Home Diashows Reisboekenshop Contact> Mijn HT
Vragen? Bel ons op 0522 241146

Deze pagina afdrukken Individuele wandelreis India | Stok Kangri 6123 meter
Land informatie

Landschap en ligging

India als geheel is een enorm land, één van de grootste ter wereld, met op één na de grootste bevolking (1 miljard), die bovendien zeer snel toeneemt. De "Union of India" is een federatie van 25 deelstaten, waarvan de grenzen globaal samenvallen met de belangrijkste culturele grenzen. De staatsvorm is democratisch, met een gekozen parlement en regering op nationaal, zowel als deelstaat niveau.

Het land laat zich in 3 geografische regio`s indelen:
1. het zg. Deccan plateau, dat centraal en zuid India beslaat.
2. de vlakke stroomgebieden en delta`s van de Ganges en zijn vele zijrivieren en toevoerstromen
3. het Himalaya gebied in het uiterste noordwesten en noordoosten, waar vele grote rivieren hun oorsprong hebben.

De laatste regio verschilt in zeer sterke mate van de rest van het land en, omdat onze trektochten zich in het noordwestelijke Himalaya gebied afspelen, zullen we ons in het volgende hierop richten.

Geologisch bezien is India een subcontinent, dat in de loop van miljoenen jaren tegen het vasteland van de rest van Azië is aangeschoven. Hierdoor zijn de centraal Aziatische bergketens ontstaan, waarvan de "Great Himalayan Range" de langste. Deze loopt van Pakistan tot voorbij Bhutan en omvat een tiental toppen van boven de 8000 meter. Verder zijn er de Hindukush in Afghanistan en noordwest Pakistan, de zeer hoge Karakoram keten in noordoost Pakistan en de uiterste noordwestpunt van India. Tot deze keten behoren ook enkele 8000-ders.

Tussen Karakoram en Himalaya bevinden zich in India de kortere Ladakh en Zanskar ketens, terwijl ten zuiden van de Himalaya de zg. "foothills" opklimmen tot de nog altijd aanzienlijke bergen van de Pir Panjal, de Dhaula Dar keten en de Siwalikheuvels. Het Himalaya gebied in noordwest India behoort tot de deelstaten: Uttar Pradesh, Himachal Pradesh en Jammu en Kashmir.

In Uttar Pradesh zijn het de districten Garwal en Kumaon, waar de Ganges en Yamuna rivieren ontspringen. We vinden hier beroemde Hindoe-pelgrimsplaatsen, zoals Gangotri, Yamunotri, Kedarnath en Badrinath, gelegen bij enorme gletsjersystemen in de Bandarpunch, Kedarnath en Nanda Devi massieven.

Ten westen hiervan ligt de kleine deelstaat Himachal Pradesh. Hiertoe behoren de pittoreske districten Kulu, Kangra en Chamba in het bosrijke en alpiene gebied tussen de Dhaula Dar en Pir Panjal. Manali in de Kulu vallei is de startplaats van de meeste HT tochten. Iets naar het noorden bevinden zich voorts de dalen van de Chenab, Lahaul en Spiti. Deze laatste twee behoren ook tot Himachal Pradesh, maar liggen deels in de zg. "regenschaduw" en komen qua ecologie en cultuur meer overeen met de "Tibetaanse" wereld van Ladakh in Jammu & Kashmir. Voor het zeer geïsoleerde Spiti geldt dit in zijn totaliteit. Het is één van de streken waar de traditionele cultuur nog volkomen onaangetast is, maar de nabijheid van de Tibetaans/Chinese grens veroorzaakte, dat het tot voor kort nog tot de zogenaamde "restricted areas" behoorde, dat wil zeggen voor toeristen verboden. In 1991 zijn hier voor het eerst toch toeristen toegelaten en sinds 1993 hebben wij tochten in deze regio uitgevoerd.

De deelstaat Jammu en Kashmir omvat een drietal verschillende regio`s, te weten: Jammu, Kashmir en Ladakh.
a. Jammu in de zuidelijke heuvels, die aflopen naar de vlakte van de Ganges.
b. Kashmir, achter de westelijke Pir Panjal, heeft als centrum een prachtig, aan alle kanten door bergruggen omsloten dal. In dit dichtbevolkte en bijzonder vruchtbare gebied bevindt zich ook de hoofdstad Srinagar (500.000 inwoners) aan de Jhelum rivier. Deze vertakt zich hier en stroomt door een aantal fraaie, ondiepe meren, waar we de beroemde "houseboats" vinden. De eigenlijke Kashmir vallei rond Srinagar is al sinds een jaar of 12 tamelijk onrustig. Dit zelfde geldt voor het gebied rond de Zoji La waar de staakt-het-vuren linie tussen India en Pakistan op 1 kilometer van de weg tussen Srinagar en Leh ligt.
c. Ladakh is het district achter de hoge Himalaya passen. Dit "Little Tibet" ligt geheel in de andere wereld van de "Trans Himalaya". Het verdient wat extra aandacht omdat dit het doel is van de meeste van onze India reizen. Ladakh ligt ingeklemd tussen de Himalaya en Karakoram ketens, grenzend aan Pakistan en Chinees Turkestan (Sinkiang) en de "autonome" Chinese provincie Tibet. Het gebied wordt doorsneden door vele grote rivieren, zonder uitzondering toevoer-stromen van de Indus. De Indus is de langste rivier, die ontspringt in west Tibet en parallel aan de grote bergketens van zuidoost naar noordwest door Ladakh stroomt, om in Pakistan zuidwaarts naar de Indische oceaan af te buigen.

Bestuurlijk is Ladakh in een drietal subdistricten ("tehsils") onderverdeeld: Kargil in het westen, Zanskar in het zuiden en Leh tehsil. Het laatste omvat de Indusvallei (het eigenlijke Ladakh) met de hoofdstad Leh (ca. 12.000 inwoners), het verlaten hoogland Rupshu aan de Tibetaanse grens en ook Nubra, het stroomgebied van de Nubra en Shyok rivieren in het uiterste noorden aan de voet van de Karakoram.

Volk, taal en godsdienst

India als geheel is erg dichtbevolkt (250-300/km2) en de bevolking groeit nog steeds snel (2,1 % per jaar. Hiermee worden we meteen in een stad als Delhi geconfronteerd. We zien opvallend vaak mensen gehurkt zitten langs de kant van de weg, bij gebrek aan sanitaire voorzieningen, maar ook aan plaats om zich af te zonderen. Komen we echter in de bergen, dan wordt het land gaandeweg steeds minder herbergzaam en in zijn totaliteit minder dicht bevolkt. Dat wil niet zeggen dat de bevolking zich niet in dorpen en dalen concentreert, maar men kan zich tenminste terugtrekken naar de eenzaamheid hogerop.
In het land achter de Himalaya geldt dit in nog veel sterkere mate. In Ladakh wonen slechts zo`n 150.000 mensen op een oppervlakte van ca. 2x die van Nederland. Het is daarmee het grootste en tegelijk dunst bevolkte (2/km2) district van India.

Raciaal varieert de Indiase bevolking van blank tot bijna zwart. (met name in het zuiden) Bovendien treffen we in het trans Himalaya gebied mensen van het mongoloïde ras aan, met wie de blanke meerderheid zich ook wel vermengd heeft.

India is voorts een bijzonder rijk geschakeerde lappendeken van bevolkingsgroepen met verschillende talen en culturen. Er zijn niet minder dan 1650 zogenaamde "mothertongues" (dialecten) en zo`n 30 hoofdtalen.
Hiervan is in noord India het Hindi de belangrijkste voertaal, terwijl onder Moslims het verwante Urdu als gemeenschappelijke taal wordt gebruikt. Erfenis van de koloniale tijd is het feit dat niet alleen in de toeristenindustrie, maar ook meer in het algemeen voor mensen met wat meer opleiding en in de ambtenarij het Engels heel gebruikelijk is. In de gebieden achter de Himalaya spreekt men Tibetaanse talen.

Voor wat betreft religie liggen de percentages onder de bevolking van heel India als volgt: 82,6 % Hindoes, 11,4 % Moslims, 2,4 % Christenen en 2% Sikhs. De rest wordt gevormd door kleine minderheden, zoals Jaïns, Parsi`s en Boeddhisten, waarvan voornamelijk de nog geen 150.000 Tibeto-Boeddhisten voor ons van belang zijn.

Onder de Himalaya volkeren bepalen met name drie religies het culturele gezicht: Hindoeïsme, Islam en (Tibetaans) Boeddhisme.
Het verdient aanbeveling om eens na te slaan wat de historische ontwikkeling en de theoretische inhoud is van ieder van deze religies. Het zal de vluchtige indrukken die je op reis zult krijgen van de dagelijkse praktijk ongetwijfeld meer diepgang geven. De Tibetaanse vorm van Boeddhisme komt overigens in de hieronder aanbevolen literatuur over Ladakh aan de orde.

De gebieden Uttar Pradesh, Himachal Pradesh en Jammu hebben een overwegend Hindoe bevolking. We vinden er diverse lokale geloofsopvattingen en Shiva en Vishnu verering. Hiervan getuigen talloze heiligdommen en pelgrimsplaatsen, waar zich dikwijls zogenaamde "sadhu`s", zwervende bedelmonniken, en "yogi`s", ophouden.

In Kashmir is de meerderheid Islamitisch. In Srinagar bevinden zich ettelijke fraaie moskeeën, waarvan de houten Jama Mashid uit de 13e eeuw de oudste is. Hier behoren echter ook Hindoe heiligdommen tot de bezienswaardigheden, zoals de Shankaracharya tempel en de befaamde Amarnath grot. In het meest westelijke subdistrict van Ladakh, Kargil tehsil, wonen ook nog voornamelijk Moslims. (De helft van de totale bevolking van Ladakh in het kleinste tehsil). De rest van Ladakh is overwegend Boeddhistisch. Het is één van de laatste gebieden waar we de Tibetaanse vorm van Boeddhisme, ook wel Lamaïsme genoemd, nog in levende lijve kunnen aantreffen. Eén van de meest sfeerbepalende kenmerken van deze cultuur is ongetwijfeld het feit dat de vrouwelijke helft van de bevolking er niet is afgezonderd. Voorts zijn er talloze schilderachtige kloosters (in het Tibetaans: gompa), tempels en andere religieuze bouwsels, zoals muren met "gebeds"stenen en zogenaamde "stupa`s" (in het Tibetaans: chörten). Ook zijn de aan goden gewijde steenhopen en gebedsvlaggen op de toppen van passen karakteristiek.

Niet alleen in de kloosters, waar je waarschijnlijk wel een "puja", een ritueelmeditatieve dienst zult kunnen bijwonen, maar ook in het dagelijks leven van de Ladakhi`s is alles doorspekt met ritueel. Zo loopt men altijd linksom langs ieder religieus object, men draait gebedsmolens, men reciteert gebeden (eigenlijk mantra`s, met name "om mani padme um"), brandt wierrook, boterlampjes etc. Hindoeïsme en Boeddhisme Hindoeïsme
Hindoes hebben altijd geloofd dat al het bestaande, inclusief god, de mens en het heelal, te groots is om in één geloof te worden gevat. Hun godsdienst omvat dan ook een grote verscheidenheid van metafysische systemen of gezichtspunten, waarvan sommige een onderlinge tegenstrijdigheid vertonen. Daarbij wordt het aan het individu overgelaten om een leer en cultus te kiezen die het best bij zijn niveau en afkomst past.

Religieuze gebruiken verschillen enigszins van groep tot groep en de doorsnee hindoe heeft geen systematische of formele godsdienst nodig om zijn geloof in de praktijk te brengen: hij hoeft zich slechts te schikken in de gewoonten van zijn familie en sociale klasse.
Een van de beginselen van het hindoe-geloof is het dharma-principe: de plicht om te gehoorzamen aan de natuurwetten en te voldoen aan de sociale en religieuze verplichtingen. Dit houdt in, dat ieder mens zijn eigen rol moet spelen in de maatschappij en dat het kastenstelsel, hoewel niet essentieel voor het filosofische hindoeïsme, een geïntegreerd onderdeel van het maatschappelijk leven is. Onder dit stelsel wordt iedere mens geboren in een bepaalde kaste, waarvan de leden in principe hetzelfde beroep uitoefenen; de kasten zijn onderverdeeld aan de hand van de graad van reinheid of onreinheid van het betreffende beroep.
Andere denkbeelden waarmee bijna alle hindoes vertrouwd zijn, betreffen de aard en de bestemming van de ziel en de krachten van de kosmos. Karma is het geloof, dat het lot van elk individu bepaald is door de som van zijn goede en slechte daden in zijn opeenvolgende levens.
Pas wanneer de individuele ziel door de uiterlijke schijn der dingen heen kan kijken - waarbij men ervan uitgaat dat de werkelijkheid anders is dan deze lijkt te zijn - kan hij zijn uiteindelijke vorm in de persoonlijke, transcendentale werkelijkheid van Brahma aannemen en kan hij ontsnappen aan de anders eindeloze kringloop van wedergeboorten.

Veel dorpen hebben hun eigen beschermheiligen die gelieerd zijn aan de grotere goden van het hindoe-pantheon. In de meeste gevallen zijn deze dorpsgoden echter personificaties van natuurverschijnselen.

Veel waarde wordt gehecht aan het sjamanisme en aan de rol van de allesomvattende godin Devi. Terwijl goden gewoonlijk verantwoordelijk worden gehouden voor de bescherming van het land en de waterbronnen, worden godinnen geacht verantwoordelijk te zijn voor het welzijn van de groep. Naast dorpsgoden zijn er ook goden, gewoonlijk voorouderlijke geesten, die waken over de veiligheid van de familie. Deze goden worden van generatie op generatie vereerd.
De meeste goden worden vereerd uit angst en worden geacht nauw betrokken te zijn te zijn bij het dagelijks leven van de mens. Men zal ze eerder aanbidden vanwege hun grote kracht en toorn dan vanwege hun liefde. De godsdienst is meer gericht op het gunstig stemmen van machtige, maar onberekenbare bovennatuurlijke wezens, dan op het uit dankbaarheid offeren van geschenken aan sympathieke en goedaardige goden.
Het hindoeïsme heeft priesters, maar er is geen geestelijke organisatie. Er zijn tempels, maar er is geen Kerk. De enige autoriteit zijn de vedische geschriften. De priesters zijn afkomstig uit de brahmaanse kaste en treden op als huisgeestelijken voor families van de hoogste kasten. De belangrijkste religieuze handeling is de puja, het vereren van een godenbeeld. Als de puja in het openbaar plaatsvindt, zoals tijdens de grote religieuze feesten, wordt het godenbeeld ceremonieel gebaad en gekleed, bewierookt, vereerd met kaarsen, bloemen en snoepgoed en dan in processie door de straten gedragen. Bij een puja in familiekring worden door een of meer personen binnen het huishouden eenvoudige offerandes gemaakt. Veel gelovigen beschouwen hun godenbeeld als de echte god, maar een godenbeeld is niet noodzakelijk voor de eredienst: ook een andersoortige afbeelding is hiervoor geschikt.
In schril contrast met de rustige plechtigheid van de meeste boeddhistische feesten, worden hindoe-feesten met veel meer uiterlijk vertoon gevierd. Boeddhistische aanbidding heeft meer weg van een oefening van de geest dan van een fysieke bezigheid.

Populaire Hindoegoden
De drie belangrijkste hindoegoden zijn Brahma, Vishnu en Shiva - de personificaties van respectievelijk scheppende, instandhoudende en vernietigende krachten. Bijna alle hindoes zijn aanhangers van Vishnu of Shiva, of een van hun incarnaties, en staan bekend als vaishnava`s of shaiva`s.

Vishnu, "de instandhouder van al wat is", vindt zijn oorsprong in de vedische god Narayan, wiens vrouw Lakshmi de godin van de rijkdom is. Vishnu grijpt in deze wereld in, telkens als de natuurlijke orde verstoord is. Hij neemt dan lichamelijke vormen aan, zoals Narasimha, de manleeuw, Varaha, het everzwijn, of Krishna, de ideale jongeling, minnaar en staatsman. Van de tien incarnaties of avatars van Vishnu is Krishna de bekendste.
Shiva is de personificatie van de strijd tegen demonen en tegen het kwaad, van de potentiële gevaren van kennis en van het feit van dood en wedergeboorte. Hij is de vernietiger en de schepper, een god van duizend en één aspecten, namen en verschijningsvormen, maar heeft in tegenstelling tot Vishnu heel weinig incarnaties. Shiva is traditioneel de god van de asceten: schaars geklede, langharige, rondtrekkende religieuze bedelaars die hun lichaam met as bedekken, een drietand dragen en op de meeste religieuze feesten aanwezig zijn. Als opperwezen heeft Shiva ook scheppende en goedgunstige aspecten en verschijnt hij zowel in mannelijke als vrouwelijke gedaante. Als moedergodin heeft Shiva twee aspecten - enerzijds goedaardig als de godin Uma en anderzijds streng en angstaanjagend als de godinnen Durga en Kali. Een andere verschijningsvorm van Shiva is Bhairab, een wreed en gewapend, demonachtig schepsel met strenge , starende ogen en hoektanden en getooid met een krans van schedels. Als god van de vruchtbaarheid en de wedergeboorte wordt Shiva vereerd in de vorm van een fallussymbool (lingam), die vaak samen met een yoni, het vrouwelijke symbool waaruit de lingam zich verheft, wordt afgebeeld. Het mannelijke element wordt daarbij voorgesteld als het passieve, bewegingloze centrum van de kringloop der wedergeboorten, en het vrouwelijke element als de energie die er omheen draait. Samen vormen zij perfecte gelukzaligheid, perfecte wijsheid en perfect bewustzijn.
Ganesh, de goedaardige god met het olifantenhoofd, is zeer populair en wordt door alle hindoes vereerd als de god die problemen oplost. Hij is de zoon van Shiva en Parvati en tevens de god van de wijsheid. Voor elke grote onderneming of reis gaat men te rade bij Ganesh en bezoekt men zijn heiligdommen.

Boeddhisme
Het Boeddhisme vindt zijn oorsprong in de leer van Siddhartha Gautama, die rond 553 v. Chr. werd geboren in Lumbini, een dorp in de Nepalese Terai, 250 km ten zuidwesten van Kathmandu. Toen hij 29 jaar was verliet Gautama zijn huis en gezin en mediteerde zes jaar, tot hij uiteindelijk tot het ware inzicht kwam. Vanaf dat moment stond hij bekend als de Boeddha, de Verlichte, en wijdde hij de rest van zijn leven aan het prediken van zijn leer.
Hij nam het basisconcept van het hindoeïsme over, maar gaf hieraan een andere interpretatie: hij wilde de betrokkenheid bij de ethiek van het godsdienstig leven in ere herstellen, een betrokkenheid die was verstikt in talloze rituele details en verering van uiterlijkheden.
Gautama verkondigde de vier edele waarheden: alle bestaan is lijden; begeerte eindigt in nirvana; nirvana, de verlossing die voortkomt uit de vernietiging van alle begeerte en het opgaan in de volledige rust, kan worden bereikt via het achtvoudige pad. (Met andere woorden: de waarheid van het lijden; die van de oorsprong van het lijden; die van de vernietiging van het lijden en die van de weg die naar de vernietiging van het lijden leidt. Deze weg is het edele achtvoudige pad: de juiste mening, de juiste gedachte, het juiste woord, de juiste daad, het juiste gedrag, het juiste streven, de juiste bezinning en de juiste meditatie.) Dit pad naar het nirvana is een individuele strijd en heeft als resultaat de overgang van het individuele Zelf naar het eeuwige Zelf. Elk mens moet op eigen kracht het nirvana zien te bereiken; priesterlijke rituelen en kastenvoorschriften kunnen daarbij niet helpen.

Hoewel het hindoeïsme en het boeddhisme het concept van het opgaan van het individu in de kosmische ruimte als het einde van het bestaan gemeen hebben, verschillen zij wat betreft de middelen om dit te bereiken. Boeddhistische gelovigen zijn natuurlijk sterk beïnvloed door hun contacten met hindoes. Het gevoel van verbondenheid tussen de twee godsdiensten gaat zelfs zover, dat beide geloofsgemeenschappen vaak dezelfde tempels gebruiken en dezelfde goden aanbidden. Terwijl het tantrisme een geheel eigen weg opging, nam de boeddhistische gemeenschap veel hindoeïstische denkbeelden en goden over. Het boeddhisme deed waarschijnlijk zijn herintrede in Nepal toen keizer Ashoka een deel van het land annexeerde, en het was via Nepal dat het boeddhisme voor het eerst in Tibet binnenkwam.
De twee belangrijkste stromingen in het boeddhisme zijn het hinayana, dat de vroegste stroming is, en het mahayana, dat zich rond het begin van de christelijke jaartelling ontwikkelde en meer was gebaseerd op het voorbeeld van de boeddha dan op zijn specifieke uitspraken.

Tantrisme
De term tantrisme is afgeleid van het Oud Indische tantra (= weefdraad). Door het weefsel van het boeddhistische gedachtegoed moeten draden van verdienstelijke daden worden geweven.
Het tantrisme deed in de middeleeuwen zijn intrede in de wereld van het hindoeïsme en voegde nieuwe elementen aan de godenverering toe. De talrijke tantristische goden manifesteren zich in veelarmige vormen die de almacht van de god symboliseren. In tegenstelling tot het boeddhisme predikte het tantrisme de concrete daad en de directe belevenis in plaats van contemplatieve meditatie.

Geschiedenis en politiek

In de geschiedenis van India kunnen we 4 perioden onderscheiden.

I. het vroege India
Rond 1500 voor Chr. zijn vanuit het noordwesten groepen met een lichte huidskleur binnen gedrongen. Zij troffen in de Indus delta oude, hoogontwikkelde urbane samenlevingen aan van de veel donkerder Dravidiërs. Zij vormden een aparte taal groep, die werd onderworpen en in de loop der eeuwen meren­deels naar zuid India is verdreven. De nieuwe machthebbers introdu-ceerden Indo-europese of arische talen, waarin de Veda`s, India`s oudste geschriften werden opgetekend, en een hiërarchische maatschappij structuur, waaruit het kastenstelsel is voortgekomen.
Een toplaag van priesters, Brahmanen, monopoliseerde het lezen en schrijven en was verantwoordelijk voor offerriten, waarvan het verloop en detail op schrift werd gesteld. Bovendien werden allerlei reinheidsregels schriftelijk vastgelegd, hetgeen van grote invloed zou zijn op de sociale rangorde. Uit vermenging van dit Brahmanisme met locale culten is het Hindoeïsme voortgekomen.
De zogenaamde na-Vedische periode, van 500 voor Chr. tot 1500 na Chr., kenmerkt zich doordat er achtereenvolgens een reeks dynastieke rijken ontstonden in het noorden en noordwesten van het subcontinent, respectievelijk: de Maurya`s, de Kushana`s en de Gupta`s. Onder bescherming van de vorsten van deze dynastieën vond de opkomst en verbreiding plaats van het Boeddhisme, dat vooral aansloeg onder vorsten en in handelscentra.

II. de Moslim periode
Vanaf de 11e eeuw kwamen Islamitische ruitervolkeren India binnen vanuit Afghanistan, Perzië en centraal Azië. Met harde hand werden de machtscentra in noord India veroverd, waarbij de Boeddhistische kloosters werden vernield. Hiermee verdween et Boeddhisme uit India, met uitzondering van het trans-Himalaya gebied. De monniken zochten meer dan ooit hun toevlucht in de bergstreken en in de Tibetaanse wereld heeft het zogenaamde Mahayana Boeddhisme in deze periode vaste voet aan de grond gekregen.
Van 1500 tot 1763 duurde de bloeitijd van de Moghul periode, waarin de Moslim sultans van Delhi hun macht uitbreidden en heel India onder hun bestuur verenigden. Hun macht beperkte zich echter vooral tot de ambtenarij. Met uitzondering van het noord westelijk deel van het subcontinent, is de meerderheid van de Indiase bevolking altijd Hindoe gebleven.

III. de koloniale tijd
Sinds de 16e eeuw is India onderhevig geweest aan Westers kolonialisme, met als resultaat dat in 1857 de Britten de heerschappij van de verzwakte Moghuls overnamen. India werd Brits-Indië, waarvan het bestuur zich kenmerkte door de zogenaamde "indirect rule" over bestaande vorstendommen. Ter wille van de economische exploitatie werd de infrastructuur tot ontwikkeling gebracht, allereerst door de aanleg van een uitgebreid spoorwegnet. Aan het eind van de koloniale tijd werd begonnen met de ontwikkeling van een eigen industrie en een inheems bestuursapparaat. Daartoe werden vele Indiërs in Groot Brittanië opgeleid. Zij vormden een nieuwe elite, die zich verenigde in de "National Congress Party", de aanvoerders van de nationalistische onafhankelijkheidsbeweging.

IV. het India van nu
In 1947 werd de onafhankelijkheid uitgeroepen. India heeft sindsdien een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt op sociaal, eco-nomisch en politiek gebied. De nieuwe democratische republiek heeft te maken gekregen met de bevolkingsexplosie, industrialisering, verstedelijking, economische groei en modernisering. India heeft zich ontpopt tot een militaire grootmacht in Azië, maar kampt intern tegelijkertijd met de grote problemen van corruptie, die de overlevende traditionele sociale structuren met zich meebrengen enerzijds, en communalisme en afscheidingsbewegingen anderzijds.

We zullen hier alleen nog ingaan op de politieke items die relevant zijn voor het noordwestelijk berggebied. De feitelijke kolonisatie vond eerst plaats in 1949, nadat aan het streven van de Moslim minderheid naar de vorming van een eigen staat gehoor was gegeven.
Op deze grond kwam de zogenaamde "Partition", de verdeling tussen India en Pakistan tot stand. Dit ging gepaard met grote volksverhuizingen over en weer en hevige strijd die zeer veel slachtoffers eiste. Bovendien raakten India en Pakistan vrijwel meteen slaags over enige Moslim gebieden, die formeel aan India waren toegevallen. Niet alleen liet Baltistan, een voormalig subdistrict van Ladakh, zich inlijven door Pakistan, maar ook bezetten de Pakistani een deel van Kashmir. De annexatie van Kashmir als geheel is slechts door militair ingrijpen tot op heden voorkomen. Het is de enige Indiase regio met een in meerderheid islamitische bevolking, waarvan de grens met Pakistan bovendien nog altijd niet meer is dan een bestandslijn. Zo nu en dan laait de strijd om afscheiding op en reeds enkele malen is Kashmir inzet geweest van oorlogshandelingen. Tot op de dag van vandaag is de Kwestie Kashmir in dit opzicht zeer actueel.
Het dagelijkse beeld in Srinagar wordt beheerst door militairen, in de bergen bevinden zich moslim guerrilla`s. Daarom organiseren wij vooralsnog geen tochten meer, die in Kashmir beginnen. De inname van de, overigens onbewoonde, Aksai Chin woestijn in noordoost Ladakh, leidde in de jaren zestig tot een oorlogssituatie tussen India en China. Deze is inmiddels voorbij, maar ook tussen deze twee landen is een groot deel van de grens omstreden en de hele grens in ieder geval gesloten.
Sedert 1989 speelt nog een ander conflictpunt in de meest noordwestelijke deelstaat, Jammu & Kashmir. De Boeddhistische bevolking van Ladakh kwam toen in verzet tegen de ambtelijke en commerciële overheersing en culturele achterstelling door met name Kashmiri. De vrees voor het Moslim separatisme zal hierbij ongetwijfeld ook een rol gespeeld hebben. Een en ander heeft aanleiding gegeven tot een sterke benadrukking van de eigen culturele identiteit onder de Boeddhisten in het district. Er hebben zelfs schermutselingen plaatsgevonden tussen Boeddhisten en Moslims, maar de toekenning door de nationale overheid van "scheduled tribe status" (geprivilegieerde minderheid) aan de Ladakh is in oktober 1989 heeft de gemoederen grotendeels tot rust gebracht.

Het zal duidelijk zijn dat de westelijke Himalaya allerminst een probleemloze regio is. Het is altijd weer zaak om tussen de diverse probleemgebieden door te laveren om de in landschappelijk en cultureel opzicht zo lokkende bestemmingen te bereiken.

Middelen van bestaan

In heel India is 70% van de bevolking werkzaam in de landbouw. Rijst vooral en linzen, maar in noord India ook tarwe en maïs, zijn de belangrijkste voedselgewassen. Verder worden thee, jute en katoen verbouwd en deze laatste producten zijn ook van belang voor de export. Met name naar de buurlanden worden bovendien tegenwoordig ook tal van industrieproducten geëxporteerd.
Hoewel nog steeds 3/4 van de bevolking op het platteland woont, neemt de verstedelijking steeds sneller toe. India telt minstens 15 miljoenen-steden.
Toenemende industrialisering en in enkele streken modernisering van de landbouw, hebben ervoor gezorgd dat in het afgelopen decennium een jaarlijkse economische groei van 3% is gehaald; meer dus dan het bevolkingsgroeicijfer. Op het vlak van de voedselproductie is India op het ogenblik zelf­voorzienend, maar de totale import overtreft de export nog verre, ondanks een tot voor kort sterk protectionistisch overheidsbeleid (overigens is er recentelijk sprake van verandering in dit opzicht).

India moet nog steeds tot de armste landen worden gerekend. Een derde van de bevolking leeft onder wat de Indiase regering zelf als armoedegrens heeft gesteld. Deze ligt bij maandinkomens van 100 en 150 rupies, voor respectievelijk de plattelands- en de stedelijke bevolking. Een rupie is circa 2,5 eurocent , terwijl een maaltijd de lokale bevolking minimaal 10 rupies kost. Dat wil zeggen dat deze mensen zich nauwelijks in leven kunnen houden, waarbij we in aanmerking moeten nemen dat sociale voorzieningen, zoals wij die kennen, nagenoeg geheel ontbreken. Men is dan ook geheel op de steun van familierelaties aangewezen, maar juist deze traditionele bindingen verliezen door de toegenomen mobiliteit (trek naar de steden) en modern-economische verzakelijking hun invloed. Schrijnend is bovendien de sociale ongelijkheid. De voor ontwikkelingslanden gebruikelijk grote kloof tussen arm en rijk, wordt in India nog vergroot door de, ondanks formele afschaffing, voortlevende tradities van het kastenstelsel.
Deze rechtvaardigen vermijdingsgedrag op grond van rituele reinheidsregels tussen hoger en lager geplaatsten in een erfelijke, beroepsgebonden sociale rangorde. Leden van een toplaag kunnen elkaar bevoordelen en ondergeschikten eenvoudigweg negeren, alsof ze tot een andere diersoort behoren. Volgens de Hindoe-ideologie heeft men hierin maar te berusten.

Is er in India in het algemeen sprake van een harde, ongelijke strijd om het bestaan vooral tussen de mensen onderling, in de berggebieden vinden we nog veel min of meer zelfvoorzienende mensen.
gemeenschappen. Hier is de strijd om het bestaan er vooral een met de natuurlijke omgeving.

Terwijl veeteelt in de rest van het land, afgezien van de overal rondscharrelende heilige koeien en waterbuffels, nauwelijks een rol van betekenis speelt, is in de berggemeenschappen de combinatie van landbouw en veeteelt kenmerkend. Aan de zuidkant van de bergen vinden we de Hindoeïstische Gaddi`s en de Islamitische Gujar en Bakhrawallah stammen, die
naast kuddes schapen ook rundvee houden.
In Ladakh, waar in de buurt van de dorpen de landbouw zich beperkt tot de verbouw van gerst en erwtjes op vanuit gletsjerrivieren geïrrigeerde schrale terrasgrondjes, is veeteelt van nog groter belang. Samen met huis en bouwland bepaalt vee-bezit de familierijkdom. Naast enkele koeien, paarden en ezels, die in de dorpen worden gehouden, hoedt men kuddes schapen, geiten, yaks en zogenaamde "dzo" (een kruising tussen yak en koe) op de hoogweiden. Soms houdt een deel van de dorpsbevolking zich hiermee voornamelijk in de zomer bezig,in andere gevallen wordt de veehouderij geheel uitbesteed aan nomaden.

Gewoontes/gedragscodes

Om het contact met de bevolking in India te vergemakkelijken en in een sfeer van wederzijds respect te laten plaatsvinden, is het van belang om met bepaalde gewoontes rekening te houden.

Beleefdheid speelt altijd een hoofdrol, maar wordt vaak heel anders opgevat dan bij ons. Zo geldt het in India vaak als onbeleefd, wanneer mannen vrouwen direct aanspreken, terwijl onderling aanraken in het openbaar, zelfs een hand geven ongepast is. Mannen onderling daarentegen schudden constant handen en lopen gerust hand in hand op straat.

Naaktheid wordt niet op prijs gesteld. Vooral voor vrouwen zijn blote benen niet acceptabel. Draag daarom in de "bewoonde wereld" een rok tot beneden de knie of een ruim zittende lange broek. Als je je wast in een rivier of beek en er zijn mensen in de buurt, draag dan een zwembroek of badpak. Indiase vrouwen wassen zich in afzondering of met kleren aan.

Binnenshuis en in tempels hoort men zijn schoenen uit te trekken, of dit althans aan te bieden. Waar men gewoonlijk op de grond zit, is het ongepast om met uitgestrekte benen te zitten en zeker niet met de voetzolen gericht naar iemand toe.

Het kan problematisch zijn om in het bijzijn of samen te eten met iemand die je niet kent, laat staan van hetzelfde bord, met hetzelfde bestek (vaak eet men met de rechter hand), of uit dezelfde fles of kop te drinken etc. Dit alles in verband met allerlei reinheidstaboes.
Ook moet men voorzichtig omspringen met het haardvuur en hierin niet zomaar afval gooien. Anderzijds wordt een stevige boer na de maaltijd gewaardeerd en kan men buitenshuis naar hartelust in iemands bijzijn rochelen en spuwen.

Als je iets koopt, vergelijk dan eerst de prijzen. Vooral in de toeristensector is afdingen meestal nodig en geaccepteerd.

Pas op met foto`s maken van strategische objecten, legerplaatsen, -voertuigen, bruggen en dergelijke.
Wil je foto`s maken van mensen, leg dan eerst contact, vraag toestemming en respecteer een eventuele weigering. Telelenzen zijn natuurlijk handig.

Men hoort de ander geen antwoord schuldig te blijven en men is vaak te trots om te zeggen dat men het niet weet. Houd er dus rekening mee dat je nogal eens met een kluitje in het riet wordt gestuurd.

Eten en drinken

In toeristencentra als Delhi, Manali, Leh is na wat zoeken alles te koop: pizza, Chinees, sizzling steak en burger, maar hèt Indiase basisgerecht is vegetarisch: rijst en/of chapatti`s (droge pannenkoekjes van tarwemaïs meel), dahl (linzen) en sabzi (groente); bij maag- en darmklachten onvervangbaar!
Afwisseling bieden o.a. de diverse "curries", kippen- of schapenvlees of eenvoudigweg wat groenten in speciaal gekruide saus. Yoghurt helpt tegen al te heet gekruid eten en is goed bij maag en darmstoring.
Voor ontbijt en lunch zijn ook boter en jam toast, pap of een gebakken ei gebruikelijk.
De drank is thee (chai), gekookt met melk en suiker. Op bestelling ook wel zwart bereid, maar na een tijdje zul je de witte variant prefereren als een versterkend snoepje.
In de bewoonde wereld zijn ook frisdranken en soms zelfs in India gebrouwen bier volop voor handen. In de bergen soms ook "rakshi", wat het midden houdt tussen rijstwijn en jenever.

In Ladakh ligt het anders. Men eet "tsampa" (geroosterd gerstemeel), met zoute boterthee ("cha", alleen te drinken als je denkt dat het een soort bouillon is) of ongehopt bier (chang), en "thug-pa", een soort groentesoep met stukjes meel en kaas of vlees. Kleine ronde volkoren volkorenbroodjes en yoghurt vullen het dieet aan. Delicatesse is een Tibetaans gerecht: "mo’mo`s", stukjesgehakt of groente in een zakje van deeg en dan gestoomd.

Veel drinken is van het grootste belang in verband met de hitte (transpiratie), droogte en hoogte (-ziekte). Zorg altijd voor een goed gevulde veldfles. Voor thee, nescafé en warme chocola wordt water gekookt, ook voor onderweg tijdens het lopen, want overal in India geldt:
DRINK GEEN ONGEZUIVERD WATER, NIET UIT BRONNEN EN BEKEN EN OOK NIET UIT DE KRAAN!
Wees met vlees voorzichtig, eet niet te vet en teveel en verder natuurlijk geen ijs, salades van rauwe groentes of ongeschild fruit.

Milieu

HT Wandelreizen voert reizen uit naar verre bestemmingen waar het massatoerisme (nog) niet is doorgedrongen. Wij zijn ons er van bewust dat we reisproducten aanbieden en verkopen die in vele opzichten milieubelastend zijn en kunnen zijn. Zowel de afstanden die worden gevlogen als ook de kwetsbaarheid van de verschillende gebieden in ecologische en in culturele zin dwingen ons de grootste zorg in acht te nemen bij het aanbieden en uitvoeren van deze reizen.
HT Wandelreizen wil haar verantwoordelijkheid t.a.v. het milieu nemen om zoveel mogelijk te waarborgen dat we ook in de verre toekomst nog van deze prachtige plekken op onze planeet kunnen genieten.

Bezorgdheid om het milieu wordt in India tot op heden overvleugeld door meer onmiddellijke problemen om in het bestaan te voorzien. Afvalverwerking, energievoorziening, (milieu) hygiëne en ontbossing zijn punten die betrekkelijk weinig of geen aandacht krijgen. De toeristenstroom negeert meestal deze problemen of draagt er in feite onnodig toe bij.

Het beleid van HT Wandelreizen kent in dit opzicht een aantal richtlijnen:
– Op trektocht wordt voor zover mogelijk op gas gekookt; houtkap wordt geheel vermeden. (een kampvuur van gesprokkeld hout is soms echter onontbeerlijk voor maaltijden en warmte voor dragers)
– We laten geen afval achter; een speciale milieudrager is hiervoor verantwoordelijk.

We vragen jou als deelnemer het volgende in acht te nemen:
- Op trektocht de vegetatie ongemoeid te laten.
- Alle afval te verzamelen, collectief te verbranden en daarna met aarde te bedekken, dan wel mee te nemen/geven tot het eind van de tocht
- Je behoefte te doen op veilige afstand van bronnen en rivieren.
- Te beseffen dat voor warm watergebruik in bergdorpen meestal hout verstookt wordt.
- Liever geen pennen, ballonnen e.d. uit te delen.
- Batterijen mee terug te nemen naar Nederland.

Trees for All
HT organiseert voor het overgrote deel vliegreizen naar afgelegen bestemmingen. De aarde warmt op en we kunnen en willen er niet meer omheen dus tijd voor actie: vanaf 2013 zijn in samenwerking met Trees for All (een erkend goed doel met CBF-Keur) alle bij HT geboekte vliegreizen klimaat gecompenseerd. Dat doen we door de CO2 en andere broeikasgassen, die we met onze reizen veroorzaken, uit de lucht te halen. Op Mount Malindang op de Filippijnen steunen wij een project, waarbij het nog bestaande natuurpark beschermd wordt tegen boskap.
De lokale bevolking ontvangt een vergoeding voor duurzaam bosbeheer. Daarnaast is er een gebruiksbos voor hen aangeplant om te kunnen voorzien in hun levensbehoeften. Hierdoor voorkomen we dat de bomen de CO2 weer loslaten in de lucht en dat jaarlijks circa 150 hectare bos verdwijnt. Jouw reis hebben we alvast voor je gecompenseerd zodat jij met een goed gevoel met ons op reis kunt!
Voor meer informatie over Trees for All, bomendonatie en de projecten verwijzen we je naar de website: www.treesforall.nl.

Batterijen
In veel derde wereldlanden functioneert het afval ophaal- en verwerkingssysteem niet of nauwelijks; zeker niet naar onze maatstaven van duurzaamheid. Het weggooien van giftige batterijen is een groot probleem voor de drinkwatervoorziening. Daarom willen we graag hier een steentje bijdragen aan het voorkomen van veel ellende op lange termijn. Neem batterijen dus mee terug naar Nederland.

Lege batterijen? Lever ze in en win!
Win reischeques met lege batterijen!
Heb je 10 lege batterijen? Dan maak je kans op een van de vele reischeques.

Wat moet je doen`
Doe 10 lege batterijen in een zakje. Schrijf je naam, adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer op een briefje en stop dat erbij. Deponeer het zakje vervolgens in de inzamelton bij een van de duizenden inleverpunten.

Waar kun je de lege batterijen inleveren`
Supermarkten, winkels (kijk op legebatterijen.nl welke supermarkten en winkels meedoen aan de actie), gemeentedepot / milieustraat of chemokar

Actievoorwaarden
Kijk voor meer informatie over de actie op legebatterijen.nl. Organisator: Stichting Batterijen, Postbus 719, 2700 AS Zoetermeer.

Souvenirs van bedreigde dieren en planten
Het Wereld Natuur Fonds voert campagne over souvenirs van wilde dieren en planten. In de campagne roept het Wereld Natuur Fonds op dit soort souvenirs niet te kopen en de natuur op vakantiebestemmingen te laten zoals die is, zodat we over 10 jaar nog steeds kunnen genieten van die prachtige en onmisbare natuur. Wat veel mensen ook niet weten is dat zij een fikse boete riskeren bij de douane. Want souvenirs van beschermde dieren en planten mogen helemaal niet, of alleen met de juiste vergunningen worden ingevoerd.

Er is een top 10 van bedreigde dieren en planten waarvan veel souvenirs in beslag worden genomen door de douane. Meegebracht door toeristen die vaak niet wisten dat het helemaal niet of alleen met speciale vergunningen mag.
Top 10 van dier- en plantensoorten die vaak de dupe worden van de handel in souvenirs:

* Koralen
* Grote Schelpen
* Olifanten
* (Zee) schildpadden
* Grote Katten
* Slangen en hagedissen
* Krokodillen
* Papegaaien
* Vlinders
* Orchideeën en cactussen

Natuurlijk kun je ook souvenirs tegenkomen van dieren of planten die hierboven niet zijn genoemd. Als ze zijn gemaakt van wilde dieren of planten, wordt er aangeraden om bij twijfel niet te kopen. Het gaat immers om meer dan regels en boetes. De prachtige natuur op vakantiebestemmingen blijft behouden door te kijken, en niet te kopen.

Welke bedreigde planten en dieren leven er in Azië? En wat zijn de meest voorkomende souvenirs van deze soorten die je op je reis kunt tegenkomen? Kijk voor meer informatie op de website van het WNF.

Woordenlijst

Hindi
ja/nee - han/nahin
hallo, daag - namasté
hallo (beleefd) - namaskar
bedankt - dhanyebad
OK, begrepen - acha
OK, goed - tige
meneer - saab
hoeveel kost `t - kitne paise
voedsel, eten - khana
water - pani
thee - chai
rijst - bat
linzen - dhal
groente - sabzi
brood - roti
suiker - chini
melk - dudh
ei - anda

Ladakhi
hallo, bedankt, alstublieft, daag - juley
broer,ouder/jonger - acho/nono
zuster, ouder/jonger - ache/nomo
oom, oudere man - ajang
tante, vrouw - ane
monnik - gelong
huis - khang-pa
water - chu
sneeuw - kha
thee - cha
melk - omma
yoghurt - djoh
boter - mar
vlees - shah
ei - phul
paard - sta

Om niet voor een al te domme vreemdeling te worden aangezien, is het belangrijk in de bergstreken meteen Hindu, Boeddhist en Moslim te onderscheiden en juist te groeten namasté, juley, salaam en te bedanken dhanyebad, juley, shukria. Als je het niet weet is Engels altijd acceptabel en niet onbeleefd.

Bookmark and Share
WANDELVAKANTIES, TREKTOCHTEN EN EXPEDITIES
HT Wandelreizen | Ten Have 13 | 7983 KD Wapse | tel. 0522-241146 | email: info@htwandelreizen.nl

Website door Zaphyrion SitemapPrivacyverklaring
htwandelreizen.nl maakt gebruik van cookies. Met cookies wordt de website persoonlijker en gebruiksvriendelijker.Akkoord