Home Diashows Reisboekenshop Contact> Mijn HT
Vragen? Bel ons op 0522 241146
DAGEN LOPEN ZWAARTE
24 12 3
VERTREK TERUG REISSOM
20 september 13 oktober € 3295,- **
** exclusief ticket Boek deze reis of neem een optie »

Snel naar:


Reisboekenshop
boeken & kaarten:

Bekijk en bestel
- reisgidsen,
- kaarten en
- andere artikelen van Indonesie »

Vergelijkbare reizen:


Tell a friend

Vertel door »

Deze pagina afdrukken Wandelreis West Papua | Raja Ampat
Van dag tot dag

Introductie

De hoofdmoot van de reis bestaat uit een bezoek aan drie totaal verschillende gebieden. Om te beginnen bezoeken we de 60 km lange en 16 km brede Baliemvallei middenin het centrale bergland. Deze vallei is pas tijdens de Archbold Expeditie van 1938 voor het eerst door blanken volledig doorkruist. In de vruchtbare Baliemvallei wonen nu zo`n 100.000 Papoea`s. Zij behoren voornamelijk tot de diverse Dani-stammen, die een hoogstaande vorm van akkerbouw hebben ontwikkeld. Het aangename klimaat van het dal op 1650 meter hoogte en het ongelooflijk mooie landschap hebben vele ontdekkingsreizigers ertoe gebracht om het gebied te vergelijken met de Hof van Eden. Het berggebied ten zuidoosten van de Baliemvallei en rond de Baliemkloof is zowel landschappelijk als cultureel bijzonder aantrekkelijk. Hier maken we dan ook een trekking van zes dagen, waarbij we gaandeweg het Danigebied verlaten om door te dringen in het meest authentieke deel van de trek, het gebied van de Yali’s. De tweede hoofdbestemming van de reis is het zeer afgelegen gebied van de Korowai Territories. Hier woont een stam van jagers-verzamelaars in een gebied met laagland-regenwoud. De regio ligt ten zuiden van het centrale bergmassief dat de hooglanden van Papoea domineert. Na een binnenlandse vlucht krijgen we toegang tot het gebied via een lange tocht per gemotoriseerde prauw over de Brazza- en Siketrivier. Ter plekke zijn er smalle voetpaden door de jungle, waar we een trekking maken van vier dagen. Een aantal keren stuiten we in dit gebied op hutten, die vanwege de in het verleden regelmatig oplaaiende stammenstrijd bij wijze van verdediging tot 40 m hoog in de bomen zijn gebouwd. Lokale bewoners laten ons zien hoe ze met buitengewoon weinig hulpmiddelen op vernuftige manier in hun bestaan weten te voorzien. Het is een indringende ervaring, die je niet snel zult vergeten. Tijdens het derde deel van de reis bezoeken we de in West-Papoea gelegen Raja Ampat eilanden. Deze sublieme archipel van kleine eilanden staat nog maar kort op de toeristische kaart en omvat een van de mooiste snorkelparadijzen op aarde. Tijdens de twee trekkings in resp. de Baliemvallei en Korowai gaan er dragers mee voor het vervoer van alle voorraden, uitrusting en de persoonlijke bagage van de deelnemers. Zelf draag je alleen een dagrugzak. Vanwege de warmte en ook vanwege bagagebeperkingen op vluchten binnen Papoea en West-Papoea zullen we onze persoonlijke bagage echter beperken tot het meest noodzakelijke. Zie de praktische reisinformatie over deze reis elders op de site. Tijdens de trekkings wordt er natuurlijk voor ons gekookt.

Experimentele reis

Het gaat hier om een avontuurlijke reis. Er zijn diverse factoren die onderweg onze plannen kunnen beïnvloeden, hoe goed de reis ook is voorbereid. De precieze dagindeling en route worden ter plaatse ingevuld. Onderstaande reisbeschrijving geeft de hoofdlijnen van de reis weer. De reisleiding kan zich echter genoodzaakt zien om tijdens de reis verschuivingen in het geplande programma aan te brengen. Ter plaatse gaan we het avontuur aan. HT organiseert al meer dan 25 jaar reizen in Papoea en werkt al jaren met dezelfde lokale agent. De Baliemvallei is voor HT heel vertrouwd gebied, al is de nu gekozen trekking nieuw. Het afgelopen jaar heeft een kleine HT-groep met succes het afgelegen Korowai-gebied bezocht en ook de prachtige Raja Ampat eilanden. Vluchten binnen Papoea en West-Papoea kunnen een kortere of langere vertraging oplopen vanwege weers- omstandigheden en andere oorzaken. De reisleiding zal altijd zijn/haar uiterste best doen om tijdens de reis eruit te halen wat erin zit, juist ook bij onverwachte situaties.

Door de Europese Unie zijn enkele Indonesische vliegmaatschappijen op een `zwarte` lijst geplaatst (zie ook www.anvr.nl). Mochten we voor de binnenlandse vluchten gebruik moeten maken van zo`n maatschappij dan vragen we je een zogenaamde afstandsverklaring te ondertekenen waarmee je aangeeft dat je de risico`s accepteert. Hierover volgt nog nadere informatie zodra de definitieve vluchten bekend zijn.

Papoeaīs

De Papoea`s leefden tot voor kort letterlijk in het Stenen Tijdperk. Pas vanaf de jaren ’60 van de vorige eeuw is daarin verandering gekomen. Lange tijd hielden de Papoea´s vast aan hun eigen gewoontes en ‘kleding’. Tijdens feesten en op sommige afgelegen plekken - zoals in het Yali- en Korowaigebied dat wij bezoeken - is dat hier en daar nog steeds het geval. Die traditionele kleding bestaat bij de mannen meestal uit wat bananenbladeren of een peniskoker van kalebas, amuletten om de hals en bij de Yali’s aanvullend een rok van rotanringen. Vrouwen dragen bij rituelen - en soms ook in het gewone leven - nog de aloude rokjes gemaakt van stro of van sagobladeren. Verder wordt hun naaktheid beperkt door draagnetten op de rug. Onze voorouders waren bang voor de strijd- vaardigheid van de met speren en pijl en boog bewapende Papoea-stammen en hun bijzondere en soms bloedige rituelen. Gewapende conflicten komen overigens nog steeds voor, maar hebben nooit betrekking op de bezoekende westerling.

Dag 1 en 2: Vlucht Schiphol naar Denpasar/Bali

Vlucht vanaf Schiphol in principe via Jakarta naar de luchthaven Denpasar op het eiland Bali. De kans is groot dat we op Bali een flink aantal uren moeten wachten op de vervolgvlucht. Bij lange wachttijd wordt er rustgelegenheid geboden in een hotel dichtbij de luchthaven (inbegrepen in het vlucht- arrangement).

Dag 3: Vervolgvlucht naar Jayapura/Sentani Lake en door naar de Baliemvallei (1650m)

Vanuit Bali vliegen we door en komen in principe ‘s ochtends vroeg aan bij het Sentanimeer, waar het vliegveld van Jayapura (het voormalige Hollandia) is gelegen. Jayapura is de hoofdstad van Papoea. Een min of meer aansluitende vlucht brengt ons naar Wamena, de hoofdplaats van de Baliemvallei middenin het centrale bergland (zie fig. 2 en 3 voor locatie Baliemvallei). Tijdens de enerverende vlucht van 45-60 minuten glijdt een intrigerend landschap van dampende regen- wouden, bergen met ondoordringbare begroeiing en kronkelende rivieren onder ons door en af en toe is er een spoor van leven in de eindeloze jungle. Waarschijnlijk komen we rond het middaguur aan in Wamena. Wellicht wil je in het hotel eerst een poos helemaal bijkomen van de lange reis en gebroken nachten. Je hebt die dag verder alle tijd om de plaats op een ontspannen manier te verkennen en te realiseren waar je beland bent. Wamena is onderhevig aan de nodige vormen van modernisering en behalve de markt – zie dag 4 – nog maar beperkt authentiek. Maar op veel plekken die we tijdens de trekking aandoen schijnt de klok stil te zijn blijven staan. Wie wil kan ook een wandeling maken naar een nabijgelegen dorp voor een eerste kennismaking met de Dani-cultuur.

Dag 4 t/m 9: Trekking van zes dagen in bergen ten zuidoosten van Baliem Vallei

Hoofdlijn van de zesdaagse trek   Voor we Wamena verlaten is er nog tijd om rond te lopen op de overdekte ochtendmarkt. Vanuit de verre omgeving komen dorpelingen naar deze dagelijkse markt om hun zelfverbouwde of -gemaakte produkten te verkopen. Busjes brengen ons daarna in ongeveer een uur naar het startpunt van de trekking. Het gebied ten zuidoosten van de Baliemvallei is zowel landschappelijk als cultureel bijzonder aantrekkelijk. We volgen eerst min of meer de westzijde van de Baliemrivier, die zich gaandeweg verengd tot een diepe kloof en steken de rivier over via een zeer eenvoudige hangbrug. De komende dagen wordt er flink geklommen en gedaald en belanden na het oversteken van een forse bergrug in het dal van de Mugi-rivier. We zitten nu in een gebied, waar de Yali-stam sterk vertegenwoordigd is. Dit deel van de trek is het meest authentiek en we zullen hier verscheidene dorpjes aandoen. Uiteindelijk koersen weer richting de Baliemvallei. De looptijden per dag varieren van 4 – 6 uur; dag 4 en 6 kunnen nog iets langer duren. Er wordt in een ontspannen tempo gelopen. Zelf draag je tijdens de trek alleen een dagrugzak, dragers verzorgen de rest van het transport. Er wordt in principe overnacht in onderkomens zoals een eenvoudige lodge of hut of een lokaal van een dorpsschooltje. Wellicht gaan er voor de zekerheid ook een aantal tenten mee. Alle maaltijden tijdens de trek zijn inbegrepen bij de reis en worden verzorgd door een eigen kok.   De trekking meer in detail   In principe beginnen we te lopen op de plek waar een enorme aardverschuiving een stuk van de weg heeft weggeslagen. Daaar moeten we eerst een rivier doorwaden, maar zo nodig zijn dragers en gidsen in zo’n situatie heel behulpzaam. We komen door een mooi landschap met geterrasseerde akkertjes en aanplantingen van suikerriet. Na enige tijd zijn er alleen nog bergpaden. De vallei verengt zich tot een steeds steiler wordende kloof en de tot nu toe kalm stromende Baliem verandert in een wilde bergrivier. We klimmen naar een traditioneel ‘honai’- dorp met prachtige uitzichten. Een honai is een ronde hut met een wand van houten planken en een rieten dak. Op de ochtend van dag 2 biedt een dorpje onderweg prachtige uitzichten op de Mugivallei verder naar het oosten. Al snel volgt een steile afdaling naar een dorp met een houten kerkje en we dalen helemaal door naar de Baliemrivier. Gaandeweg krijgen we de eerste uitzichten op de massieve bergen verder naar het zuiden. Dag 3 is pittig en we dringen door tot de hoger gelegen delen van het gebergte. Via een eenvoudige hangbrug steken we de kolkende Baliemrivier over. Hierna volgt een doorgaande klim van drie uur. Vlak voor de top van de bergrug is er een hoge waterval. Rond deze bergrug hangen vaak flarden mist en het kan er koud zijn. Als de mist optrekt levert dit opmerkelijke berggezichten op. Dag 4 start met een pittige klim eerst naar een lage pas en vervolgens via modderige junglepaden naar een met gras begoeide bergrug met uitzichten alle kanten op. Daarna volgt een steile afdaling van een uur of drie naar de Lubukrivier, waar we ons kunnen opfrissen. Voor onze overnachtingsplek passeren we nog enkele lagere bergruggen en dalen we af via moerasbossen. Dag 5 is duidelijker makkelijker qua lopen, maar het wordt ook warmer en de luchtvochtigheid neemt toe zodra we verder afdalen. Al snel komen er gedenkwaardige uitzichten richting de Baliemvallei. Het landschap is hier weer prachtig! Gaandeweg komen we nu meer dorpjes tegen en we dalen af naar de vallei van de Mugirivier, het woongebied van de Yali’s. Dit is cultureel gezien het meest authentieke deel van de trekking. Aan de rivier waar we overnachten brengen we een lekkere ontspannen middag door. Op dag 6 steken we de Mugirivier over. Een langzame klim voert ons door prachtige graslanden en langs kleine hutjes met omheinde akkertjes, waar vrouwen met hun graafstokken in de weer zijn. Deze dag wordt er nog flink gelopen, maar het terrein is niet zwaar. Na de brug over de Baliemrivier worden we opgepikt en teruggebracht naar het hotel in Wamena, waar je lekker bij kunt komen van deze enerverende trekking.  

Dag 10 t/m 16: Verblijf van zeven dagen in de Korowai Territories,incl trek van vier dagen

Met een spectaculaire vlucht van een half uur vliegen we vanuit de Baliemvallei over de zuidrand van het centrale bergland en dalen af naar Dekai, een zeer afgelegen nederzetting middenin de jungle direct ten zuiden van de Jayawijaya bergen. We zijn beland in het uitgestrekte laagland-regenwoud van de bovenloop van de machtige Brazzarivier. Dit gebied maakt onderdeel uit van het Boven-Asmatgebied. Zie figuur 3 hieronder: het plaatsje Dekai waar we landen is omcirkeld. We melden ons bij de lokale autoriteiten met onze reisbrief, de Surat Jalan. Zo mogelijk vertrekken we nog diezelfde dag in een flinke motorprauw en overnachten dan onderweg in een dorpje langs de Brazzarivier. Lukt dat niet dan overnachten we in/bij Dekai  en maken een vroege start de volgende ochtend.   
      
We maken een eerste verkenningstocht in de directe omgeving en brengen de eerste nacht door in een zeer eenvoudige lokale accommodatie. De volgende dag maken we een lange boottocht per motorprauw over de Siret- en Brazzarivier en komen in principe laat die dag aan in het dorpje Mabul. Mocht dat vanwege  welke omstandigheden dan ook niet in één dag lukken dan overnachten we onderweg in een dorpje van de Citak stam. In Mabul worden de laatste voorbereidingen getroffen voor een trekking van ruim vier dagen. Met het plaatselijke dorpshoofd moet er vast nog het een en ander onderhandeld worden, aanvullende voorraden ingeslagen en dragers en verkenners worden aangemonsterd voor de trekking. Dat alles vindt gewoonlijk in de volle openbaarheid plaats en is een belevenis op zich! Sowieso geldt vanaf nu dat westerse ideeën over persoonlijke privacy sterk naar beneden bijgesteld moeten worden. De dorpelingen – en zeker de vele kinderen – zijn minstens zo nieuwsgierig naar de ‘ander’ als wij. We overnachten in één of enkele lokale huizen in het dorp. We zitten nu midden in een van de meest ongerepte laaglandregenwouden van de wereld.        

Korowai, ‘de boomhutmensen’   
Tot de late jaren ’70 van de vorige eeuw hadden de Korowai alleen contact met naburige stammen. Pas met de komst van enkele antropologen in die periode raakte men doordrongen van het feit dat er nog een wereld buiten het leven in het oerwoud bestond. Nog steeds leidt een klein deel van de ongeveer 3000 leden van deze stam een traditioneel bestaan op basis van jagen en verzamelen. Van oudsher leeft men in boomhutten, die soms tot op een hoogte van 40 meter in het oerwoud gebouwd worden. De Korowai worden daarom ook wel ‘de boomhutmensen’ genoemdDeze uitzonderlijke keus heeft zowel te maken met het vermijden van ongedierte op de bodem van het woud als – voornamelijk in het verleden - met het zich kunnen verdedigen tegen aanvallen van vijandelijke stammen. Uit de hoogte van de boomhutten kun je enigszins aflezen hoe positief of negatief de bewoners de relatie met naburige bewoners inschatten. Een deel van de Korowai woont inmiddels op de begane grond, maar een beperkt aantal leeft nog steeds in boomhutten. Elke drie jaar verkast men naar een andere plek in het oerwoud omdat de voedselbronnen – zoals  sago- palmen en wild - op de oude plek te zeer zijn uitgeput. Dan moeten er dus nieuwe boomhutten gemaakt worden, wat een enorme klus is. Vaak gaat het om heel kleine enclaves van stamleden, die nauw met elkaar verwant zijn, bijvoorbeeld de gezinnen van twee of drie broers. Het hoofdvoedsel van de Korowai bestaat uit sagomeel, dat wordt gewonnen uit de stam van de sagopalm die hier in het wild groeit. Daarnaast eet men banaan en – veel minder frequent – het vlees van wilde zwijnen en andere dieren. Verder verschalkt men alles wat er in jungle groeit, bloeit en beweegt: vruchten, knollen, paddestoelen, larven, vis, mieren, hagedissen, vogels en af en toe zelfs een kasuaris, een vrij zeldzame grote loopvogel.   De trekking   Om het afgelegen trekkinggebied te bereiken maken we per motorprauw een lange boottocht van 8 – 10 uur over resp. de Brazza- en de Siketrivier. Deze  brede rivieren lopen dwars door de uitgestrekte hoogopgaande jungle. Soms passeren we een dorp of hutjes, die dienen als tijdelijk bivak voor vissers. Er is grote kans dat we bijzondere vogelsoorten te zien krijgen, waaronder neushoornvogels, papegaaien, kaketoes, lori’s en soms ook ibissen of een visarend. Op rivier- strandjes wordt er hier en daar geprobeerd goudschilfers te zeven uit het rivierzand. In principe komen we laat op dag 11 aan in het dorpje Mabul en overnachten in lokale huisjes in het dorp. Er worden dragers worden aangemonsterd - dat kunnen overigens ook vrouwen zijn - en laatste voorraden ingeslagen. Van nu af geldt dat westerse ideeën over persoonlijke privacy sterk naar beneden bijgesteld moeten worden. De dorpelingen – en zeker de vele kinderen – zijn minstens zo nieuwsgierig naar de ‘ander’ als wij. We zitten nu middenin een van de meest ongerepte laagland- regenwouden van de wereld. ‘s Nachts tekent zich een fantastische sterrenhemel af tegen de gitzwarte lucht. Omdat de semi-nomadische Korowai regelmatig verhuizen is er geen vaste route voor de trekking. Het bezoeken van de verspreid wonende Korowai is pas sinds enkele jaren mogelijk en vindt op beperkte schaal plaats. Maar inmiddels is men voldoende vertrouwd met dit verschijnsel en ziet er blijkbaar ook de voordelen van in. Men is inmiddels gewend om bezoekers deelgenoot te laten zijn van dagelijkse activiteiten om in het levensonderhoud te voorzien. Denk bij die activiteiten bijvoorbeeld aan het tijdrovende proces van het winnen van sagomeel uit vers gekapte sagopalmen, het uitzetten van vallen om wilde varkens of kasuarissen te vangen, het zoeken van voedsel in het bos, het maken van viskorven, het bouwen en repareren van hutten, enz. Ter plekke wordt duidelijk welke van die activiteiten we kunnen meemaken. Hebben we heel veel geluk dan kunnen we wellicht een ‘sagolarve feest’ bijwonen, maar dat is heel uitzonderlijk. Een korte toelichting op een dergelijk feest maakt veel duidelijk over kernaspecten van de lokale cultuur. Vier tot zes weken voordat een dergelijk feest plaatsvindt worden een aantal sagopalmstammen geveld. In het vochtige oerwoud ontwikkelen de sagolarven zich supersnel in het rottende hout. Deze larves zijn voor de Korowai een vitale bron van proteïnes en vet. Beide voedingsstoffen zijn in deze regio nogal schaars, vandaar dat de larves – rauw of gekookt – plaatselijk een delicatesse vormen en aanleiding voor het geven van een flink feest. Zo’n feest is voor de Korovai een belangrijke rituele ceremonie ter vernieuwing van het leven in de groep of clan en ter ere ook van de geesten van de voorouders. De lokale gids is goed op de hoogte van gevoeligheden en vervult een brugfunctie tussen ons en de lokale bevolking. ‘s Nachts is er een flinke kans dat we ‘vliegende honden’ - vleerhonden - zien, die voornamelijk leven van vruchten. De trek zal een mix zijn van echte loopdagen en dagen, die we – deels wandelend - vooral besteden aan het kennismaken met de Korowai en hun dagelijkse activiteiten. Hoe die mix uitvalt valt niet op voorhand te zeggen, omdat de situatie ter plaatse vanwege de semi-nomadische leefwijze van de Korowai regelmatig verandert. De zwaarte van de trekking zit hem niet in de loopuren of -afstanden, maar in het moeilijk begaanbare terrein en het klimaat. In de rubrieken ‘zwaarte en risico’s’ en ‘praktische informatie’ elders op de site vind je meer gedetailleerde over deze trekking. Op dag 3 van de trek kamperen we waarschijnlijk relatief dicht bij ons uitgangspunt, het dorp Mabul, zodat we op de namiddag van trekdag 4 voor het donker daar aan kunnen komen. We nemen afscheid van de dragers en lokale staf, die ongetwijfeld goed voor ons gezorgd hebben. De volgende dag vertrekken we vroeg voor de lange boottocht terug over de Siret- en Brazzarivier. In Dekai overnachten we in een eenvoudig guesthouse.

Dag 17: vlucht Dekai-Jayapura en in principe dezelfde dag doorvliegen naar Sorong

Op de ochtend van dag 17 vliegen we terug naar Jayapura. In principe nemen we aansluitend een middagvlucht van twee uur naar Sorong. Sorong is een middelgrote stad aan de noordwestkant van de ‘Vogelkop’, het schiereiland in de vorm van een vogelkop op de meest westelijke punt van West-Papoea. Zie ook figuur 2 op pagina 1. We overnachten hier in een prima hotel. Het is overigens goed denkbaar dat in de praktijk de reis van Dekai via Jayapura twee dagen in beslag gaat nemen. In dat geval komen we pas op dag 18 aan in Sorong en kunnen diezelfde dag of op dag 19 oversteken naar het eiland Waigeo. In dat geval vervalt het verblijf op Waigeo en gaan we direct door naar het eiland Piaynemo.

Dag 18 t/m 22: Verblijf van vijf dagen op de noordelijke Raja Ampat eilanden

Introductie Raja Ampat eilanden

De dunbevolkte Raja Ampat eilanden bestaan uit pakweg 1000 eilanden ten westen en noordwesten van de stad Sorong. Deze archipel biedt een subliem landschap met steile, vaak met jungle overwoekerde kalksteeneilanden, vlakke atollen, rotspinakels die boven water uitsteken, turkooise baaien en hagelwitte stranden. Voor vogelliefhebbers is het een buitengewoon aantrekkelijk gebied, zoals uit de beschrijving van de reis verderop zal blijken. Daarnaast is de archipel een waar eldorado voor de onderwatersport – zowel voor snorkelaars als voor duikers – en de koraalriffen worden bijna unaniem tot de rijkste in de wereld gerekend. Voor ervaren mensen zijn er enkele opties om te duiken, maar deze activiteit valt buiten het normale programma. De reisleiding kan hierin geïnteresseerde deelnemers wel in contact brengen met lokale aanbieders van duikmogelijkheden. Er zijn zo’n 1200 soorten vissen, 4000 soorten weekdieren en diverse soorten schildpadden. De rijkdom van de zeefauna heeft waarschijnlijk alles te maken met het feit dat we hier in feite in een zeer voedselrijk overgangsgebied zitten tussen de Indische en de Grote Oceaan. Er zijn een viertal grotere eilanden, die wel de Viervorsteneilanden genoemd worden: ‘raja’ betekent ‘vorst of koning’, ‘ampat of empat’ betekent ’vier’. De bevolking leeft vooral van de visserij en sindskort in beperkte mate van toeristen zoals wij.  

Verblijf in ‘homestays’  

Een ‘homestay’ bestaat uit enkele specifiek voor toeristen
gebouwde huisjes of bungalows in traditionele stijl op een stukje land van een plaatselijke familie, die de homestay runt en meestal pal naast de huisjes woont. Op de meeste plekken die we bezoeken is dit de enige vorm van accommodatie die beschikbaar is. Het gaat om heel eenvoudig en traditioneel gebouwde hutten/bungalows, waarbij je meestal slaapt op matrassen op de grond die afgeschermd zijn met een muskietennet. Meestal slaap je met twee – soms meer - personen in de kamer(s) die zo’n huisje/bungalow rijk is. In principe worden alle drie maaltijden per dag door het gastgezin verzorgd. Deze homestays staan meestal  direct aan strand en zee of er heel dichtbij. Elektriciteit is er meestal gedurende een beperkt aantal uren per dag. Vaak heeft een homestay een ‘housereef’, een rif waar je vanaf de homestay op eigen gelegenheid prachtig kunt snorkelen. Vanuit de homestay kun je vrijwel altijd ook op eigen gelegenheid strandwandelingen maken. Soms is er een pad naar hoger gelegen plekken met uitzicht over de wijde omgeving of kun je een langere wandeling maken (zie programma hieronder voor details).

Bijna alle vervoer gaat met motorprauwen

Vervoer naar overnachtingsplekken in de archipel gaat vrijwel altijd via gecharterde boten. HT/Snow Leopard zorgt ervoor dat elke deelnemer tijdens alle boottochten in dit gebied de beschikking  heeft over een reddingsvest. Meestal zijn de zeeën en de baaien, in de tijd dat wij het gebied bezoeken, kalm en valt de deining erg mee. Soms zijn er wat steviger golven, maar er zijn ons geen gevallen bekend van gevaarlijke situaties. Wel zijn er dichtbij de kust vaak stevige stromingen, waarop we verdacht moeten zijn bij het snorkelen. De temperatuur van het zeewater in Raja Ampat is aan het oppervlak ongeveer 29 °C.  

Dag 18: Met veerboot van Sorong naar homestay op eiland Waigeo 

’s Ochtends brengt een veerboot ons in ongeveer twee uur van de haven van Sorong naar het plaatsje Waisai op het noordwestelijk van Sorong gelegen eiland Waigeo. Zie figuur 4 hieronder. De rest van de dag kunnen we lekker relaxen bij onze eerste ‘homestay’ of met je zelf meegebrachte snorkelspullen het housereef verkennen. Een andere optie is om naar een klein vissersdorpje te lopen en daar uitgebreid rond te kijken. Het gebied rond de homestay kent een hele gevarieerde vegetatie en biedt zodoende plek aan vele soorten exotische volgels. Het is mogelijk om vanaf de homestay met een lokale gids op zoek te gaan naar de Red Bird of Paradise, maar dan moet je de volgende ochtend heel vroeg opstaan. Kanttekening is dat bij welke vogelexcursie op Raja Ampat dan ook nooit gegarandeerd kan worden dat je de Red Bird of Paradise ook echt zult zien.   Figuur 4: Noordelijk deel Raja Ampat eilanden met hoofdeiland Waigeo. Piaynemo/Penemu Island ligt in de buurt van de                  Fam Islands: linksonder op bovenstaand kaartje. Kri is een klein eiland ten zuiden van Waigeo en Gam Island.    

Dag 19 – 20: Piaynemo Island  

Op dag 19 gaan we per gecharterde boot van Waisai naar het 60 km westelijker gelegen eiland Piaynemo, waar we twee nachten blijven. Onderweg kijken we of wellicht groepjes dolfijnen ons gezelschap gaan houden. Dit eiland is een topattractie in het gebied en - voor ons even wennen - we zijn waarschijnlijk niet de enige bezoekers. Met een bootje leggen we aan bij een aantal plekken van waaruit je omhoog kunt klimmen naar een platform of rotspunt met werkelijk fantastische uitzichten rondom. We zitten middenin een archipel van karsteilanden, die steil omhoogrijzen vanuit de turkooise wateren. De homestay hier is een heerlijke relaxplek. Direct grenzend aan de homestay is een flink strand waar je kunt wandelen en je kunt vanuit de homestay ook heel goed snorkelen.

Dag 21-22 : Kri Island

Halverwege de ochtend van dag 21 brengt een gecharterde boot ons rechtstreeks naar het kleine eiland Kri, dat ten zuiden ligt van de eilanden Waigeo en Gam. Zie figuur 4 op de vorige pagina voor details. ’s Middags kunnen we vanuit de idyllisch gelegen homestay een wandeling maken naar de noordkant van het eiland of gaan snorkelen bij een van de beste housereefs, die er in dit hele gebied te vinden zijn. De volgende dag kan heel variabel ingericht worden. ’s Ochtends wordt er een excursie aangeboden met de volgende onderdelen: per boot naar een dorpje op Gam-eiland en vandaar een vogelexcursie naar een plek waar vaak de Red Bird of Paradise te zien is. Daarna met dezelfde boot naar twee bijzonder mooie snorkelplekken: de ene met vooral prachtige koraalriffen en de tweede plek met een enorme variatie aan vissen. Na de lunch kan er een wandeltocht gemaakt worden van ongeveer drie uur voornamelijk aan de noordkant van het nabijgelegen eiland Mansuar. Beide hierboven genoemde excursies zijn bij de reissom inbegrepen. Wie wil kan deze dag natuurlijk gewoon lekker relaxen. De reisleiding kan ervaren duikers in contact brengen met een duikaanbieder. Deelname aan een duikactiviteit is echter altijd op eigen verantwoordelijkheid. Ook op het eiland Piaynemo is duiken een optie.

Dag 23-24: Charterboot Kri-Waisai, veerboot naar Sorong en terrugreis naar Nederland

Een charterboot brengt ons op de vroege ochtend van dag 23 van de homestay naar Waisai, waar we aansluitend de veerboot nemen naar Sorong. ’s Middags begint daar de terugreis naar Nederland met een vlucht naar Jakarta. We zijn de vroege ochtend van dag 24 weer terug op Schiphol.

Bookmark and Share
WANDELVAKANTIES, TREKTOCHTEN EN EXPEDITIES
HT Wandelreizen | Ten Have 13 | 7983 KD Wapse | tel. 0522-241146 | email: info@htwandelreizen.nl

Website door Zaphyrion SitemapPrivacyverklaring
htwandelreizen.nl maakt gebruik van cookies. Met cookies wordt de website persoonlijker en gebruiksvriendelijker.Akkoord