vreemd gevormde rotsen.

Changtang

Over de Parang La kom je op het echte Tibetaanse plateau. We lopen hier langs het grote meer Tso Moriri (23x7 kilometer in oppervlakte). Op het plateau wonen de Changtang nomaden die hier nog leven in overeenstemming met de eeuwenoude tradities van hun voorouders. Dit gebied ligt zo dicht bij de grens met Tibet (China) dat een zgn. Inner Line permit noodzakelijk is. Changtang is dus de rechtstreekse voortzetting van het Tibetaanse plateau.

Rupshu

Rupshu is het gedeelte dat de overgang vormt tussen Changtang en de veel bergachtiger streken van de Trans Himalaya: Zanskar en Ladakh. De vele kleuren, van geel en rood tot zwart en groen vormen te samen met de intens groene veldjes bij de spaarzame nederzettingen steeds weer een verrassend decor voor onze trek.

Ladakh

Het laatste stukje van de tocht ben je in Ladakh, van oudsher de bakermat van de regionale beschaving. Het Tibetaans Boeddhisme ligt hier verankerd in de levenswijze van de bewoners. Je kunt vele kloosters bezoeken in de Indus vallei tijdens je verblijf in Leh.

Een opmerking vooraf

Het gaat hier om een zeer avontuurlijke reis. Er zijn diverse factoren die onderweg onze reisplannen kunnen beïnvloeden, hoe goed de reis ook is voorbereid. Onderstaande reisbeschrijving geeft de hoofdlijnen van de reis weer. De reisleiding kan zich genoodzaakt zien om tijdens de reis verschuivingen in het geplande programma aan te brengen.

dag 1 Amsterdam - Delhi

De vlucht van Amsterdam naar Delhi. We komen `s nachts aan en gaan van de international terminal  naar de domestic terminal die nu lopend te bereiken is sinds het nieuwe vliegveld in gebruik is. Vluchtmogelijkheden vind je onder vliegtickets.

dag 2 van Delhi naar Manali (1956 meter)

We vliegen van Delhi naar het vliegveldje Bhuntar net ten zuiden van Manali.  Mocht deze vlucht niet doorgaan dan proberen we naar Chandigar te vliegen dat aan de voet van de eerste bergketen ligt.  De laatste 300 km naar Manali reizen we dan per 4WD of privé bus te doen. Een mooie route door de Pir Panjal, het zuidelijke deel van de Himalaya.
Transfer naar Manali waar we onze intrek nemen in een mooi hotel omgeven door hoge pijnbomen.

dag 3 Manali (1956 meter)

In Manali verblijven we in een sfeervolle hotel dat net buiten de drukte van het stadje ligt. Manali is een geweldig leuk stadje met een enorme diversiteit aan mensen: paardenmannen uit de buurt, Ladakhi, Tibetanen, Lahauli, Nepali enz. Dat alles tegen een sfeervolle achtergrond van cederwouden en wit besneeuwde bergen. We maken kennis met onze staf uit Nepal die ons zal begeleiden op de rest van de tocht.
Deze dag is vrij te besteden, even tot rust komen na al dat gereis. Tijd genoeg ook om het stadje te bekijken. Je kunt een boeddhistisch kloostertje bezoeken, een wandeling maken in de op Zwitserland lijkende omgeving of een kijkje nemen in de bazaars of natuurlijk heerlijk op de veranda zitten en een boek lezen.

dag 4 per jeep naar Manikaran en Pulga (2270 meter)

We gaan nu met de hele crew per jeep naar het begin van de trek. Voor de laatste keer wordt alles gemeten en gewogen en we willen zeker weten dat de tenten goed zijn en het voedsel ruim voldoende. We rijden 1½ uur zuidwaarts en slaan daarna rechtsaf de Parbati vallei in. De Parbati rivier is een woest kolkende stroom in een prachtig groene vrij nauwe vallei. In Manikaran kunnen we pelgrims tegenkomen omdat het een heilige plaats is met geneeskrachtige warme bronnen. Sommige zijn zo heet dat de pelgrim kleine zakjes rijst erin laten zakken om het te laten koken. We nemen even de tijd om hier rond te kijken voor we verder rijden naar Pulga. Hier wordt een stuwdam in de rivier gebouwd en de weg houdt daar op. We kamperen een stuk boven de dam en de rivier  in een mooi bos op +/- 2270 meter.

dag 5 Pulga - Khir Ganga (2780 meter)

Langzaam maar zeker verlaten we meer en meer de bewoonde wereld. Door mooie naaldbossen stijgen we nu naar een kampeerplaats op een open weide. Het pad gaat op en neer, met soms steile stukjes die glibberig kunnen zijn van de modder. Voorzichtigheid is hier geboden en het kan ons enigszins gaan vertragen. In Khir Ganga zelf is een eenvoudige ashram en een tempeltje. Ook hier komen nog Hindoe pelgrims om een bad te nemen in een heerlijke warme bron. Het is 4 tot 5 uur lopen naar een hoogte van 2780 meter.

dag 6 Khir Ganga - Bhojtunda (3345 meter)

We stijgen vandaag in 5  á 6 uur, 400 meter door een kloof en oude naaldwouden. Het laatste stuk van de route wordt afgewisseld met mooie weiden met veel bloemen. We vinden hier nog kampen van Gujjar en Gaddi herders die in de zomer hier verblijven met hun kuddes koeien, geiten en schapen. Bhojtunda is weer een mooie hoge bergweide op 3345 meter hoogte.

dag 7 Bhojtunda Ė Odi Tach / Chelru (3784 meter)

Geleidelijk stijgen we deze dag over de vallei bodem. Dit is goed voor het acclimatisatieproces. De linkerkant van de vallei bestaat uit stukken steile rotswand waar watervallen naar beneden stromen. De rechterkant heeft een meer glooiend karakter. We steken de rivier over middels een brug en na een uurtje steek je de rivier weer terug over maar nu met een bakje aan een katrol die over stalen kabels loopt. Uiteindelijk kom je uit op een mooie open plek op 3518 meter hoogte bij de boomgrens. In de verte krijg je nu voor het eerst zicht op de sneeuw en gletsjervelden verderop. Het pad wordt iets grilliger vandaag en minder onderhouden. Op verschillende plaatsen steken we een zijrivier over via een natuurlijke brug. Grote rotsblokken die helemaal of bijna helemaal over de rivier heen reiken en waar stenen tegenaan zijn gestapeld waar het te steil is om zo maar op te klimmen. Ook hier is weer enige voorzichtigheid geboden en hier en daar is een helpende hand welkom. Verder komen we nu definitief boven de boomgrens en de vallei wordt breder en opent zich. De bergen om ons heen worden steeds iets ruiger en hoger. Looptijd 6 uur.

dag 8 Chelru - Mantali Lake (4145 meter)

Door open landschap stijgen we nu geleidelijk over puinhellingen naar Mantali Lake op 4145 meter hoogte. Je mag hier de eerste sneeuw al verwachten, meestel in de vorm van een wat vuile sneeuwrest. De rivier bedding is intussen een brede delta geworden en we steken het eerste gletsjer puin over dat in lang vervlogen tijden hier is terecht gekomen. 
Het is 6 á 7  uur lopen. We doen het rustig aan want de hoogte begint te tellen en we moeten langzaam acclimatiseren. Aan de rand van het meer is er een klein heiligdom met de Shivalingam. Hier komen soms ook veel pelgrims naar toe.

dag 9 Mantali Lake - acclimatisatiedag

Voor ons ligt een 5000 meter plus pas. Voordat we ons daaraan wagen nemen we nog wat extra de tijd om het lichaam te laten wennen aan de hoogte. Vandaag dus. Het geeft ons ook mooi de tijd om onze gordels pas te maken, te oefenen met aan een touw gaan en op stijgijzers te lopen. Achter het kamp is een mooi oefenterrein en we zullen zeker een dagdeel aan deze bergtechnische praktijken besteden. Voor hen die zich goed voelen zit er misschien ook nog een middagtochtje in de omgeving in.

dag 10 Mantali Lake - Pin Parbati base camp (4940 meter)

De komende twee dagen zullen we de Pin Parbati pas oversteken. De aanloop naar de pas voert je over morenen en puinhellingen langs de rivier. Afhankelijk van de waterstand begint de ochtend  mogelijk met het doorwaden  van een ijskoude zijstroom. Even later loopt de “trail” de steile berghelling op en van tijd tot tijd is er geen pad meer maar alleen een met steenmannetjes gemarkeerde route.

Het is goed om er hier iemand bij te hebben die de weg weet. Het oude base camp ligt op 4690 meter op een hogere vlakke plek maar wij gaan nog iets verder tot een volgend plateau op 4940 meter. We zitten dan aan het begin van de gletsjer  die de weg vormt naar de Pin Parbati pas. Er is voldoende plaats voor alle tenten en we hebben prachtig uitzicht op de bergen in het zuid-westen van ons. Het zal wel een koude nacht worden. Als we niet te veel door sneeuw gehinderd worden lopen we in ruim 4 uur naar deze plek

dag 11 over de Pin Parbati pas naar Rivercamp 1 (4380 meter)

Na 8 dagen lopen bereiken we dan de Pin-Parbati pas op 5312 meter. Deze pas verbindt de Parbati vallei, die we al achter ons hebben liggen, met de Pin vallei aan de Spiti kant. Vanuit het kamp gaan we vrij snel het ijs op. We zijn nu in een witte wereld met rondom om ons heen alleen maar witte pieken. Aangezien we hier over gletsjers lopen is het beter om aan touw te gaan en op stijgijzers. Naar de top van de pas ben je ongeveer 2½ uur onderweg. Het gaat natuurlijk vanwege de hoogte heel rustig aan en we volgen het tempo van de langzaamste loper.

De pas is ook de spectaculaire overgang van de groene Parbati vallei naar de gortdroge en hoge valleien van Spiti, van hindoegebied naar het Tibetaans Boeddhisme. Op de top vinden we een grote hoop stenen en de gebedsvlaggen die zoveel passen in de Himalaya tooien. We lopen hier ook het nationale park binnen waar men probeert  o.a. het sneeuwluipaard een beschermde omgeving te bieden. Tijdens de afdaling kijk je al de vallei beneden je in. Prachtige bruine tinten met groene velden in de buurt van de rivier. We moeten rekening houden met river crossings waarbij de schoenen uit moeten, dus teva’s of waadschoentjes bij de hand houden. Totaal al naar gelang de omstandigheden ongeveer 5-8 uur lopen naar de kampeerplaats op 4380 meter.

dag 12 Rivercamp 1 Ė Rivercamp 2 (3997 meter)

Vandaag een korte dag. We sturen één van de gidsen vooruit naar Mud om vast het transport naar Kibber te regelen. Vanuit rivercamp 1 dalen we nu af in de kale Spiti vallei. We lopen langs de flanken van de bergen dus een beetje “up and down”. Soms moeten we een riviertje doorwaden maar met de hete zon is dat nu heerlijk verkoelend en als de waterstand niet te hoog is kunnen de schoenen aan blijven. Er zijn hier geen bomen meer maar wel ongelooflijk mooie kleuren in de aanliggende bergen. Na 4 uur lopen komen we bij het begin van een jeeptrail waar twee bruggen hoofden in de rivier zijn gebouwd. Iets beneden de trail is een goede plek om ons laatste kamp in de Pin vallei op te slaan.

dag 13 via Mud (3830 meter) naar Kibber (4120 meter)

De trek voert ons vandaag naar Mud, het eerste dorp in de vallei. Een klein dorp met lage vierkante huizen die zo gebouwd zijn als bescherming tegen het ruwe klimaat en de soms ijzige winden. We passeren de voor het Tibetaans boeddhisme zo typerende chörten en de huizen zijn getooid met kleurige gebedsvlaggen. De dorpjes in Spiti zijn kleine groene oases te midden van het omringende kale woestijnachtige berglandschap . Brandstof, mest en graan liggen op de platte daken van de huizen te drogen. Het boeddhistische geloof is zeer bepalend voor de cultuur en het leven van alle dag. Overal wapperen met heilige mantra`s bedrukte gebedsvlaggen. Stupa`s of Chortens (torenvormige boeddhistische schrijnen)  markeren de paadjes tussen de dorpjes. Er is hier een klein maar belangrijk klooster waar we een kijkje kunnen nemen . (voorbehoud: soms zijn alle monniken weg en heeft een van hen de sleutel ook meegenomen zodat we er niet in kunnen!). Na de lunch rijden we via Dankar en Kaza naar onze campsite in Kibber. Onderweg valt op wat een prachtige sculpturen de erosie in het landschap geslepen heeft. De vele kleuren beige en bruin maken deze natuurlijk kunstwerken af.

Kaza is de kleine hoofdplaats van de Spiti Vallei. Er is hier een markt en er zijn wat winkels, tevens het kantoortje waar we onze inner-line permit moeten halen om de Parang-La over te kunnen steken naar het Tso Moriri.  Na wat inkopen te hebben gedaan vervolgen we onze weg naar Kibber. Onderweg komen we langs Ki gompa dat we kunnen bezoeken als we onderweg niet al te veel tijd hebben verloren . Het klooster heeft een lange historie en in de verschillende ruimtes bevinden zich boeddha beelden en oude boeken. Ki gompa is het grootste klooster van Spiti. Het is gebouwd rond een spitse heuveltop. Iedere tweede zoon in Spiti gaat in het klooster, maar dat houdt niet in dat hij meteen buiten de maatschappij staat. De monniken zijn vaak getrouwd, hebben kinderen en helpen hun familie op het land als het noodzakelijk is. Tot Ki gompa behoren zo`n 120 monniken, alleen tijdens festivals zul je de meeste daarvan in het klooster aantreffen.  We overnachten op de  kampeerplaats in het dorp Kibber,  dat  bestaat uit ongeveer 50 van die fortachtige witgekalkte huizen die zo typerend voor Spiti zijn. Looptijd 3½ uur en 2 uur rijden van Mud naar Kaza. Naar Kibber daarna nog ongeveer drie kwartier.

dag 14 Kibber (4120 meter) rustdag

Vandaag een rustdag die we benutten om onze twee daagse tocht door “Hoog Spiti” te organiseren. Eventueel nog wat inkopen doen of Ki Gompa bezoeken als dat gisteren niet door kon gaan. In ieder geval kan er wat gewassen worden en met een beetje geluk misschien zelfs een douche in één van de eenvoudige lodges die Kibber rijk is. Verder wat algemene voorbereiding voor het tweede deel van onze reis, de oversteek van de Parang-La naar Chantang.

dag 15 Kibber Ė Tashigoun Ė Comic gompa (4550 meter)

Vandaag de start van een bijzondere wandeling door het Spiti landschap. Per jeep rijden we in een half uur naar het startpunt in het dorp Tashigoun op ruim 4400 meter. Door de velden lopen we naar een spectaculaire  kloof in het landschap waar een 500 meter, vrij steile, afdaling ons naar de beek brengt die we oversteken. Touw gaat mee want dat kan wel eens nodig zijn. Na de oversteek een mooie maar soms lastige klim terug naar het plateau. Daarna weer door golvend landschap naar Langza (4340 meter) waar een prachtig beschilderde Boedhha over het landschap uitkijkt. We vervolgen onze weg over het golvende plateau met verspreidt liggende akkertjes naar het Comic Monestary waar we ons kamp maken op +/- 4550 meter. Een mooie dag met wisselend landschap. Looptijd  6 tot 7 uur.

dag 16 Comic gompa Ė Lalung Ė Kibber (4120 meter)

We vertrekken vroeg want we willen nog wat tijd over houden voor een een bezoek aan de kloosters van Dankar en/of  Tabo. We vervolgen onze weg over het plateau en stijgen langzaam naar een punt op 4750 meter waarna we na een korte daling weer omhoog gaan naar het hoogste punt van deze twee daagse tocht. Een pas op 4800 meter. Daarna beginnen we af te dalen naar het dorp Delum. Weer zo’n typisch Spiti dorp waar weinig of geen touristen komen en de bevolking zich nieuwsgierig  af vraagt wat die westerlingen hier zoeken. Daarna zet de afdaling zich voort naar een punt waar, op minder dan 3600 meter, drie riviertjes bij elkaar komen, waarna het laatste klimmetje naar Lalung (3750 meter) volgt. Al met al zitten er toch aardig wat hoogtemeters in dit korte uitstapje over het plateau van Hoog Spiti. In Lalung worden we weer opgehaald door de jeeps die ons naar Kibber terug brengen. Looptijd ongeveer 6 uur.

dag 17 Kibber Ė Thalta (4660 meter)

Na het grote dorp Kibber dalen we een beetje af in een kloof om vervolgens weer verder omhoog te klimmen naar het dorpje Dumla, een klein gehucht met een paar huisjes op 4550 meter. De dag wordt inspannend als we verder klimmen naar 4730 meter. Geleidelijk stijgend komen we aan het eind van de dag op een grote weide met de naam Thalta. Onderweg hebben we mooie uitzichten op de Shilla en Spiti bergketens. We lopen vandaag ongeveer 6 uur.

dag 18 Thalta Ė Bongroyen (5085 meter)

Na eerst weer zo’n 400 meter over een steil stuk te zijn afgedaald naar de rivier, klimmen we verder de hele dag weer omhoog door ruig en onherbergzaam terrein. We kamperen op 5050 meter aan de basis van de Parang la. Het landschap wordt steeds ruiger, kaler en mooier. Het kamp ligt op een schuin vlak stukje met rondom rode rotswanden en puinhellingen. 5½ tot 6 uur lopen.

dag 19 over de Parang La naar Kharsa Gongma (4960 meter)

We vertrekken vandaag met gordels, stijgijzers en sandalen in de rugzak want mogelijk hebben we dat allemaal nodig om in ons volgende kamp te komen. Het is ongeveer 2½ uur naar de pas over een vrij steil pad soms zigzaggend omhoog. Vandaag bereiken we het hoogste punt van de hele reis: de vergletsjerde Parang La op 5600 meter. Het uitzicht aan de Spiti kant is meer kaal en bruin terwijl naar het noorden toe je meer met sneeuw bedekte bergketens ziet. Direct aan de overkant van de pas begint de brede vallei van de Pare Chu (chu = rivier). Aan de noordkant van de pas ligt een grote plak ijs die meestal bedekt is met sneeuw. Hoewel ook paardjes de pas oversteken gaan wij toch dit stukje van ongeveer 1 uur lopen aan touw. Veiligheid voor alles! Over zijmorenen dalen we vervolgens af naar de rivier. Vroeg in het seizoen kunnen we de rivier oversteken over een sneeuwbrug. Is die sneeuwbrug weg dan is het een heftige river-crossing met ijskoud, diep en snelstromend water. Ook hier komt het touw dan goed van pas. We kamperen aan de oevers van diezelfde rivier op een grote weide. We kijken hier een immense verlaten vallei in die de grote leegte weerspiegelt waar we de komende dagen in zullen rondlopen. 5½ tot 6 uur lopen.

dag 20 Kharsa Gongma - Tarang Yogma (4675 meter)

Een lange dag stroomafwaarts brengt je in een steeds bredere vallei. Soms een beetje omhoog dan weer omlaag. Onderweg mooie door de wind gepolijste rotsformaties en grotten. Nu en dan passeren we een zijvallei. Vaak komt hier een rivier uit die we dan moeten oversteken. Soms kan dat door van steen naar steen te springen, soms ook moeten de schoenen uit. De uitzichten zijn steeds fantastisch. Op hoge plateaus boven de rivier zijn soms pleisterplaatsen van de nomaden, dit is wel een beetje afhankelijk van het tijdstip in het seizoen.  De exacte plaats van kamperen en de tijd die we vandaag onderweg zijn hangt onder meer af van de conditie van de deelnemers en de waterstand m.a.w. hoeveel tijd de river-crossings ons gaan kosten.  We houden rekening met 5 tot 7 uur dus we vertrekken bij tijds.

dag 21 Tarang Yogma Ė Norbu Sumdo (4555 meter)

Sumdo betekent in het Tibetaans: de plaats waar 2 rivieren samenkomen. Dat is hier ook het geval met de Phirtse Chu en de Pare Chu. Hier maken we een grote rivierdoorsteek waar we, als er veel water in de rivier staat wel een tijdje mee bezig kunnen zijn. We verlaten we de Pare Chu die van hier Tibet instroomt. We slaan linksaf richting het Tso Moriri en binnen 5 minuten staan we ineens op grazige weiden. Hier is misschien wel een nomaden familie neergestreken met bijbehorende beestenboel: yaks, geiten en schapen en natuurlijk de Tibetaanse mastief als waakhond. Dit is zo’n prachtige groene bergweide op een vlakte die zo typisch is voor Changtang. De mensen leven hier een bestaan zoals ze dat al 1000 jaar doen. Buitengewoon primitief met afwezigheid van alle moderne middelen. Prachtige verweerde koppen en kinderen met grote snotneuzen. Ook vandaag is de looptijd weer sterk afhankelijk van de waterstand maar minimaal 7 uur.

dag 22 naar Kiangdom aan het Tso Moriri (4555 meter)

Over de Changtang vlakten lopen we nu naar de zuidelijke punt van het Tso Moriri (Tso =“meer” in het Tibetaans). Kiangdom is genoemd naar de hier veel voorkomende wilde ezels (Kiang). We hebben op onze vorige tocht  verschillende exemplaren van dit elegante beest gezien. De kampeerplaats ligt aan het meer op een weidse vlakte met omringende bergketens. Sommige toppen zijn besneeuwd en de zon en de wolken maken hier een prachtig schouwspel van licht en schaduw. 4 uur lopen.

dag 23 Kiangdom - Korzog (4560 meter)

Vandaag lopen we een vlakke etappe langs het 27 kilometer lange meer naar een kampeerplaats aan de noordkant. Vlak voor Korzog zie je al weer wat tekenen van menselijk aanwezigheid: gebedsmuren en vlaggen. Als we dan uiteindelijk over een soort pasje komen zien we ineens het dorpje liggen. De aanwezigheid van huizen en mensen geven na zolang in de eenzaamheid te zijn geweest een gevoel van opwinding. In Korzog begint ook een weg waardoor je vanaf hier via twee verschillende routes per jeep naar Leh kunt rijden. We kamperen een klein eindje buiten het dorpje aan een mooie riviertje. 6½ uur lopen over 25 km. Bij de reis met vertrekdatum 12 juli kan er een bezoek gebracht worden aan het festival van Korzok.

dag 24 Korzog Ė Tso Kar (4600 meter)

Korzog is het einde van onze trek. Rest ons nog de rit naar Leh. Het is een beetje afhankelijk van de situatie op het moment dat we in Korzog aankomen. Als alles helemaal volgens schema is verlopen en de toestand van de wegen en of de oversteek van de 5000 meter hoge Palogonka –La en de 5328 meter hoge Taglung-La mogelijk zijn dan kunnen we vandaag met  de jeeps naar het Tso Kar rijden, daar overnachten en morgen door rijden naar Leh. Mocht het echter nodig zijn dan zullen we de kortste route naar Maha nemen want dan mijden we de hoge passen en rijden door de brede Indus vallei naar Leh. Deze route is niet zoveel korter maar wel een veel snellere dan via het Tso Kar. Die beslissing kan echter pas in Korzog genomen worden als we alle actuele omstandigheden kennen.

dag 25 naar Leh (3550 meter)

Zoals gezegd hangt het van de omstandigheden af hoe het vandaag zal gaan want deze dag geeft ons wat flexibiliteit om tegenslag op te vangen. Uiteindelijk willen we onze vluchten naar Delhi en Amsterdam niet missen.

dag 26 Leh (3550 meter)

Leh ligt enige kilometers ten noorden van de Indus aan de voet van de Namgyal Tsemo, een heuvel met de ruïnes van een fort en het spectaculaire koningspaleis. In deze bedrijvige stad rusten we uit. We kunnen genieten van de heerlijke Indiase keuken vanaf een dakterras. Misschien is er nog tijd voor een
individueel uitstapje naar elders in de Indus vallei. B.v. naar een kloosters of het paleis in Stok. Je kunt natuurlijk ook rustig rondslenteren in de vele marktstraten en steegjes

dag 27 Leh - Delhi

Vandaag vliegen we terug naar Delhi. Gedurende de 1 uur durende vlucht glijden talloze besneeuwde toppen en  bergkammen onder je door totdat de bergen plaatsmaken voor grote vlaktes. In Delhi aangekomen begeven we ons naar de nieuwe internationale luchthaven voor de terugvlucht naar Nederland.

dag 28 Delhi - Amsterdam

’s Nachts vliegen we terug en komen vroeg in de ochtend aan in Amsterdam.

Bookmark and Share
WANDELVAKANTIES, TREKTOCHTEN EN EXPEDITIES
HT Wandelreizen | Ten Have 13 | 7983 KD Wapse | tel. 0522-241146 | email: info@htwandelreizen.nl

Website door Zaphyrion SitemapPrivacyverklaring
htwandelreizen.nl maakt gebruik van cookies. Met cookies wordt de website persoonlijker en gebruiksvriendelijker.Akkoord