Home Diashows Reisboekenshop Contact> Mijn HT
Vragen? Bel ons op 0522 241146

Deze pagina afdrukken Wandelreis West Papua | Hoogland Expeditie
Land informatie

Landschap en ligging

West Papua of Irian Jaya ligt op het zuidelijk halfrond, tussen de evenaar en 10º ZB, vlak ten noorden van Australië. Het vormt samen met Papoea New Guinea (P.N.G.) op Groenland na het grootste eiland van de wereld met een oppervlakte van bijna 800.000 km2 (=16 x Nederland). Irian Jaya beslaat hiervan de westelijke helft, gescheiden van P.N.G. langs 141 o OL lijn. Staatkundig gezien maakt het deel uit van Indonesië, terwijl P.N.G. onafhankelijk is. Jayapura, het voormalige Nederlandse koloniale bestuurscentrum Hollandia, gelegen aan de noordkust niet ver van de grens met P.N.G. is de hoofdstad. De overige "steden" zijn niet meer dan uitgegroeide bestuursposten, zoals Merauke, Wamena, Eneratoli, Amamapare, Fak Fak, Sorong, Manokwari, Nabire en Biak.

Het hoofdland van Irian Jaya wordt van oost naar west gezien smaller en loopt uit in een tweetal heel grote "schiereilanden", Bomberai en Doberai (de "Vogelkop"). Verder wordt het omringd door diverse veel kleinere eilanden, die geologisch, zowel als qua fauna en bevolking, tot dezelfde "Australaziatisch-melanesische" eenheid te rekenen zijn. In oost-westelijke richting loopt er over het hele eiland een lange, hoge bergketen, die op talloze plaatsen boven de 3000m uitreikt. Ettelijke toppen zijn zelfs veel meer dan 4000m hoog. De hoogste zijn in de Sudirmanketen: oa. de Carstensz piek (Puncak Jaya) 4884m en in de Jayawijayaketen: de Wilhelminatop (Puncak Trikora) 4750m, Puncak Mandala 4760m en de Puncak Yamin 4595m. Alleen op het massief van de Carstensz piek bevinden zich tegenwoordig nog wat gletsjers en eeuwige sneeuwvelden, elders smelt de sneeuw telkens weer.

De bergenreeks is van groot belang voor de landschappelijke indeling. Ze wordt aan de zuidkant steil afgekapt en gaat vrijwel onmiddellijk over in een moerassig tropisch oerwoudgebied. Hier is alles groen, groen, groen, terwijl vele lagen lover het zonlicht afschermen. Talloze rivieren storten zich, aangezwollen door dagelijkse stortbuien vanaf de bergen zuidwaarts, waar aan de kust een bijzonder sterke getijdenwerking heerst. Een kilometers brede kuststrook loopt telkens onder en het zeewater dringt zeer ver de riviermondingen binnen, waardoor mangrove vegetatie ontstaat. Het gebied is vnl. over het water vanuit het zuiden toegankelijk, waarbij men rekening moet houden met zich steeds verplaatsende rivierlopen. Ten noorden van de bergen bevindt zich nog uitgestrekter laagland en ontoegankelijk oerwoudgebied. Er is echter minder verschil tussen eb en vloed. Hier slingeren zich de enorm lange toevoerstromen van de Memberamorivier tussen heuvelgroepen door, die een groot merengebied omsluiten. De helling van de grote bergketen is naar het noorden veel geleidelijker, zodat er sprake is van een tussenzone van hoogland. Dit is het land van vergezichten, het is te voet begaanbaar over paden langs veldjes en soppend langs rivierbeddingen. Bovendien heeft het door de hoogte van 1000m en hoger een meer gematigd klimaat.

Klimaat

Het klimaat van Irian Jaya is tropisch, d.w.z. snikhete dagen met zon en een enorme luchtvochtigheid, en warme nachten. Temperaturen liggen tussen 28 en 40 graden C. Bijna dagelijks, gelukkig vaak `s avonds en `s nachts, valt er een zondvloedachtige bui. In het hoogland is de temperatuur milder en kunnen de nachten kil zijn, maar hier regent het zo mogelijk nog meer en is nevel kenmerkend. Naarmate we hoger komen, wordt het natuurlijk steeds koeler en treffen we uiteindelijk wellicht sneeuw en vorst. Kortom we moeten op alles voorbereid zijn: verzengende hitte, vooral regen, kilte, tocht tot stormwind en soms ook fikse kou.

Flora en fauna

De vele klimaatzones en het millennialange isolement en de geringe bevolkingsdichtheid hebben gezorgd voor een milieu dat tot voor kort nagenoeg ongemoeid gelaten is. Zo kent Irian Jaya een soorten rijkdom die nergens ter wereld wordt geëvenaard. Brede mangrove kustgebieden, waar het water zout is, gaan over in moerasbossen en deze op hun beurt tussen 100 en 1000m hoogte in tropisch regenwoud, dat alleen in het Amazonegebied een grotere oppervlakte bestrijkt.

Vervolgens vinden we een gematigder bosgebied, de zogenaamde nevelwouden, met vele typische mossoorten, en nog hogerop coniferen, heesters en rododendrons. Tenslotte wordt op enkele plaatsten de boomgrens gepasseerd en komen we van struikgewas en gras tot op de kale rots, in een enkel geval met sneeuw en ijs bedekt.

Er moet in het verleden zeer lang een belangrijke landverbinding bestaan hebben met het Australische vasteland, waardoor de zoogdierenwereld zeer veel overeenkomsten vertoont met de eigenaardige Australische. Buideldieren zijn kenmerkend, m.n. de boomkangoeroes, buidelmarters en -ratten. Verder verdienen reuzenvleermuizen en de eierenleggende mierenegel vermelding. Vogels zijn er teveel om op te noemen. Diverse papegaaisoorten vallen het meest op en natuurlijk de beroemde paradijsvogels. Zeer bijzonder is het feit dat de kasuaris, een loopvogel, het grootste landdier is. We moeten uitkijken voor de vele giftige slangen. Talrijk zijn ook de hagedissen en kikkers. Aan de kusten en in meren en rivierdelta`s kan het wemelen van de krokodillen, terwijl in sommige rivieren en meren zoetwaterdolfijnen en -zaagvissen voorkomen. Onder de insecten moet de variëteit aan kevers genoemd worden en de vogelspin, maar het lastigst zijn natuurlijk de bloedzuigers, de muskieten en "last but not least" de vliegjes waarover nogal eens wordt geklaagd. Op eerdere reizen hadden we bovendien last van grote mensenvlooien, die we elke dag uit de slaapzakken moesten schudden.

Volk, taal en godsdienst

De Papoea`s, die de oorspronkelijke bevolking vormen, moeten eigenlijk, evenals de Australische Aborigines en de Nieuw-Zeelandse Maori`s, tot de Melanesiers gerekend worden. Ze zijn zwart, negroïde. De mongoloïde bevolking die vanuit noordoost-Azië over het hele werelddeel, inclusief vermoedelijk in de laatste ijstijd (ruim 20 eeuwen geleden) de Indonesische archipel, is uitgezwermd, heeft deze streken tot voor kort nauwelijks bereikt. Pas recentelijk zijn er in het kader van de transmigratiepolitiek van de Indonesische regering ettelijke honderdduizenden Indonesiërs in centra, zoals Sorong, Manokwari, Nabire, Jayapura, Merauke, Amamapare en Tembagapura, en Wamena gevestigd. Hierdoor is de totale bevolking van Irian Jaya tegenwoordig meer dan 1,5 miljoen, waarvan slechts zo`n 800.000 Papoea`s.

Desalniettemin blijft het land, behalve in de genoemde centra, zeer dun bevolkt. Door isolement en wellicht een cultuur van oorlogvoering met buurstammen hebben verschillende groepen zich gedurende vele 1000en jaren betrekkelijk onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. Daarop wijst in ieder geval het feit dat we op het eiland zoveel (80 tot 800, afhankelijk van hoe we een taal definiëren) verschillende talen aantreffen. Verdere culturele verschillen zijn er natuurlijk, diverse groepen in slecht toegankelijke streken zijn nog nauwelijks beschreven. Op de Vogelkop wonen de Maibrat of Ayamaru. Het zuiden is het gebied van de Asmat, de Mimikanen en de Marind-anim en de Ye-anim aan de grens met PNG. Ook weten we het een en ander van de bevolking van Yos Sudarso (voormalig Frederik Hendrik eiland). Hooglandstammen zijn de Ekari in het gebied van de Paniai- of Wisselmeren, de Moni ten noorden van de Carstenszbergen, de Dani van de Baliemvallei en ten westen daarvan, en tenslotte de Yali en Kim Yal nog meer naar het oosten.

We weten verder van enkele bevolkingsgroepen van verschillende omringende eilanden, zoals Biak en Yapen en de streken rond Sorong, Manokwari, Nabire en Fak Fak, dat deze al sinds heel lang contacten hebben onderhouden met de Indonesische buren en zich hiermee in verwantschappelijk en cultureel opzicht hebben vermengd. Over de oorspronkelijke Papoea culturen kunnen we, ondanks de verschillen, wel enkele algemene opmerkingen maken. In de eerste plaats valt op dat wol en katoen onbekend zijn. Men draagt geen kleding in onze zin des woords, maar des te meer lichaamsversiering. Bij speciale gelegenheden wordt het lichaam beschilderd en vaak worden voorwerpen als stokjes, botjes of zwijnetanden door o.a. neus en oren gedragen. Verder tooit men zich met kralen, schelpen en vooral vogelveren. Vrouwen dragen veelal rokjes van biezen en plantenstengels en draagnetten van gevlochten vezels. Beroemd zijn de peniskokers (koteka of horim) van de hooglandstammen, uitgerekte kalebassen, zonder welke mannen zich naakt voelen. De verwantschappelijke organisatie volgt een systeem van totemclans, dat zich over de hele stam uitstrekt.

Er is een scheiding der seksen vanaf jonge leeftijd. In de dorpen is vaak een afzonderlijk mannenhuis te vinden te midden van de diverse hutten, waar de vrouwen en jonge kinderen wonen. Vele stammen kennen geen traditie van erfelijk leiderschap, maar heerschappij van "grote mannen", d.w.z. hoofden, die zich zelf status verworven hebben door zich te onderscheiden in de, tegenwoordig nog louter rituele, oorlogsvoering en op jacht, en anderen aan zich verplichten door het geven van feesten en weggeven van jacht- en oorlogsbuit en bezit, dat in het hoogland m.n. bestaat uit varkens. De enige andere manier voor deze chefs om bezit aan te wenden en aanzien te krijgen, is door meerdere vrouwen, i.e. gezinnen, te onderhouden. Een en ander houdt verband met de migratoire bestaanswijze, waarin privé-bezit en m.n. dat van onroerend goed slechts een beperkte rol speelt. Op levensbeschouwelijk terrein zijn totemisme, voorouderverering en het geloof in magie bepalend. Individuen zijn door hun clanlidmaatschap verbonden met voorouders, die worden geïdentificeerd met o.a. bepaalde diersoorten of soms natuurverschijnselen en objecten in de omgeving. Over deze voorouders verhaalt een uitgebreide mythologie, die in vaste rituelen wordt uitgebeeld en herbeleefd.

Wereldberoemd is het houtsnijwerk van de Asmat, die de mythologische figuren en diverse symbolische patronen uitbeelden op totempalen, schilden, trommels, roeispanen en de voor- en achterplecht van boomstamkano`s. Het zijn vooral de mannen die zich met deze religieuze zaken bezighouden, waarmee hun initiatie in verschillende leeftijdsgroepen in belangrijke mate verbonden is. Bij sommige laaglandstammen zijn onder mannen geritualiseerde homoseksuele verhoudingen bekend. Vrouwen hebben soms eigen riten, die meestal een minder spectaculaire nabootsing zijn van die van de mannen. Wel indrukwekkend is het rouwritueel onder hooglandpapoea`s van de Dani-stam, waarbij juist vrouwen zich vingerkootjes afhakken. Het geloof in magie uit zich bovenal in het feit dat men geen natuurlijke oorzaken van tegenspoed als ziekte en dood accepteert. Er is altijd bovennatuurlijke manipulatie in het spel en toverijbeschuldigingen zijn de belangrijkste aanleiding voor gewelddadige ruzies tussen buurstammen.

Berucht uit het verleden zijn de rituele koppensneltochten van de zuidkustgroepen. Deze houden verband met de op zichzelf voor de hand liggende conceptie van verbondenheid van leven en dood, welke echter meer concreet wordt in de gedachte dat (naar analogie van de levenscyclus van de kokospalm) voor ieder nieuw geboren stamlid een kop van een buurstam moest rollen. Verhalen over kannibalisme berusten voor een deel op sensatiezin, voor een ander deel op het feit dat onze tot de tanden bewapende, doodsbange en zelf vaak tegelijkertijd bloeddorstige voorouders van de Papoea`s niet de meest vredige kant te zien kregen, en voor nog een ander deel op in krijgersculturen vaker voorkomende ritualistiek. Het ging er daarbij niet om zich te voeden, maar om zich moed te verwerven of zich van de goede gezindheid en magische kracht der voorouders te verzekeren door ritueel. Een en ander behoort langzamerhand overigens steeds meer tot het verleden. Stammenoorlogen zijn door gezamenlijke inspanning van missie, zending en het bestuur met succes verboden, evenals het grootste gedeelte van de overige traditionele riten der Papoea`s. Hierdoor is echter tevens voor het manlijke bevolkingsdeel de belangrijkste culturele bestaansgrond verdwenen. In wat ooit vervaarlijke krijgers schijnen te zijn geweest, vindt men nu nog voornamelijk de weergaloze jagers terug, betrouwbare gidsen en uiterst innemende metgezellen. Missie en zending zijn sinds de komst der Europeanen zeer actief op Nieuw-Guinea. Saillant detail hierbij is dat Nederlands Nieuw-Guinea ooit op z`n oer-Hollands werd verdeeld in invloedsferen: het noorden voor de protestanten en het zuiden voor de katholieken. De laatsten, die altijd het meest oog hebben gehad voor het welzijn en de waarden der inheemse cultuur, zijn in de minderheid.

Bij de protestantse zending hebben zich de laatste jaren fundamentalistische Amerikaanse groepen (waaronder nogal wat ontheemde Vietnam-veteranen) gevoegd en de noord-zuid verdeling wordt niet meer aangehouden. Tenslotte moet nog een recenter religieus verschijnsel vermeld worden: de "cargocult". Toen de westerlingen kwamen met hun vliegtuigen en schepen, waaruit de meest begerenswaardige rijkdommen te voorschijn kwamen, wisten Papoea`s niet wat ze zagen. Geïnspireerd door een mengeling van christelijke en vooroudermythologie, wierpen zich onder hen religieuze leiders op die zich als profeten presenteerden met de heilsverwachting dat de voorouders zouden terugkeren met schepen en vliegtuigen vol zaken die het leven der Papoea`s ten goede zouden doen keren. Rond deze figuren ontstonden religieuze bewegingen die tevens een uiting van sociaal protest inhielden; protest tegen het feit dat de scheeps- en vliegtuigladingen vooralsnog voor de Papoea`s onbereikbaar zijn geweest, dan wel voor de onderdrukking en vernietiging van hun cultuur hebben gezorgd.

Middelen van bestaan

Ten grondslag aan de uniciteit van de Papoea bevolking ligt het feit dat ze tot `s werelds laatste groepen jager-verzamelaars behoren. Ook in dit opzicht onderscheiden zich de mensen die in het laagland leven van de hooglandstammen. Voor de eersten zijn jacht, c.q. visvangst, en het verzamelen van het allergrootste belang. De mannen zijn de jagers/vissers en de vrouwen de verzamelaars. Het zetmeel in het dieet verkrijgt men van de sagopalmen. Waar hiervan grote arealen aanwezig zijn, concentreert zich de bevolking. Elders leiden kleine groepen een semi-nomadisch bestaan door tussen sagobosjes heen en weer te trekken. Uitzondering vormt een groep op voormalig Frederik Hendrik eiland, die in de moerassen tuinbouw bedrijven met taro en "ubi" (zoete aardappel) als hoofdgewassen. Voorts vindt men hier en daar op drogere grond ver in het binnenland wel enige vormen van tuinbouw. De hooglanders combineren meer in het algemeen het jagen en verzamelen met landbouw. Wisselbouw, zowel als "ladang-" of brandcultuur wordt toegepast. Hier is taro goeddeels vervangen door de bataat of zoete aardappel, die intensiever gebruik van de gronden mogelijk maakt. Bovendien houdt men varkens als huisdieren en hieraan wordt iemands rijkdom afgemeten. De varkens worden gekoesterd, maar uiteindelijk m.n. op feesten massaal opgegeten.

De landbouw zorgt dat het hoogland dichter bevolkt is dan de rest van Irian Jaya. Vooral de brede Baliemvallei in de buurt van Wamena biedt plaats aan veel nederzettingen. Vanouds onderhouden bevolkingsgroepen uitwisselingscontacten, waarbij m.n. kaurischelpen en varkens over en weer gaan. Varkensfeesten zijn de meest geëigende momenten van samenkomst. Van meer uitgesproken handel is vnl. sprake in sommige noordelijke kuststreken, waar de oudste contacten met de buitenwereld bestonden. Hier worden sinds jaar en dag o.a. paradijsvogelveren, krokodillenhuiden, zeeschildpadden, en de bast en het hout van bepaalde boomsoorten e.d geruild tegen kaurischelpen en soms metalen voorwerpen. Wezenlijk is dat onder de Papoeaas metaalbewerking onbekend is. Ze leefden tot voor kort nog in de steentijd!

Het ontwikkelingsniveau van de materiële cultuur beperkt zich tot uiterst behendig vlechtwerk van huisdaken, manden, netten, het vervaardigen van boomstamkano`s, lichaamsversiering en soms indrukwekkend houtsnijwerk. Graafstokken, stenen krabbers en bijlen, (gif)pijl en boog, speren en bamboemessen zijn de traditionele gebruiksvoorwerpen. Met deze materiële basiscondities hangt het langdurige voortbestaan van de jager-verzamelaars cultuur ongetwijfeld samen. Pas in de loop van deze eeuw worden steeds meer metalen binnengebracht. Tot zover het beeld van de Papoea`s. In de kustcentra is alles anders. Hier concentreert zich op het ogenblik vooral de uitheemse helft van de bevolking. Men houdt zich bezig met nieuwe vormen van ontginning van het land. Zo zijn er olievelden bij Sorong, kopermijnen bij Tembagapura, en op vele plaatsen wordt het woud gekapt voor tropisch hardhout. Wegenbouwprojecten richten zich op de verbinding van Jayapura met Wamena, Nabire, en Amamapare. Verder zijn er in de buurt van bijna alle kuststeden vestigingsprojecten van transmigranten van de dichtstbevolkte Indonesische eilanden, die men met vooralsnog zeer beperkt succes intensieve landbouwmethoden probeert te laten toepassen op schrale voormalige oerwoudgrond. Dat dit alles een aanzienlijke groei van handels- en dienstensector met zich meebrengt in deze plaatsen, spreekt vanzelf.

Geschiedenis en politiek

Op grond van archeologische vondsten vermoedt men dat maar liefst meer dan 30.000 jaar geleden al mensen op het eiland moeten hebben geleefd. Over latere immigratie van andere melanesische groepen weten we nauwelijks iets, maar het is niet onwaarschijnlijk dat dit in de laatste ijstijd heeft plaatsgevonden. Zeevarende Aziaten hebben zich sedert 3000 v. Chr. vanuit het (zuid)oost Aziatische vasteland over de hele Indonesische archipel gevestigd en er de oorspronkelijke negroïde bevolking bijna overal doen verdwijnen. In Irian Jaya zijn zij nooit verder gekomen dan de noord- en westkust, waar zij zich met de oorspronkelijke bevolking vermengden. Reeds enkele duizenden jaren voor Chr. moet er sprake zijn geweest van domesticatie van wilde varkens en veredeling van knolgewassen. Zoete aardappelteelt is van later datum, maar wellicht al een paar honderd jaar na Chr. (en niet zoals men lang heeft aangenomen door de eerste westerlingen binnengebracht). De eerste westerlingen kwamen in de eerste helft van de 16e eeuw. Het waren Portugezen, die de, van oorsprong Maleise term Papoea (kroesharig) introduceerden. Ze werden al snel gevolgd door de Spanjaarden, van wie de naam Nieuw-Guinea stamt, naar het eveneens door zwarten bevolkte Afrikaanse Guinee. Begin 17e eeuw zeilden de eerste Nederlanders om de zuidkust en naar één van hen, Jan Carstensz, die voor het eerst de ongeloofwaardige melding maakte van besneeuwde bergen in deze tropische kontreien, zijn de toppen, die hij wel degelijk echt had gezien, genoemd. De Verenigde Oost-Indische Compagnie sloot in 1660 een verdrag met de Moslimvorst van Tidore, een van de Molukken, waarin zijn soevereiniteit over het eiland werd erkend in ruil voor een Nederlands specerijenmonopolie.

De rooftochten en slavenhandel vanuit het Molukse sultanaat zijn berucht geworden. Nadat Engelse vestigingspogingen op westelijk Nieuw-Guinea waren mislukt, vestigden zij zich in de loop van de vorige eeuw wel in het zuidoosten, terwijl Duitsers het noordoosten voor hun rekening namen. Dit was reden genoeg voor Nederland om diverse vaste posten (Fak Fak, Manokwari, Merauke en later Hollandia) in te richten en het direct gezag over West-Nieuw-Guinea uit te roepen, waarbij de 141e meridiaan als grens werd overeengekomen. Er volgde een periode, waarin missie en zending zich intensief poogden te ontfermen over ontwikkeling en vooral zielenheil, terwijl het bestuur voor de handhaving van rust en orde onder de "wilden" moest zorgen. Een en ander heeft heel wat mensenlevens gekost, waarbij belangrijker nog dan het feit dat men elkaar wederzijds naar het leven heeft gestaan, is geweest dat er ongewild nieuwe ziekten werden binnengebracht. Het is waarschijnlijk dat de verdwijning van sommige groepen Papoea`s, waaronder bv. de Pygmeeënstammen hiermee verband houdt. Voorts is al voor de komst der Indonesiërs het verbod op traditionele riten en oorlogvoering van meer wezenlijke invloed geweest op de inheemse cultuur, dat de inspanningen van missie en zending op het vlak van onderwijs en liturgie. Intussen vonden talrijke expedities plaats. In het begin van deze eeuw waren het vooral Nederlandse militaire expedities, maar het land was als "terra incognito" ook buitengewoon interessant voor geologen, biologen en antropologen, en tevens een fantastische speeltuin voor avonturiers, die het m.n. op de maagdelijke toppen der sneeuwbergen gemunt hadden.

Onder de biologen is vooral de naam van de Brit Wallace bekend geworden door zijn theorie over de grens tussen Aziatische en Australische soorten, de zg."Wallace-lijn". Onder Nederlandse antropologen werd Nieuw-Guinea met name na de Tweede Wereldoorlog, als enig overgebleven kolonie in de Oost de belangrijkste regionale specialisatie. Door de moeilijke begaanbaarheid van het terrein duurde het niet alleen heel lang tot de hoogste bergtoppen bedwongen werden, maar ook allerlei belangwekkende streken en stammen bleven lang volkomen onbekend. Zo ontdekten pas in 1936 Lt. Wissel de Wissel-(teg.Paniai-)meren en de Amerikaan Archbold pas in 1938 de Baliemvallei vanuit vliegtuigen. In 1913 bereikte kapitein Franssen Hederschee de Wilhelmina-(teg. Trikora-)top. In hetzelfde jaar kwam Wollaston tot de eeuwige sneeuw van het Carstensz-massief. Hier kwam Dr. Colijn in 1936 op de Ngga Pulu te staan, terwijl de Carstenszpiek zelf pas in 1962 voor het eerst door de expeditie o.l.v. Heinrich Harrer bedwongen werd. De (koper)ertsberg ten noorden van Tembagapura is in 1936 door de Nederlandse geoloog Dozy ontdekt, maar wordt uiteindelijk pas sinds het begin van de jaren 70 geëxploiteerd De 2e wereldoorlog bracht de ommekeer in Nederlands Oost-Indiè. Na het vertrek van de Japanners was het Nederlands bestuur onaanvaardbaar geworden voor de overzeese rijksgenoten.

De onafhankelijkheidsbeweging onder leiding van Sukarno en Hatta was definitief aangeslagen en in 1949-50 was de onafhankelijke republiek Indonesië een feit. De noordkust van Nieuw-Guinea vormde in de oorlog een van de belangrijkste strijdtonelen, waar Japanners en geallieerden, met name de Amerikanen onder leiding van Mc Arthur, slag leverden. Toen de oorlog was afgelopen werd het inzet van een politieke strijd tussen Indonesië en Nederland. Sukarno c.s. vonden dat alle voormalige koloniën moesten worden overgedragen, terwijl de Nederlanders Nieuw-Guinea vooralsnog wilden behouden. Enerzijds was men in Nederland terecht van mening, dat er sprake was van een totaal verschillende etniciteit van de inheemse bevolking, en deze was bovendien nog niet aan zelfbestuur toe, zodat hun eenvoudigweg een nieuwe koloniale situatie te wachten zou staan. Anderzijds speelden ook minder altruïstische motieven een rol: Er was op Nieuw-Guinea olie aangeboord en koper gevonden en er was goud en volop tropisch hout, terwijl ook gold, dat de uiterst conservatieve toenmalige Nederlandse regering in de internationale politiek een rol wilde spelen door Nieuw-Guinea als een soort anticommunistisch bolwerk te blijven beheren.

Nieuw-Guinea bleef Nederlands tot 1962-63. De Nederlanders maakten in de naoorlogse periode een begin met de ontginning en spanden zich tevens in voor de ontwikkeling van de bevolking ter voorbereiding van zelfbestuur en evt. aansluiting bij P.N.G., dat toen Australisch protectoraat was en in 1975 wel onafhankelijk is geworden. De Indonesische regering bleef echter zelfs met militaire middelen aandringen op overdracht en maakte de "kwestie Nieuw-Guinea" aanhangig in de V.N., waar de Amerikanen hun kant kozen om Sukarno niet in de armen der communisten te drijven. Het Indonesische leger kwam in deze periode onder bevel te staan van generaal Suharto, die sedert 1968 het presidentschap van Sukarno heeft overgenomen. Nederland gaf in 1962 toe aan de internationale druk en na een interim periode van V.N.bestuur en een vals referendum zouden de Papoea`s er uiteindelijk voor hebben "gekozen" om deel uit te maken van de Indonesische eenheidsstaat. Nederlands Nieuw-Guinea werd eerst West-Irian, later Irian Jaya en West Papua en niet alleen werden op deze manier alle Nederlandse benamingen vervangen, maar ook werd wat aan sociale infrastructuur was opgebouwd onmiddellijk ontmanteld. Met zeer harde hand werden en worden nog steeds Papoea`s ingezet voor ontginningsprojecten, er worden een "Indonesianiserings proces" en grootscheepse "transmigraties" ten uitvoer gebracht terwijl de onsamenhangende acties van inheemse bevrijdingsbewegingen, min of meer verenigd onder de naam "Organisasi Papua Merdeka", worden neergeslagen. Pas recentelijk lijkt er sprake van een zekere matiging in de Indonesische "koloniale" politiek.

Veiligheid

In 1990 hebben we voor het eerst een trekking in Irian Jaya georganiseerd. We wilden zelf wel eens die legendarische sneeuwbergen zien, die uittorenen boven nauwelijks doordringbare tropische wouden. Ook nadien hebben we er een aantal andere tochten georganiseerd. Door politieke onrust is het een aantal jaren niet meer mogelijke geweest de baliemvallei te bezoeken. Nu de rust is weergekeerd en reizen weer mogelijk zijn, hebben we de draad weer opgepakt.

Milieu

Het beleid van HT Wandelreizen kent in dit opzicht een aantal richtlijnen: 
- Op trektocht wordt voor zover mogelijk op gas gekookt; houtkap wordt geheel vermeden. (een kampvuur van gesprokkeld hout is soms echter onontbeerlijk voor maaltijden en warmte voor dragers) 
- We laten geen afval achter; een speciale milieudrager is hiervoor verantwoordelijk.

We vragen jou als deelnemer het volgende in acht te nemen:
- Op trektocht de vegetatie ongemoeid te laten.
- Alle afval te verzamelen, collectief te verbranden en daarna met aarde te bedekken, dan wel mee te nemen/geven tot het eind van de tocht
- Je behoefte te doen op veilige afstand van bronnen en rivieren.
- Te beseffen dat voor warm watergebruik in bergdorpen meestal hout verstookt wordt.
- Liever geen pennen, ballonnen e.d. uit te delen.
- Batterijen mee terug te nemen naar Nederland.

Trees for All
HT organiseert voor het overgrote deel vliegreizen naar afgelegen bestemmingen. De aarde warmt op en we kunnen en willen er niet meer omheen dus tijd voor actie: vanaf 2013 zijn in samenwerking met Trees for All (een erkend goed doel met CBF-Keur) alle bij HT geboekte vliegreizen klimaat gecompenseerd. Dat doen we door de CO2 en andere broeikasgassen, die we met onze reizen veroorzaken, uit de lucht te halen. Op Mount Malindang op de Filippijnen steunen wij een project, waarbij het nog bestaande natuurpark beschermd wordt tegen boskap.
De lokale bevolking ontvangt een vergoeding voor duurzaam bosbeheer. Daarnaast is er een gebruiksbos voor hen aangeplant om te kunnen voorzien in hun levensbehoeften. Hierdoor voorkomen we dat de bomen de CO2 weer loslaten in de lucht en dat jaarlijks circa 150 hectare bos verdwijnt. Jouw reis hebben we alvast voor je gecompenseerd zodat jij met een goed gevoel met ons op reis kunt!
Voor meer informatie over Trees for All, bomendonatie en de projecten verwijzen we je naar de website: www.treesforall.nl.

Batterijen
In veel derde wereldlanden functioneert het afval ophaal- en verwerkingssysteem niet of nauwelijks; zeker niet naar onze maatstaven van duurzaamheid. Het weggooien van giftige batterijen is een groot probleem voor de drinkwatervoorziening. Daarom willen we graag hier een steentje bijdragen aan het voorkomen van veel ellende op lange termijn. Neem batterijen dus mee terug naar Nederland.

Lege batterijen? Lever ze in en win!
Win reischeques met lege batterijen!
Heb je 10 lege batterijen? Dan maak je kans op een van de vele reischeques.

Wat moet je doen`
Doe 10 lege batterijen in een zakje. Schrijf je naam, adres, postcode, woonplaats en telefoonnummer op een briefje en stop dat erbij. Deponeer het zakje vervolgens in de inzamelton bij een van de duizenden inleverpunten.

Waar kun je de lege batterijen inleveren`
Supermarkten, winkels (kijk op legebatterijen.nl welke supermarkten en winkels meedoen aan de actie), gemeentedepot / milieustraat of chemokar

Actievoorwaarden
Kijk voor meer informatie over de actie op legebatterijen.nl. Organisator: Stichting Batterijen, Postbus 719, 2700 AS Zoetermeer.

Souvenirs van bedreigde dieren en planten
Het Wereld Natuur Fonds voert campagne over souvenirs van wilde dieren en planten. In de campagne roept het Wereld Natuur Fonds op dit soort souvenirs niet te kopen en de natuur op vakantiebestemmingen te laten zoals die is, zodat we over 10 jaar nog steeds kunnen genieten van die prachtige en onmisbare natuur. Wat veel mensen ook niet weten is dat zij een fikse boete riskeren bij de douane. Want souvenirs van beschermde dieren en planten mogen helemaal niet, of alleen met de juiste vergunningen worden ingevoerd.

Er is een top 10 van bedreigde dieren en planten waarvan veel souvenirs in beslag worden genomen door de douane. Meegebracht door toeristen die vaak niet wisten dat het helemaal niet of alleen met speciale vergunningen mag.
Top 10 van dier- en plantensoorten die vaak de dupe worden van de handel in souvenirs:

* Koralen
* Grote Schelpen
* Olifanten
* (Zee) schildpadden
* Grote Katten
* Slangen en hagedissen
* Krokodillen
* Papegaaien
* Vlinders
* Orchideeën en cactussen

Natuurlijk kun je ook souvenirs tegenkomen van dieren of planten die hierboven niet zijn genoemd. Als ze zijn gemaakt van wilde dieren of planten, wordt er aangeraden om bij twijfel niet te kopen. Het gaat immers om meer dan regels en boetes. De prachtige natuur op vakantiebestemmingen blijft behouden door te kijken, en niet te kopen.

Welke bedreigde planten en dieren leven er in Azië? En wat zijn de meest voorkomende souvenirs van deze soorten die je op je reis kunt tegenkomen? Kijk voor meer informatie op de website van het WNF.

Woordenlijst (Bahasa Indonesia)

Basiskenmerken
Geen lidwoorden, geslacht en naamvallen, geen verbuiging en vervoeging, meervoud van het zelfstandig naamwoord door verdubbeling, bijvoeglijk naamwoord e.a. bepalingen na het zelfstandig naamwoord geplaatst, persoonlijk voornaamwoord voor het werkwoord.

Uitspraak
j=dj, c=tj) ja = ja nee = tidak (bij ww.)
geen = bukan (bij zelfst. en bijv.nw. en bijw.)
ik = saja, inf:aku jij,
u = saudara/-i, anda, inf:kamu (of omschreven)
hij, zij, het = (d)ia
wij = kita/kami
jullie,u = kalian (en zie:jij 2x)
zij = mereka
dit = ini
dat = itu
in = di
naar = ke
waar? = dimana?
waarheen? = kemana
hier = disini
daar = disana
hierheen = kesini
daarheen = kesana
rechtdoor = terus
stop = berhenti
terug = kembali
links = kiri
rechts = kanan
onder = bawah
boven = atas
zuiden = selatan
noorden = utara
oosten = timur
westen = barat
centraal = tengah
ver = jauh
dichtbij = dekat
wanneer? = kapan?
nu = sekarang
later = nanti
vandaag = hari ini
morgen = besok
gisteren = kemarin
al/reeds, alg:
verleden tijd = sudah
nog niet = belum
tijd = waktu
uur = jam
dag = hari
week = minggu
maand = bulan
jaar = tahun
veel = banyak
weinig, een beetje = sedikit
groot = besar
klein = kecil
goed = bagus
goed, wel, OK = baik
snel = cepat (cepat)
langzaam = pelan pelan/ perlahan
heet = panas
koud = dingin
zoet = manis
scherp = pedas
duur = mahal
goedkoop = murah
alle(n/s) = semua
persoon = orang
man = orang laki laki
vrouw = orang perembuan
kind = anak
"meneer" = tuan
"vader"tegen oudere m= (ba)pak
"moeder",, v = (i)bu tegen leeftijdsgenoot:
"broer" ouder = abang "broer/zuster" ,, = kakak
"broer of zus"jonger = adik
berg = gunung
straat/weg = jalan
dorpje = kampung
dorp = desa
stad = kota
kerk = gereja
postkantoor = kantor pos
immigratieburo = kantor immigrasi
apotheek/drogist = apotik
strand = pantai
meer = danau
zee = laut
grot = gua
bos = hutan
brug = jembatan
tuin = kebun
herberg = losmen
huis = rumah
kamer = kamar
badkamer = kamar mandi
toilet = kamar kecil
toiletpapier = kurtas wc
tandpasta = pasta gigi
muskietennet = ombat nyamok
slaap, slapen = tidur
bed = tempat tidur
kaartje/ticket = karcis
bus = bis
taxibusje = bemo
boot = kapal
fiets = sepeda
vliegtuig = pesawat (kapal) terbang
vliegveld = lapangan terbang
zeep = sabon
geld = uang
rekening = bon
eten = makan/-an
drinken = minum/-an
tafel = meja
stoel = kursi
bord = piring
vork = garpu
mes = pisau
lepel = sendok
water = air
brood = roti
rijst (gekookt) = nasi
rijst (ongekookt) = beras
suiker = gula
zout = garam
melk = susu
boter = mentega
kaas = keju
ei = telur
jam = selai
vlees = daging
varken = babi
rund = sapi
kip = ayam
krab, garnaal = udang
vis = ikan
groente = sayuran
aardappel = kentang
vrucht = buah
sinaasappelsap = air jeruk
rijden = mengendarai, naiek
eten = makan
drinken = minum
zitten = duduk
spreken = bicara
kopen = beli
geld wisselen = tukar uang
zoeken = mencari
hartelijk welkom = selamat datang
goede reis (dr. achterblijver) = selamat jalan
daag, tot ziens ed. (dr.vertrekker) = selamat tinggal
goedendag = selamat siang
goedemorgen = selamat pagi
goedemiddag = selamat sore
goedenavond = selamat malam
goedenacht = selamat tidur
dank u = terima kasih
dank u zeer = terima kasih banyak t
ot uw dienst/ geen dank/ enz = terima kasih kembali
alstublieft = silakan
sorry, neem me niet kwalijk = ma`af
excuseer, neem me niet kwalijk = permisi
hoe gaat `t? = apa kabar
het gaat goed = kabar baik
tot ziens = sampai bertemu lagi
wat is dat? = apa(kah) itu?
wat is dit? = apa(kah) ini?
waar is ..? = dimana ada ..?
is er hier..? = apakah disini ada..?
hoeveel? = berapa?
hoeveel kost `t? = berapa harganja?
hoe laat? = jam berapa?
5 uur = jam lima
hoeveel uren? = berapa jam?
5 uren = lima jam
jam karet = "rubbertijd"/ weet niet hoe laat?
spreekt u Nederlands`= saudara bicara bahasa Belanda?
ik begrijp het niet = saja tidak mengerti
ik zou graag (willen)= saja minta
ik wil = saja mau
hoe heet je? = siapa nama saudara?
mijn naam is = nama saya
ik heb honger = saya lapar
ik heb dorst = saya haus
nog een ... = satu lagi
ik ben ziek = saja sakit
waar is het = dimana ada rumah sakit? ziekenhuis?
waar is een doktor? = dimana ada dokter?
ik wil telefoneren = saja mau tilpon
ik wil naar...gaan = mau pergi ke ...
ik wil 1 kaartje kopen= saya mau beli satu karcis

Kaarten

Nelles Maps: Indonesia 7/ Irian Jaya + Maluku 1:1500.000 (München) Topografisk: Nederlands-Nieuw-Guinea 1:1750.000 (Delft 1959) Meer gedetailleerde kaarten voor op trektocht zijn er eenvoudigweg niet. Overigens is alleen de eerstgenoemde gemakkelijk verkrijgbaar bij enigszins de gespecialiseerde boekhandel, maar evenals de andere veel te grootschalig.

Literatuurlijst

De hier onder volgende uitputtende literatuurlijst is samengesteld in 1991. Wellicht dat sommige van de onderstaande titels inmiddels niet meer verkrijgbaar zijn.

Albertis, L, D`-, 1980, New Guinea, what I did and what I saw, 2 dln., (Londen) Baal, J. van e.a, 1984 West Irian. A Bibliography (Bijdr.T.L.V, Dordrecht) Baumann, B., 1985 Neu Guinea, Vorstoss in die Vergangenheit, (Wenen, ORAC) Baumann, P. & H. Uhlig, 1980 Kein Platz fÜr "wilde" Menschen, (Frankfurt) Boelaars, J. 1977 Vechten of sterven. Analyse van een koppensnellerscultuur in Z.W.Irian (Tilburg) Bromley, M., 1960 A Preliminary Report on Law among the Grand Valley Dani of Netherlands "New Guinea", 4 dln. Broekhuijse, J.Th. 1967 De Wiligiman-Dani (Tilburg) Brongersma, L.D. 1960 Het witte hart van Nieuw-Guinea (Amsterdam) Bruce, G, (a.o.) 1986 Indonesia, a travel survival kit (Lonely planet) Bruin, J.V.de, 1978 Het verdwenen volk (Bussum) Bodley, J.H., 1983 Der Weg der Zerstörung, (MÜnchen) Colijn, A.H., Naar de eeuwige sneeuw van tropisch Nederland (Amsterdam) Dupeyrat, A., 1960 21 Jahren bei den Kannibalen, (Wenen) Eechoud, J.P.K.van, 1951 Vergeten aarde. Nieuw Guinea (Amsterdam) 1953 Met kapmes en kompas door Nieuw Guinea (Amsterdam) Fahner, Chr, 1973 Jali`s van de Pasvallei (Utrecht) Gadner, R. & K. Heider, 1969 Leben und Tod unter den Steinmenschen Neuguineas, (Wiesbaden) Gibbons, A., 1981 The People Time Forgot, (Chigago, Moody Pr.) Harrer, H., 1964 I come from the stone age (London) Heider, K.G., 1970 The Dugum Dani (new York) The Grand Valley Dani Pig Feast, Oceania, Vol. 17, nr. 3 1976 Dani Sexuality, Man, Vol. 2, p. 188-201 1967 Archaic Elements in new Guinea Dani Attire, Anthropos, 62 Held, G.J., 1981 De Papoea, cultuurimprovisator (Den Haag) Henderson, W, 1987 West New Guinea: the dispute and its settlement (Seton hall) Hoogerbrugge, J, 1977 The art of woodcarving in Irian Jaya (Jakarta-Rotterdam) Hitt, R.T., 1970 Cannibal Valley, (Harper & Row) Jansen v. Galen, J, 1984 Ons laatste oorlogje: de diplomatieke kruistocht en de vervlogen droom van een Papoea-natie (Weesp) Huehn, K. G., 1989 Indonesien, (Hildebrands UrlaubsfÜhrer) Kampen, A. van, 1954 Jungle, trilogie, De Boer jr, Amsterdam Koch, K.H., 1974 War and peace in jalemo (Cambridge,USA) Konrad, G. e.a., 1981 Asmat, leben mit den Ahnen (GlashÜtten) Kooijman, S, 1959 The art of Lake Sentani (New York) Lorentz, H.A.,1913 Zwarte Mensen, Witte Bergen (Leiden) Matthiessen, P., 19 De zonen van Nopu. Een kroniek uit het steentijdperk (Meppel) Mitton, R., 1984 Irian Jaya, the last unknown, (Melbourne) 1985 The lost world of Irian Jaya (Melbourne) Monbiot, G. 1989 Poisoned Arrows, (Abacus) Ned.vert. Gifpijlen (A.P. Amsterdam) Muller, Kal, 1990 Indonesian New Guinea, Irian Jaya (Periplus,ook Ned.vert.) O`Brien, D. & D. Ploeg Acculturation Movements among the Western Dani, American Anthropologist, vol. 66, 4, 2, p. 281-92 Poulgrain, G., 1984 De stille jacht, het multinationale gevecht om nw-guinea`s bodemschatten (Haarlem) Rockefeller, M.C., 1967 The Asmat of New Guinea, (New York) Roux, C.C.F.M. Le, 1948-51 De Bergpapoea`s van Nieuw-Guinea en hun Woongebied, 3dln.(Leiden) Schneebaum, T., 1988 Where the Spirits dwell, (Weidenfeld & Nicholson) Souter, G. 1963 New Guinea, the last unknown, (Sydney) Stanek, M., 1982 Geschichte der Kopfjäger, (Köln) Steinbauer, F., 1971 Melanesische Cargo Kulte, (MÜnchen) Temple, P. 1962 Nawok!, (Londen) Townsend, G.W.L., 1968 From untamed New Guinea to lake succes, (Sydney) Velde, P. v.d, 1984 Prehistoric Indonesia (Dordrecht) Wassing, R.S, 1977 Asmat, een verdwijnende koppensnellerscultuur in Irian Jaya (Volkenkundig Museum Nusantara, Delft) Wilson, F, 1981 The conquest of the copper mountain (New York) Wollaston, A.F.R., 1912 Pygmies and Papuas, (Londen) An Expedition to Dutch New Guinea, Geogr. Jrnl. Mountaineering in Dutch New Guinea, Alp. Jrnl. Letters and Diaries, (Cambr. Un. Pr.) Zegwaard, G.A. 1959 Headhunting practices of the Asmat of Netherlands New Guinea (American Anthropologist, vol.61,no.6.) Ziehr, W., 1980 Hölle im Paradies, (DÜsseldorf) Zoelner, S. 1977 Lebensbaum und Schweinekult, die religion der Jali im bergland vom Irian-Jaya (West-Neu-Guinea), (Wuppertal)

Bookmark and Share
WANDELVAKANTIES, TREKTOCHTEN EN EXPEDITIES
HT Wandelreizen | Ten Have 13 | 7983 KD Wapse | tel. 0522-241146 | email: info@htwandelreizen.nl

Website door Zaphyrion SitemapPrivacy & cookies